Plenair Janssen bij voortzetting behandeling Invoeringswet Omgevingswet



Verslag van de vergadering van 28 januari 2020 (2019/2020 nr. 18)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.01 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Janssen i (SP):

Voorzitter. Als eerste ook mijn felicitaties en complimenten aan de heer Verkerk voor zijn maidenspeech. Die is in lijn met de verwachting, zou ik willen zeggen. Zo heb ik hem sinds 11 juni leren kennen. Dank je wel daarvoor.

Voorzitter. Ook dank aan de minister voor haar antwoorden, met uitzondering van de antwoorden op een tweetal vragen, over de financiële zekerheidstelling voor sevesobedrijven en over de bewijslast bij de toepassing van beste beschikbare technieken. Bij de revisievergunningen waren mijn vragen vooral beschouwend van aard. Dank voor de toezegging op het punt van de financiële zekerheidstelling. Zoals we in tweede termijn gezegd hadden, graag nog een reactie op het punt van de revisievergunning, BBT, beste beschikbare technieken, en de bewijslast.

Het is toch wel jammer dat in een debat waarin het zo veel over techniek gaat, de wat meer beschouwende onderwerpen en vragen wat ondersneeuwen. Er zaten toch wel hele serieuze zorgen onder van Herman Tjeenk Willink, Kim Putters en Alex Brenninkmeijer. Dat zijn allen mensen die zich oprecht zorgen maken of er niet een tweedeling ontstaat in de maatschappij tussen mensen die nog meekomen en mensen die niet meer meekomen, omdat ze echt de weg kwijtraken in onze overheidssystemen. Daarom is het ook goed dat de Nationale ombudsman betrokken wil zijn bij het opkomen voor de belangen van de groep mensen die dat zelf niet of minder goed kunnen. Mijn fractie gaat er dan ook van uit dat de Nationale ombudsman vanuit zijn eigen, onafhankelijke rol zal rapporteren over zijn betrokkenheid. Ik zag zijn jaarprogramma. We gaan er ook van uit dat hij aan de bel zal trekken als hij signalen krijgt dat het niet goed gaat. Ik zal hem daar nog persoonlijk toe uitnodigen in een bericht.

Voorzitter. Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag over de complexiteit die de invoering van de Omgevingswet toevoegt aan de op dit moment al zo ingewikkelde en verwarrende tijden rond stikstof en pfas. Wat als je als burger of bedrijf dit jaar al druk bezig bent met het vinden van een oplossing voor de problemen die je op dat gebied hebt, en de regels vanaf 1 januari weer worden veranderd, voordat je aan de slag bent kunnen gaan met de regels? Wat doet het met het vertrouwen in de overheid als je weer wordt ingehaald door veranderende regels? Mijn vraag aan de minister is of er speciale aandacht is voor de samenloop van procedures in relatie tot de invoering van de Omgevingswet, als daar volgende week een meerderheid voor is.

Ik moet nog iets over Proust zeggen, want anders zou die helemaal uit beeld raken. In lijn met de beroemde scène waarin Proust een madeleine eet en de smaak en geur van dit kleine schelpvormige cakeje hem terugvoeren naar verre herinneringen, nemen de Omgevingswet en het DSO mij ook mee terug naar de kredietcrisis, de PAS en het Inspect-project bij de NVWA, waar de minister van LNV vorig jaar de stekker uit heeft getrokken. Het is niet anders.

Voorzitter. Ik sluit me aan bij de vragen van mevrouw Nooren over de datum van de voorhang. Het lijkt ingewikkeld: voor 1 juli, terwijl het reces op 8 juli begint. Gaan we er dan overheen? Halen we het naar voren? Gaan we de tijd stoppen en gaan we het er gewoon in september over hebben? Mag ik daar een reactie op in aansluiting op de vraag van mevrouw Nooren op dit punt? Dan hebben we daar ook duidelijkheid over.

Voorzitter. Ik heb de minister herhaaldelijk horen zeggen dat er geen Koninklijk Besluit zal worden voorgehangen als de gezamenlijke overheden niet het goede gevoel hebben. Even voor de duidelijkheid: dan heeft de Eerste Kamer — stel volgende week — al wel ingestemd met de invoeringswet, maar nog niet met het wanneer. Het gaat dan niet meer over het of, maar over het wanneer. Ik heb de minister dat ook zo horen zeggen. Toch geeft dit een heel ongemakkelijk gevoel als bijvoorbeeld zou blijken dat het DSO helemaal niet waar gaat maken wat het eigenlijk zou moeten gaan doen, namelijk het zijn van de robuuste kurk waar de Omgevingswet stabiel op drijft. Dat is ook zo als de gemeenten niet de invulling kunnen geven die bedoeld is of als de wet juridisch gewoon vastloopt. Dat laatste zou ook nog een mogelijkheid zijn. Dan kan het "ooit invoeren" ook een "nooit invoeren" worden. Erkent de minister dat? Graag een reactie.

Voorzitter. Ik vind het goed dat de minister nog eens nadrukkelijk heeft uitgesproken dat het niet participeren in procedures geen tegenwerping kan worden, zo van: u had kunnen participeren, maar dat heeft u niet gedaan, dus nu heeft u pech, want dat had u toen maar moeten doen; nu staat het de procedure in de weg en dat wordt u tegengeworpen. Dat was voor mij een groot punt van zorg en ik vind het goed dat dat nog een keer uitgesproken is door de minister. Ik vind het ook goed om dat nog een keer heel duidelijk te herhalen.

Voorzitter. De zorgen over een wet die na invoering too big to fail zal blijken te zijn, zijn voor mij niet weggenomen. Daarvoor blijft er ook na deze behandeling te veel onduidelijk, onaf en ongewis. Naar mijn mening — ik heb dat in de eerste termijn ook al gezegd — is in de turbulente en onzekere tijd waarin onze samenleving zich nu bevindt, dit niet het moment om daar nog meer onzekerheden aan toe te voegen. Mijn overtuiging is dat er op dit moment meer behoefte is aan voorspelbaarheid, stabiliteit en bestuurlijke rust.

In mijn eerste termijn haalde ik Herman Tjeenk Willink al aan. Hij stelt dat de kwaliteit van uitvoering de geloofwaardigheid van de overheid bepaalt. Ik zie die kwaliteit van de uitvoering op dit moment onvoldoende geborgd. Dat wordt nog eens versterkt door het feit dat wij in afwachting zijn van de voortgangsrapportages. In hoeverre zijn de aanbevelingen van het BIT-rapport uit 2017 opgevolgd evenals de rapportage van het BIT over de verdere uitbouw van scenario 3, zoals ik het maar even blijf noemen in de taal van het bestuursakkoord? Het huidige niveau is een tussenstap, stel ik nog maar eens vast. Ik wil niet dat dit, waar we nu zijn, het eindstation wordt.

Voorzitter. Gelet op de functie van het DSO zijn die rapportages voor mij cruciaal om te kunnen bepalen of de Omgevingswet zal gaan werken zoals bedoeld. Daaruit volgt dat ik mij op dit moment geen gefundeerd oordeel kan vormen over de uitvoerbaarheid van de Omgevingswet. Gelet op mijn inbreng zal het de minister dan ook niet verbazen, denk ik, dat ik mijn fractie zal adviseren om niet in te stemmen met het voorliggende wetsvoorstel.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan is het woord aan mevrouw Klip-Martin.