Plenair Nanninga bij behandeling Afschaffing fusietoets in het funderend onderwijs



Verslag van de vergadering van 9 juni 2020 (2019/2020 nr. 30)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 13.54 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Nanninga i (FvD):

Dank u wel, voorzitter, en alsnog goedemiddag voor de heren achter het rostrum en voor de minister natuurlijk.

Wij bespreken de afschaffing van de fusietoets. Een maatregel die de Forum voor Democratiefractie doet denken aan een eerder onderwijsdebat hier in de senaat: de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen. De overeenkomst tussen beide is deze. Het lijkt op papier een flexibilisering en verbetering van het bestaande systeem, maar bij een nadere inspectie zien we vooral een oplossing voor een niet-bestaand probleem. Een oplossing bovendien die toch wel wat nadelige en enkele nog onvoorziene en mogelijk ook onfortuinlijke bijwerkingen heeft; een middel erger dan de kwaal. Staat u mij toe om de bezwaren van de FvD-fractie toe te lichten.

De huidige fusietoets beschermt een groot goed in onderwijsland: de menselijke maat op scholen. Op scholen mogen onze kinderen geen nummer zijn. Op school mogen docenten geen veredelde ordehandhavers zijn die de talenten, het karakter, de behoeften en de thuissituatie van hun leerlingen maar nauwelijks kunnen leren kennen. Op school moeten ook ouders de weg weten; ze moeten het onderwijzend en ondersteunend onderwijspersoneel, met wie hun kind het leeuwendeel van de dag te maken heeft, leren kennen en er makkelijk toegang toe hebben. De zogeheten kwaliteitszorg wordt wel geborgd. Dat zagen we ook in de memorie van antwoord van de minister, en dat is goed. Maar de fusietoets zien wij als de waakhond voor die menselijke maat. Kleinschalige scholen zijn goed voor kinderen, ouders en docenten. En natuurlijk geldt er een ondergrens aan het aantal leerlingen dat een school kan hebben om open te mogen blijven. Over die ondergrens kunnen wij ook het nodige opmerken, maar dat zou voor nu buiten de reikwijdte van dit debat vallen. Ik wil er alleen over zeggen dat het feit dat er een opheffingsnorm bestaat voor scholen met een gering aantal leerlingen en er dus van rijkswege soms scholen tot fuseren worden gedwongen, een degelijke fusietoets des te noodzakelijker maakt. Een fusie kan soms nodig en nuttig zijn, mits daar zorgvuldig alle belanghebbenden bij worden betrokken. Een fusie mag nooit een geitenpaadje zijn voor het in stand houden van slecht functionerende scholen of het oprichten of in stand houden van scholen waarvoor eigenlijk onvoldoende draagvlak bestaat, maar die via een fusie in ieder geval op papier hun bestaansrecht kunnen verwerven.

Voorzitter. Vergeeft u het mij dat ik een praktijkvoorbeeld noem. In een eerder debat leek de minister weinig gecharmeerd van casuïstiek, zoals hij dat noemde, maar soms is het toch handig om een punt concreet te maken. In 2016 werd er in Den Haag een creatieve bokkensprong bedacht door het schoolbestuur van stichting De Ozonlaag, een stichting ter oprichting van een islamitische middelbare school. Gezien het te geringe draagvlak besloot het te mikken op twee doelgroepen. Het moest een hindoeïstisch-islamitische school worden, in ideologisch opzicht een "Frankensteinschool". Dit voorbeeld betrof een school in oprichting en die is er in deze vorm niet gekomen. Als we de fusietoets loslaten zou het een stuk eenvoudiger worden om scholen op wel zeer gekunstelde wijze aan elkaar te knutselen middels een fusie. De keuzevrijheid en de ideologische en pedagogische diversiteit in het onderwijsaanbod zijn een groot goed, maar wij vrezen dat met het schrappen van de fusietoets de weg openligt voor meer van dergelijke, merkwaardige onderwijsconcepten die niet in het belang van ouders en leerlingen zijn.

En dan de fusietoets zelf. Die heeft gelukkig maar heel zelden tot het afkeuren van een fusie geleid. Maar het is wel een waardevolle noodrem gebleken en geen hindernis voor het fuseren van scholen, waar dat kan en mag en nodig is. Iedere treinmachinist zal u kunnen vertellen dat zo'n systeem van een noodrem, hoewel gelukkig bijna nooit nodig, wel echt onmisbaar is.

Ook een niet onbelangrijk punt: Forum voor Democratie is geen voorstander van dikke lagen management en consultancy in onder meer ons onderwijs. Hoe groter de scholen of scholengemeenschappen en hoe vaker en ingewikkelder er gefuseerd wordt, hoe meer vertegenwoordigers van deze gilden er hun brood verdienen. Wij gunnen echt eenieder een boterham en ook nog wel een plakje kaas erop, maar liever niet onnodig ten koste van een toch al krap onderwijsbudget. Dat gemeenschapsgeld dient wat ons betreft zo veel mogelijk naar de kerntaken en -middelen voor onze scholen te gaan.

Voorzitter. Het zal u duidelijk zijn dat onze fractie geen voorstander is van het schrappen van deze fusietoets. Niet iets repareren wat niet kapot is; dat vinden wij een mooi principe. Wij zullen evenwel met belangstelling en een open houding kennisnemen van het verdere verloop van dit debat en van de reactie van de minister.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel mevrouw Nanninga. De heer Pijlman.

De heer Pijlman i (D66):

Ik zou mevrouw Nanninga het volgende willen vragen. U zegt "ik wil die fusietoets handhaven", maar de scholen hebben nou juist gezegd dat ze het een bureaucratisch monster vinden. Je moet er helemaal doorheen. De fusietoets blijft gehandhaafd, maar nu decentraal. Waarom hecht u dan zo aan het centrale bureaucratische monster?

Mevrouw Nanninga (FvD):

De Algemene Onderwijsbond denkt daar bijvoorbeeld heel anders over. Als het goed is, hebt u ook van hen een brief ontvangen. Wij zitten toch echt meer op hun lijn. Wij vinden de landelijke controle toch wel een gewenst instrument. Het is echt een noodrem. Dat er bureaucratie is ... We hebben hier nu eenmaal een systeem met scholen van gemeenschapsgeld en dan moet je aan bepaalde regels voldoen. Dat begrijp ik. Een fusie is sowieso een bureaucratisch monster.

De heer Pijlman (D66):

Vindt u dan de opvatting van de bond belangrijker dan de opvatting van de scholen? Die laten heel duidelijk weten dat ze hier niet meer aan hechten. Er zijn andere mechanismen in beeld.

Mevrouw Nanninga (FvD):

Wij hechten er wel aan, om redenen die ik zojuist uiteen heb gezet.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Nanninga.

Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Sent, namens de fractie van de Partij van de Arbeid.