Plenair Pijlman bij behandeling Meer ruimte voor nieuwe scholen



Verslag van de vergadering van 12 mei 2020 (2019/2020 nr. 26)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.45 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Pijlman i (D66):

Dank, voorzitter. De minister noemde in zijn charmeoffensief richting mevrouw Sent — overigens geloof ik niet dat het heel veel geholpen heeft — Pieter Jelles Troelstra en hoe die na de onderwijspacificatie binnen is gehaald in zijn eigen geleding. Hij zei erbij: ik weet niet of het helemaal historisch is. Nee, dat weet ik ook niet, maar het is misschien wel aardig om erop te wijzen dat links van de troon een heel prachtig Fries gedicht van deze ook grote dichter hangt. Zijn verzameld werk is nog steeds heel erg lezenswaardig. Het toont ook aan dat Nederland toch een heel verzoeningsgezind land is, want in 1918 ging het wel even mis met Troelstra. Maar dit terzijde, voorzitter.

Ook voor mij geldt dat ik u heel erg wil danken voor uw heldere, overtuigende en geïnspireerde betoog. U hebt ook laten zien dat u buitengewoon gemotiveerd bent om dit voorstel door de senaat te krijgen. Het werd net door de CDA-collega ook aangehaald, maar u zei zelfs dat u artikel 23 een van de grootste verworvenheden van onze parlementaire geschiedenis vond. Toen dacht ik: zou dit nu een regeringsuitspraak zijn of is dit Slob en zijn achtergrond? Ik denk het laatste, maar ik neem het u niet kwalijk.

Ik ben in mijn eerste instantie heel erg ingegaan op de rol van artikel 23. Ik heb de positieve kanten benoemd, maar ook de minder positieve naar mijn zin. Ik vind oprecht dat het gemoderniseerd zou moeten worden. Wij vinden een verdere versnippering van het onderwijs naar richting absoluut ongewenst, maar dat doet dit voorstel ook niet; laat ik daar ook duidelijk in zijn. Het nuanceert juist het richtingsprincipe. Dat is een belangrijk gegeven.

Voor ons is buitengewoon doorslaggevend dat de kwaliteitseisen vooraf en daarna nog een keer worden getoetst. U heb op mijn vraag helder toegezegd dat aan alle zes criteria van de kwaliteitseisen moet worden voldaan voordat je een school mag stichten. Ik wist dan weer niet dat het eigenlijk een initiatief van de PVV was. Ik weet niet of de PVV in deze Kamer dat zelf wel wist, maar ik ga ervan uit dat de PVV dit wetsvoorstel beloont.

We hebben uitgebreid stilgestaan bij segregatie. Het is een zorg die we allemaal in deze Kamer delen. De minister heeft gewezen op de algemene toegankelijkheid en het toelatingsbeleid. Ja, 95% tegenover maar 5%: dat kan best zo zijn. Misschien komt uit het onderzoek in juni wel dat het in feite nog minder is, maar daar is niet alles mee gezegd. Algemene toegankelijkheid kan ook op papier bestaan, maar de inrichting van het onderwijs kan er dan vervolgens zodanig uitzien dat er feitelijk geen sprake van is. Maar wij waarderen het buitengewoon dat u in dit debat hebt gezegd: wij komen met een brede agenda om die segregatie tegen te gaan. Dan gaat het om de toegankelijkheid, maar het gaat ook om huisvestingsbeleid. Het gaat om achterstandsbestrijding. Maar het gaat ook om keuzevrijheid van ouders. In relatie tot artikel 23 is dat ook een buitengewoon belangrijk gegeven. Daar moeten we ook niet omheen. Ik weet niet meer door wie, maar er is gezegd: wat willen we dan anders? Willen we kinderen verplichten om ...? Nee, ik denk niet dat iemand hier dat wil. Maar dan heb je daar wel mee te maken. Dan hoop ik dat die brede agenda gepaard gaat met een investeringsprogramma dat eruit bestaat dat je gelijke kansen mede kunt creëren door ongelijke investeringen. Ik hoop dat u daarover nog een toezegging wilt doen. Kortom: scholen die dit het meeste nodig hebben, moeten in de gelegenheid worden gesteld om kinderen optimale kansen te geven.

Dank ook voor uw toezegging om op korte termijn nog iets extra's te doen voor de kinderen die door de coronacrisis een extra tik hebben gehad. Dat is buitengewoon mooi. Ik hoop ook dat we uw initiatief op het gebied van burgerschapsonderwijs — heel erg essentieel voor de komende jaren — in deze periode van het kabinet nog tegemoet kunnen zien.

Op één punt ben ik teleurgesteld. Dat was ik al in de schriftelijke rondes die we hebben gewisseld in de commissie. Het houdt wel degelijk ook verband met dit wetsvoorstel. Dat is lid 4 van artikel 23. Ik heb u het volgende gevraagd. Er staat heel helder en duidelijk dat het aan de overheid opgedragen is om via de gemeente ervoor zorg te dragen dat er voldoende openbaar algemeen vormend lager onderwijs aanwezig is. Dat staat er. U antwoordt daar twee keer op dezelfde manier op: het is altijd al 70-30, dus er niks aan de hand. Vandaag ging u er helemaal niet op in. Maar als we artikel 23 serieus nemen, dan nemen we ook dit lid serieus. En dan vraag ik opnieuw: hoe toetst u, verantwoordelijk voor ook dit artikel, of daaraan wordt voldaan? Welke samenspraak is er met gemeentes? Is het zo dat bij het stichten van een nieuwe school in een nieuwe wijk er voorrang wordt gegeven aan het algemeen toegankelijke openbare onderwijs, om maar eens een voorbeeld te noemen? Dat is nu niet zo. Of laten we het maar lopen? Maar dan constateer ik dat dat nog meer de noodzaak onderstreept om artikel 23 te moderniseren.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Pijlman. Dan is het woord aan mevrouw Bikker.