Plenair Verkerk bij voortzetting behandeling Aanvullingswet bodem Omgevingswet



Verslag van de vergadering van 11 februari 2020 (2019/2020 nr. 20)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.25 uur


De heer Verkerk (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik wil allereerst de minister hartelijk danken voor de prettige beantwoording van de vragen. Ik vind het ook heel prettig dat zij de vragen eerst inhoudelijk aanvliegt. Dan kun je ook een inhoudelijk debat hebben en dan kom je verder.

Ik ben blij dat we ook wat uitgebreider met elkaar mochten spreken over rolopvattingen en over cultuur. En ik ben blij met de toezegging die de minister heeft gedaan om dat echt bespreekbaar te maken, en zo ook te proberen weer kleine stapjes te zetten.

Ook een "dank u wel" voor de gesprekken over macht en tegenmacht. Ik begrijp ook dat je niet altijd kunt binnenhalen wat je kunt binnenhalen. Ik had de minister graag willen verleiden om een toezegging te doen over de verbetering van de kwaliteit richting de natuur. Dat dat niet gelukt is, is ook niet zo erg, maar het is wel een punt dat ik in de toekomst misschien toch naar voren zal blijven brengen. In een bepaald radioprogramma zegt men dan: u bent gewaarschuwd. Maar dat bedoel ik heel positief.

Wij hebben uitdrukkelijk naar voren gebracht om bij de evaluatie van de wet ook bij het onderwerp bodem de bescherming van de burger en de balans tussen beschermen en benutten te evalueren. Ik zal het even gemist hebben, maar ik ga ervan uit dat de minister dat heeft toegezegd. Als dat niet is toegezegd, dan wil ik dat heel graag horen.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verkerk. Dan is nu het woord aan de heer Recourt.