Plenair Ester bij voortzetting behandeling Wijziging van de Participatiewet en enige andere wetten



Verslag van de vergadering van 26 mei 2020 (2019/2020 nr. 28)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 19.59 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Ester i (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Dank aan de staatssecretaris en haar ambtenaren voor het beantwoorden van de vragen van de ChristenUnie-fractie. Mijn fractie heeft in het debat niet echt nieuwe inzichten gehoord die ons oordeel over dit wetsvoorstel wezenlijk veranderen en ik heb toch echt goed geluisterd. De kwestie is en blijft wat ons betreft simpel: het arrest van de Hoge Raad noopt ons de uitzonderingsbepaling voor bloedverwanten in de tweede graad te schrappen. Het alternatief van een aantal oppositiepartijen — ik begrijp de redenering — om de voordelen van de huidige uitzonderingspositie dan ook maar te laten gelden voor alle samenwonenden, niet-bloedverwanten, met een zorgbehoefte gaat te ver. Dat stuit ook op de grenzen van wat de Eerste Kamer vermag in dit debat. Het ondergraaft het uitgangspunt van de Participatiewet dat in gevallen van een gezamenlijke huishouding rekening moet worden gehouden met de middelen van de partner. Dat kunnen we uiteraard wijzigen, maar dat vereist grondig debat en dat regelen we niet in de slipstream van dit specifieke wetsvoorstel. Bovendien heeft dan, zoals ik ook in de eerste termijn aangaf, niet de Eerste maar de Tweede Kamer de regie.

Voorzitter. De ChristenUnie-fractie wil benadrukken dat de bloedverwanten in de tweede graad die te maken krijgen met de gevolgen van de wet, niet in de kou komen te staan. Het gaat om een heel kleine groep, maar dat doet niets aan dat principe af. Gelukkig biedt de bijstandswet mogelijkheden om schrijnende gevallen te helpen. Het zou goed zijn als daar ook ruimhartig mee wordt omgegaan. Bovendien hebben we ook zorgvoorzieningen die de nood kunnen lenigen. Dat heeft de staatssecretaris uitvoerig beargumenteerd. We moeten deze toch kwetsbare groep, hoe klein ook, niet marginaliseren. Ik weet dat ik me een beetje op gevaarlijk terrein begeef, maar misschien mag dat ook wel. Ik zou de staatssecretaris namelijk toch willen vragen of zij in haar voorbereidingen overwogen heeft om de groep gedupeerden van een toch wat onhandig amendement financieel te compenseren. Het is een amendement van alweer zestien jaar geleden. Je zal maar zorgen voor je broer of je zuster en na zestien jaar te horen krijgen dat er nu plotseling een heel ander regime gaat gelden. Dat voelt heel oneerlijk aan. Heeft de staatssecretaris overwogen, ook gelet op de kleine groep, om hen op een of andere manier financiële compensatie te bieden? Daar zou ik graag nog een kort antwoord op willen.

Voorzitter. Duidelijk is geworden dat we toe zijn aan een herijking van de Participatiewet. Dit is niet het moment, maar we kunnen dat ook niet eindeloos voor ons blijven uitschuiven.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ester. Dan is het woord aan de heer Essers.