Plenair Janssen bij behandeling Voorhang koninklijk besluit inwerkingtreding Omgevingswet



Verslag van de vergadering van 13 januari 2021 (2020/2021 nr. 19)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.37 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Janssen i (SP):

Voorzitter, mag ik u vragen mijn tijd op de gewenste vier minuten te zetten zoals ik die eerder bij de Griffier heb gemeld en die mij ook bevestigd is?

De voorzitter:

Op mijn lijstje staat twee minuten.

De heer Janssen (SP):

Dat was het oude lijstje.

De voorzitter:

Dit is het meest recente lijstje dat ik heb, maar ik zet de tijd met plezier op vier minuten en nul seconden. Gaat uw gang.

De heer Janssen (SP):

Fijn, dank u wel.

Voorzitter. Ik heb geen vragen aan de minister. Die hebben we immers al schriftelijk gesteld en ik wacht de beantwoording daarvan af. Wat mij betreft hadden we ook geen debat hoeven voeren vanavond. Even voor de geschiedschrijving: wij hadden gisteren over dit voorgehangen KB kunnen en willen stemmen, toen bij handopsteking in de commissie duidelijk werd dat een meerderheid in deze Kamer van Partij van de Arbeid, 50PLUS, PVV, Forum voor Democratie, Fractie-Van Pareren, GroenLinks, Partij voor de Dieren, Fractie-Otten en SP tegen dit voorgehangen KB wilde stemmen, om de positie van de Eerste Kamer bij besluiten over de invoeringsdatum veilig te stellen, gehoord ook het duidelijke juridische advies van onze adviseur. Het nadrukkelijke verzoek is dan gisteren ook al gedaan door de net genoemde partijen om die stemming gisteren al te houden. Door omstandigheden heeft dat helaas niet kunnen gebeuren. Maar zou een meerderheid voor hebben willen stemmen bij handopsteken gisteren, dan zouden we niet bij elkaar hebben hoeven komen en daarmee ook geen onnodige reisbewegingen en belasting van onze al overvraagde medewerkers hebben hoeven veroorzaken.

Voorzitter. De Omgevingswet is de grootste wetgevingsoperatie sinds de invoering van de Grondwet in 1848. Als we daar nog de woorden van voormalig minister Schultz van Haegen aan toevoegen, dat het het grootste ICT-project ooit bij de overheid is, dan wordt de omvang van het project duidelijk. Dit is een besluit met vergaande financiële en inhoudelijke gevolgen voor burgers, gemeenten, provincies, waterschappen en rijksoverheid. Dat vraagt van deze Kamer om haar zelfstandige, bepalende bevoegdheid te gebruiken om tegen een voorgehangen KB ja of nee te zeggen. "'Misschien"' staat niet in de wet en de minister wil nu dat wij "'misschien"' zeggen. Maar daarmee vervalt, vier weken na de voorhang, de direct uit de wet voortvloeiende zelfstandige bepalende bevoegdheid van deze Kamer om te kunnen besluiten. De minister wil dit vervangen door een politieke toezegging als basis, waarvan zij zelf juridisch gezien het laatste woord heeft.

Voorzitter. Het niet tegen dit KB stemmen, zoals wij gisteren met een meerderheid van de commissie wilden, maakt de zeggenschap van deze Kamer afhankelijk van een medewerker van de minister die al publiekelijk heeft aangegeven de tijd rijp te achten om definitief vast te leggen dat de Omgevingswet per 1 januari 2022 wordt ingevoerd. Waarom zeg ik dat? Ik verwijs daarbij naar de door de VVD en het CDA ingediende motie in de Tweede Kamer en de reactie van de minister daarop en haar handelen vervolgens. De motie riep op om de invoeringsdatum van de Omgevingswet definitief vast te stellen op 1 januari 2022. De reactie van de minister daarop in het notaoverleg was dat zij het daarmee eens is. "'De tijd is rijp"', aldus de minister. "'Er moet echt duidelijkheid komen voor de medeoverheden."' Duidelijkheid dus dat de Omgevingswet definitief per 1 januari 2022 in werking zal treden. De motie liet zij dan ook graag oordeel Kamer.

Voorzitter. Geen enkel voorbehoud werd er door de minister gemaakt over de behandeling in de Eerste Kamer, waar nog veel vragen leven, die zij ook kende, en waar de tijd nog niet rijp werd geacht voor het definitief vaststellen van de inwerkingtreding van de wet per 1 januari 2022. Maar volgens de minister is de tijd rijp, en dus werd het KB voorgehangen. En als deze Kamer nu niet — op de laatste dag dat dit mogelijk is, misschien morgen nog een gedeelte van de dag — tegen dit voorgehangen KB stemt, verliest zij haar direct uit de wet voortvloeiende beslissende stem en maakt zij zich afhankelijk van een minister die al heeft aangegeven dat de tijd rijp is om definitief vast te stellen dat de wet per 1 januari 2022 moet ingaan. Onze juridische adviseur was daar buitengewoon helder over.

Voorzitter. Mevrouw Nooren vroeg daarstraks naar een mogelijkheid om het eventueel nog anders te doen. Ik heb gisteren al een suggestie gedaan. Als de minister deze voorhang terugtrekt, gaat ook de termijn van zes weken niet lopen waarna zij weer een voordracht kan doen, dus dan zou zij dat op ieder moment kunnen doen. Maar de SP staat pal voor de zelfstandige bepalende stem en positie van de Eerste Kamer. Daarom zullen wij tegen dit voorgehangen KB stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Janssen. Dan is het woord aan de heer Otten namens de Fractie-Otten.