Plenair Knapen bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen 2019



Verslag van de vergadering van 16 april 2019 (2018/2019 nr. 26)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.28 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Knapen i (CDA):

Voorzitter. Ook ik dank de minister voor de uitvoerige beantwoording. Het is een debat met hier en daar een vleugje weemoed, denk ik. Ik hoorde de heer Ten Hoeve — ik zie hem nu even niet — nog één keer de gelaagdheid uitleggen in de relatie tussen burgers, de regio, de natiestaat en Europa. Ik weet hoezeer die gelaagdheid hem na aan het hart ligt.

Voorzitter. De kritiek en het onbehagen over Europa zijn naar mijn overtuiging ook een element van onzekerheid jegens een ongrijpbare globalisering. Die vergroot inderdaad afstand tussen degenen die daar de winnaars en de verliezers van zijn. Ik denk dat de Europese Unie niet alleen het symbool moet zijn van globalisering, maar ook en misschien meer en meer het symbool van bescherming. Ik denk dat daar het een en ander over gezegd is.

Ik ben blij om te horen dat de minister vindt dat we zouden moeten proberen om gezamenlijk op te trekken als het gaat om 5G en Huawei, of zoals we hier wel zeggen, "hoe ai wai". Dat is om twee redenen belangrijk. Als je een alleingang doet, zoals vorige week even dreigde als reactie op de spionage bij ASML, dan zet je jezelf ten opzichte van je omgeving op achterstand, zonder dat daar iets tegenover staat. Het heeft ook iets potsierlijks, omdat Nederland dan eigenlijk China voor de laatste keer waarschuwt.

Deze discussies, de Europese Algemene Beschouwingen, zijn gecompliceerd. Als je zo'n dag overziet, doet iedereen zijn best en begint aan het presenteren van het beeldhouwwerk dat hij of zij thuis heeft gebeiteld. In de loop van de dag zie je bij eenieder die hieraan deelneemt, inclusief mijzelf, dat het successievelijk uiteenvalt in allerlei brokstukken. De minister heeft de schone taak om al die brokstukken en kruimels weer op te vegen met veger en blik en daar een mooi hoopje van te maken. Dat eindigt dan in stof, ook stof tot nadenken. Wellicht is het stof tot nadenken over hoe we zo'n debat in de toekomst precies handen en voeten geven.

Ik dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Knapen. Ik geef het woord aan de heer Postema.