Plenair Koffeman bij voortzetting behandeling Arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten



Verslag van de vergadering van 19 mei 2020 (2019/2020 nr. 27)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.59 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Koffeman i (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Fysiek vergaderen komt de parlementaire controle zeer ten goede, maar zonder corona hadden we in de plenaire zaal van de Tweede Kamer gezeten. Als we omhoog hadden gekeken, hadden we daar een bomvolle publieke tribune gezien waar bezorgde Wajongers ons de gezichten achter deze wetswijziging hadden getoond. Nu we zonder publiek vergaderen, is het eenvoudig om te vergeten over wie we het hier hebben. De complexiteit van het wetsvoorstel en het jargon in de Kamerstukken versluieren de kern van het voorstel, namelijk dat het hier gaat om de toekomst van 250.000 jongeren. Dit zijn Wajongers met een gezicht, een verhaal, dromen en ambities. De Partij voor de Dieren juicht het toe dat wij veel Wajongers hebben gezien die zich online hebben verenigd in hashtags als #wijwordenvergeten en #ditismijnverhaal. Maar zoals ze het zelf zeggen: "Dit is niet zomaar een wet, dit gaat over mij". Het gaat om 250.000 jongeren met een beperking, die zich ernstig zorgen maken over wat wij hier vandaag bespreken. Laten we hun partners en ouders niet vergeten; het gaat vandaag ook om hen.

Voorzitter. De Wajong is een werknemersverzekering, bedoeld voor jonggehandicapten. In dit wetsvoorstel allemaal op één hoop, maar hopeloos. De geharmoniseerde Wajong wordt geënt op de strengste van de drie Wajong-regimes, namelijk die uit 2015. Van de elf regelingen blijven er drie over. De Bremanregeling, waarmee je met een aanvulling van het UWV tot 120% van het minimumloon kon verdienen, verdwijnt. Dat geldt ook voor de maatmanwissel en de voortgezette regelingen. Voor iedereen gaat dezelfde maatman gelden. Deze wetswijziging moet zorgen voor een vereenvoudiging van de inderdaad zeer complexe Wajong-wet- en -regelgeving. Ten tweede moet meer werken of studeren gaan lonen.

Hoewel dit wetsvoorstel voor een kleine groep Wajongers gunstig uitvalt — zij zullen inderdaad iets meer gaan verdienen — geldt dit voor een grote groep niet. Het grootste probleem dat aangepakt moet worden, is dat de wetswijziging van vandaag ertoe leidt dat Wajongers, ongeacht opleiding of werkervaring, nooit meer zullen verdienen dan het minimumloon en meestal zelfs niet meer dan 70% daarvan. Verdienen ze meer, dan worden ze gekort. Dat gaat te ver. Hiermee veroordeel je jongeren tot wat Erwin Dijkstra van de Universiteit Leiden "levenslange uitzichtloosheid" noemt.

De regering vindt 70% van het wettelijk minimumloon voldoende om van te leven. De staatssecretaris blijft erop hameren dat de Wajong een sociale voorziening op het minimumniveau is, net als de bijstand. Echter, de bijstand is een tijdelijk vangnet. Wajongers worden met deze wetswijziging veroordeeld tot levenslange financiële afhankelijkheid van hun partner of hun ouders.

"Je kunt mensen niet hun rolstoel uit motiveren", zegt Dijkstra in zijn blog. Wij zijn het daarmee eens. De staatssecretaris ontneemt Wajongers een perspectief om te dromen en zich te ontwikkelen. Zij willen hetzelfde als hun gezonde leeftijdsgenoten: zelfstandig wonen, werken, een relatie, misschien een gezin stichten.

Mevrouw Oomen-Ruijten i (CDA):

Ik hoor u net de opmerking maken: als Wajongers meer verdienen dan het minimumloon worden ze gekort in de nieuwe toestand. Hoe komt u daarbij? Verklaar u nader.

De heer Koffeman (PvdD):

Daar is duidelijk sprake van. Er is een groep Wajongers die op het moment dat ze meer gaan verdienen dan het minimumloon gekort worden. Of ik moet me daarin sterk vergissen.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Het is mogelijk dat u zich vergist, ja.

