Plenair Vendrik bij behandeling Wet hardheidsaanpassing Awir



Verslag van de vergadering van 30 juni 2020 (2019/2020 nr. 34)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.19 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Vendrik i (GroenLinks):

Voorzitter. Wat betreft de fractie van GroenLinks — het is al eerder door collega's gememoreerd — is de hele kinderopvangtoeslagenaffaire reden voor diep schaamrood op de kaken. Institutionele vooringenomenheid en naar nu blijkt ook institutioneel racisme hebben in de uitvoering van de kinderopvangtoeslag een belangrijke rol gespeeld en vele, vele ouders diep in de problemen gebracht.

Het is evident. Als de overheid zó in de fout gaat, dan is herstel nodig, fair, snel, ruimhartig, met largesse en met veel compassie en menselijke maat voor de ouders die hierdoor getroffen zijn. Dat spreekt vanzelf en ook mijn fractie geeft daar grote steun voor.

Voorzitter. Dan zijn er nog twee andere kwesties die hier onvermijdelijk aan de orde zijn, maar niet vandaag uitvoerig op bespreking moeten rekenen. Het toeslagensysteem zelf, destijds de politieke keuze om bijvoorbeeld marktwerking in de zorg te introduceren, met verondersteld verplichte nominale premies, mét alle inkomensgevolgen, idem bij de kinderopvang, heeft genoopt tot een toeslagensysteem waarbij vandaag de dag de effecten heel erg navrant zichtbaar zijn. Dat kan en moet anders en dat zal in de komende periode uitvoerig besproken moeten worden. Dat toeslagensysteem moet we beëindigen.

Voorzitter. Een tweede punt waar mijn fractie bijzonder aan hecht, is dat in de hele toeslagenaffaire makkelijk met de vinger wordt gewezen naar foute ambtenaren. Dat doen we niet, waar we hier, in de democratie, altijd de plicht hebben om ambtenaren te beschermen en te wijzen op politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheid. Mijn fractie is ook zeer blij dat de Tweede Kamer de parlementaire mini-enquête is gestart naar wie verantwoordelijk zijn voor het systeem, de ontsporing, het handelen van de Belastingdienst. Zo hebben we hier met elkaar zo'n affaire te bespreken.

De herstelwet die de staatssecretaris hier vandaag bij ons voorlegt, is wat mijn fractie betreft uiteraard akkoord. Ik heb twee vragen op dit punt. Zoals vorige week in een briefing ook al bleek, zijn dossiers bij de Belastingdienst niet altijd op orde. Dat heeft mij vorige week ook al tot de vraag verleid — ik stel hem vandaag aan de staatssecretaris — hoe dat kan. Dat is griezelig, want als de dossiers niet op orde zijn, zijn besluiten van destijds niet goed reproduceerbaar. Dan wordt onduidelijk waarom destijds een bepaald oordeel is geveld door de Belastingdienst. Dat kan mogelijk ook vertragend of complicerend werken op herstel en compensatie. Hoe gaat dan dan verder, vraag ik de staatssecretaris. Ik neem aan dat ook hier met zeer grote ruimharigheid en largesse wordt geopereerd en dat bij voordeel van de twijfel het voordeel voor de ouders is en niet voor de Staat.

Tweede vraag, tot slot. Kan de staatssecretaris bevestigen, zie ik het goed, dat wanneer ouders op grond van deze wet een tegemoetkoming krijgen, een genoegdoening, deze geheel buiten de fiscale sfeer blijft en ook niet betrokken wordt bij de lopende verrekening van andere toeslagen? Heb ik goed begrepen dat ouders niet alsnog een deel van datgene waar ze eigenlijk recht op hebben terug moeten betalen omdat dat verrekend wordt met lopende toeslagen?

Voorzitter, afrondend, mijn fractie gaat met grote instemming akkoord met het wetsvoorstel en ik steun het voorstel van de heer Fentrop om dit wetsvoorstel te aanvaarden zonder stemming vandaag.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vendrik. Wenst een van de leden in eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Staatssecretaris, bent u in de gelegenheid direct te reageren? Even schorsing? Hoelang heeft u nodig? Een kwartier? Dan schorsen wij tot 10.38 uur.