Plenair Ganzevoort bij behandeling Meer ruimte voor nieuwe scholen



Verslag van de vergadering van 12 mei 2020 (2019/2020 nr. 26)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.00 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Ganzevoort i (GroenLinks):

Voorzitter, dank. Allereerst feliciteer ik collega Adriaansens met haar maidenspeech, want ik was voor haar aan de beurt. Ik was al jaloers dat zij dat hier mocht doen, maar nu ben ik ook nog jaloers vanwege de mooie inhoud die zij inbracht.

We hebben een mooi en volgens mij ook principieel debat gehad. Het ging over hele concrete, praktische vragen, maar ook over de principiële vragen die daarachter zitten. Het ging over het hele stelsel, over de veranderingen die we zien in de verhouding tussen openbaar en bijzonder onderwijs, hoe het stelsel zich ontwikkelt en wat daar vandaag de dag bij verder zou helpen. De richting die erin zit, dat we bij het stichten van nieuwe scholen minder sturen op richting en meer op kwaliteit, sluit goed aan bij de manier waarop wij naar de zaak kijken.

Ik hou het heel kort, want ik had een aantal hele concrete vragen gesteld. Ik check dus nog eens even wat de minister op die vier concrete vragen gezegd heeft en wat we graag zouden willen horen. We hebben een toezegging gevraagd om de rol van de zienswijze van de gemeente wat steviger te maken, zonder daarmee het stichten van een school onmogelijk te maken, om zo in het proces van aanvragen zaken mogelijk te kunnen bijsturen. Ik zou de minister nog wat specifieker willen vragen om ons dat punt toe te zeggen over de zienswijze van de gemeente en de rol die de inspectie en DUO hebben om dat te toetsen en mee te nemen in hun weging. Daarbij moet dus ook objectief geborgd worden dat het niet de discretionaire bevoegdheid van de minister zelf is, maar dat die zienswijze bij de inspectie en DUO wel echt serieus meeweegt als het om segregatie gaat. Als hij dat op dat punt zou willen toezeggen, dan stelt dat ons toch weer een stukje geruster.

We zijn blij met de toezegging over die brede agenda tegen segregatie. Ik verwijs nog even naar het punt van de financiering. De inspectie heeft op bladzijde 73 van de Staat van het Onderwijs — ik verwijs er nog een keertje naar — geschreven dat de gemeenten door de financieringsstructuur — zo staat het daar — geen middelen kunnen inzetten voor effectief antisegregatiebeleid. Als gemeenten dat feitelijk niet kunnen, gewoon door die structuren, dan denk ik dat we moeten kijken of daar een bottleneck zit die we zouden kunnen wegnemen. Ik heb de minister dus gevraagd of hij dat specifieke punt wil meenemen in zijn bredere aanpak als een mogelijk stukje oplossing. We zien zeer uit naar die brede agenda tegen segregatie.

Het derde punt ging over de LEA en de vraag hoe je die beter kunt borgen. Ik zou de minister willen vragen of hij dat in het overleg met de VNG ook specifiek onder de aandacht van gemeenten wil brengen. Dat moeten we niet alleen via de politieke lijnen doen, want we zitten hier ook zonder last en ruggespraak en met de eigen verantwoordelijkheid om wetten te toetsen. De minister is uiteindelijk ook verantwoordelijk voor dat hele stelsel. Ik vraag dus of hij dat met de VNG wil oppakken. Hij had het ook over een herhaald themaonderzoek — zo vertaal ik het dan maar eventjes — van de inspectie op het punt van segregatie. Wij zijn er ook blij mee dat hij dat zo toezegt, als ik het zo mag interpreteren.

Tot slot heb ik nog iets gevraagd over de hele directe situatie en de coronamaatregelen. Het is goed om te horen wat er op dat punt aan interventies en ook aan bredere planvorming ontstaat. Wanneer daar iets over op papier staat, zijn we ook zeer geïnteresseerd om dat van de minister te ontvangen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ganzevoort. Dan is het woord aan mevrouw Sent.