De heer Koffeman (PvdD):

Oké, dat ga ik na. Dank u wel.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Koffeman (PvdD):

Graag citeer ik Wajonger Lotte de Bitter, die zeer slechtziend is maar desondanks van het vmbo opklom naar de universiteit en met veel inzet een bachelor behaalde. Zij schrijft in een ingezonden brief in het AD: "Waarom heb ik de afgelopen jaren alles opzijgezet als nu wordt vastgesteld dat ik nooit boven het minimumloon zal uitstijgen? Waarom word ik afgerekend op iets wat ik heel graag wil, maar niet kan? Ik moet waarschijnlijk nog veertig jaar werken, maar met welke intentie? (...) Ik droom ervan om een huisje te kopen en niet elke euro om te hoeven draaien. Het raakt mij diep als ik me realiseer: dit is het dan. Alles waar ik voor heb gewerkt, wordt zo van tafel geveegd." Wat zegt de staatssecretaris tegen haar? Wat heeft het voor zin voor Lotte om ambitieus te blijven? Waarom heeft Lotte gestudeerd als het financieel niets oplevert? Graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Door de harmonisatie van de Wajong-regelingen is er een groep die er in de toekomst mogelijk op achteruit zal gaan. Daarvoor heeft de staatssecretaris de garantieregeling in het leven geroepen. Als je werkt, krijg je, bij inwerkingtreding van de nieuwe regels, minimaal wat je nu hebt, door een garantiebedrag. Ook als je je baan verliest en binnen een jaar weer werk vindt, houd je hetzelfde inkomen als dat onder de oude regels hoger was. De meest gunstige uitkomst geldt dus, en dat is positief.

Ook het feit dat een Wajonger zo tot het pensioen recht kan hebben op deze garantie, steunen wij. Maar het probleem ligt bij degene die zijn baan verliest en niet binnen een jaar nieuw werk vindt. Onderzoek toont aan dat het snel vinden van een baan voor deze groep mensen heel lastig is. In de UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2018 lezen wij dat van de Wajongers die hun werk verliezen ruim 40% na een jaar nog steeds werkloos is. Wajongers werken vaker dan gewone werknemers onder een tijdelijk contract. Dat betekent steeds opnieuw de stress van het moeten solliciteren, met daarbij opgeteld nu ook nog eens de dreiging van een lagere uitkering.

Zeker nu Nederland een economische crisis ingaat en de werkloosheid door corona dramatisch is gestegen, zou de staatssecretaris coulant moeten zijn en de termijn van een jaar moeten verlengen. De miljoenen- en zelfs miljardensteunpakketten voor het bedrijfsleven vliegen je om de oren, maar de staatssecretaris vindt het prima dat veel Wajongers vooralsnog voor de rest van hun leven van 70% van het wettelijk minimumloon moeten rondkomen. De Partij voor de Dieren vindt dat onacceptabel. Is de staatssecretaris bereid dit wetsvoorstel uit te stellen tot de coronacrisis voorbij is? Zo nee, is zij dan bereid om ten minste de garantietermijn te verlengen van één naar twee jaar?

Voorzitter. De Partij voor de Dieren is verbaasd dat de regering niet bereid is geweest het advies van het College voor de Rechten van de Mens over de rechten van mensen met een handicap — dit advies kwam in maart van dit jaar uit — te betrekken bij het wetsvoorstel. Drie punten uit het advies vallen op. Ten eerste valt op dat er veel opeenvolgende maatregelen zijn die mensen met een arbeidsbeperking van jongs af aan treffen en deels of soms nadelig voor hen zijn, terwijl veel van de maatregelen in de praktijk niet goed blijken te werken.

Ten tweede stelt het college dat de complexiteit van de bestaande en voorgenomen maatregelen die hen treffen, groot is. Het college schrijft dat je, om de nieuwe Wajong-regels te begrijpen, minimaal het niveau van een hbo-casemanager moet hebben. Geen wonder dus dat de nieuwe regels tot veel stress, onrust en angst onder Wajongers leiden.

Ten derde stelt het college dat werknemers met een arbeidsbeperking niet mogen worden gediscrimineerd in de hoogte van het salaris vanwege een verminderde werkcapaciteit door hun handicap. Toch kunnen de meeste Wajongers nooit voldoende uren maken om tot het minimumloon te komen. Er zijn maar weinig Wajongers die fulltime kunnen werken. De meeste Wajongers werken 25,5 uur per week. Dat is hun maximum. Waarom verdienen zij dan niet het minimumloon? Het college acht dit in strijd met het VN-Gehandicaptenverdrag dat in Nederland sinds 2016 van kracht is. Maar de staatssecretaris weigert de wetswijziging aan het VN-verdrag te toetsen en het advies van het college te volgen.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman i (VVD):

Voorzitter. Ik hoor het woord "discriminatie" vallen binnen de regimes van de Wajong.

De heer Koffeman (PvdD):

Mag ik even aan de voorzitter vragen om de klok stil te zetten?

De voorzitter:

Is gebeurd.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Vindt u het dan geen discriminatie dat, als je gestudeerd hebt en bij Blokker gaat werken omdat dat de baan is die je word aangeboden, je dan je functieloon krijgt conform datgene waarvoor je hebt gestudeerd, terwijl een andere Wajonger, die niet heeft gestudeerd en hetzelfde werk doet, het minimumloon krijgt? Dat is namelijk het gevolg van de maatmanwissel. Is dat dan geen discriminatie? Het zit in het huidige regime.

De heer Koffeman (PvdD):

Er is een groot verschil tussen discriminatie en een onrechtvaardige situatie. Een onrechtvaardige situatie kan overal optreden, maar in gelijke omstandigheden heeft iemand die gezond van lijf en leden is en gestudeerd heeft, de mogelijkheid om zich te ontworstelen aan die baan bij Blokker. Veel mensen die in de Wajong zitten, hebben die mogelijkheid niet. Discriminatie heeft veel te maken met een ongelijke behandeling in een gelijke situatie.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Ik volg die uitleg niet helemaal. Ik heb het over discriminatie binnen de Wajong. Binnen de reguliere arbeidsmarkt bestaat er geen maatmanwissel. Die bestaat alleen binnen regimes zoals de Wajong. Ik heb het over twee Wajongers. De ene heeft gestudeerd, de andere niet. Ze doen allebei exact hetzelfde werk en ze maken allebei evenveel uren. Toch krijgt de een een hoger inkomen, vanwege een bepaalde rekenformule in de Wajong, terwijl de ander een lager inkomen krijgt. Er is sprake van gelijke omstandigheden. Ze zitten in dezelfde regeling. Ik noem dat ook discriminatie. U beoordeelt dat blijkbaar anders.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik beoordeel dat niet per se anders. Op het moment dat sprake is van wat u nu stelt, lijkt het me goed om die vorm van discriminatie aan te pakken.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Dat is onder andere wat deze harmonisatie doet, want die haalt die rare zaagtand eruit waarbinnen dit gebeurt. We hadden het er vanmorgen over, maar dit gebeurt in het kader van de maatmanwissel.

De heer Koffeman (PvdD):

Het is niet zo dat wij de wijziging in alle opzichten verkeerd vinden. Er zitten best goed elementen in de wijziging, maar er zitten ook een aantal onrechtvaardigheden in en die willen wij er graag uit hebben. Daar gaat het over.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog. Ik zet de klok weer aan.

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. Het kan anders. De Landelijke Cliëntenraad heeft een alternatief voorstel gepresenteerd waarin een bepaalde ontwikkeling daadwerkelijk tot een hoger inkomen leidt. Het minimumloon wordt de ondergrens, het startpunt voor loonontwikkeling en niet het plafond. Op die manier loont het om door te groeien. Dit alternatieve voorstel is in overeenstemming met het VN-verdrag handicap. Het UWV vindt het voorstel uitvoerbaar en toch weigert de staatssecretaris vooralsnog om dit voorstel over te nemen. Kan ze toelichten waarom?

Nog een punt van aandacht. We hebben het vandaag voornamelijk over Wajongers met een opleiding en het vermogen om te werken, al dan niet gedeeltelijk. Laten we de overgrote groep Wajongers die überhaupt geen zicht op werk hebben niet vergeten. Zij moeten hun hele leven rondkomen van een uitkering op bijstandsniveau. Voor hen geldt dat ze weinig tot geen vooruitzicht hebben om hun droom te verwezenlijken. Wat zegt de staatssecretaris tegen hen?

Ik wil eindigen met een citaat van Wajonger Hidde Brugmans, beleidsmedewerker bij het ministerie van EZK over de harmonisering van de Wajong: "Veruit de meeste jongeren met een arbeidsbeperking zijn zeer gedreven en gemotiveerd om te werken. Onze ervaringen maakt dat wij doortastend, creatief en oplossingsgericht zijn en we willen niet zielig gevonden worden en onze hand niet ophouden. We willen bijdragen aan de samenleving en voor vol aangezien worden op ons werk en een goed leven opbouwen. Daarvoor vragen we steun." Daarom moet werk voor deze groep altijd lonen en vragen wij om herziening van het wetsvoorstel, zodat een jongere die het maximale uit zichzelf haalt en offers brengt om een carrière op te bouwen, perspectief heeft op een eerlijk inkomen boven het sociaal minimum. Wajongers verdienen in dat opzicht onze steun en vandaar ons verzet tegen dit wetsvoorstel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Koffeman. Dan is ten slotte in eerste termijn het woord aan de heer Schalk namens de fractie van de SGP.