Plenair Oomen-Ruijten bij behandeling Termijnen verlening Nederlanderschap



Verslag van de vergadering van 26 september 2017 (2017/2018 nr. 1)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 18.39 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Oomen-Ruijten i (CDA):

Mevrouw de voorzitter. Het was bij tijd en wijle een wat heftig debat. Ik had ook soms de indruk dat we elkaar niet hebben begrepen. Soms hebben we ook een beetje verstoppertje gespeeld. Ik wil op een tweetal onderdelen terugkomen.

Allereerst de vijf naar zeven jaar. Ik heb in de eerste termijn namens de CDA-fractie gezegd dat elk aantal jaren arbitrair is. Is vijf jaar beter? Dat zou kunnen. Waarom niet acht jaar? Dat heb ik ook in de schriftelijke voorbereiding van dit debat gevraagd. Alles is arbitrair. Vorig jaar zijn er, geloof ik, 23.000 mensen geweest die het Nederlanderschap gekregen hebben. Om grote getallen gaat het dus niet. Maar alles is arbitrair. Ik heb gezegd: als men denkt dat zeven jaar beter is — dat was ten slotte een politieke afspraak binnen het huidige kabinet, in het vorige regeerakkoord — zijn wij bereid dat te ondersteunen.

Dan het tweede onderdeel, waar ik nogal een punt van gemaakt heb en waarvoor ik, met uw welnemen, voorzitter, nog af en toe aan de interruptiemicrofoon heb gestaan. De staatssecretaris zei dat er geen beleid voor expats is. Nee, er is geen beleid voor expats, maar we hebben natuurlijk wel beleid. Dat beleid is er op grond van een tweetal EU-richtlijnen: de eerste voor de EU-burgers en de tweede voor de derdelanders. Ik heb dat nog even nagekeken — dus heb ik maar half gegeten — en toen zag ik dat alle EU-burgers met hun familie recht hebben op verblijf in Nederland, onafhankelijk van de afgifte van een verblijfsvergunning. Mits ze zijn aan te merken als werknemer, werkzoekende of zelfstandige, als ze voldoende middelen van bestaan hebben. Familieleden van EU-burgers hebben, als ze zelf EU-burger zijn, dezelfde rechten. Als echter een EU-burger met een derdelander getrouwd is, heeft deze in feite dezelfde rechten als de Unieburger. Dat betekent dat ze niet als zodanig hoeven in te burgeren voordat ze naar Nederland komen. Maar onze discussie ging erover dat ze het bij het verblijf minder makkelijk hebben, omdat je, als je altijd met een derdelander in het buitenland hebt gewoond, minder makkelijk kunt voldoen aan de inkomensvereiste waaraan men moet voldoen. Nou heeft de staatssecretaris in het kader van de gezinshereniging een toezegging gedaan, waarop ik nog terugkom. Er is inmiddels ook een groot aantal uitspraken gedaan over het versoepelen van de middelen om aan de inkomensvereisten te voldoen. De laatste uitspraak was op 6 april 2017, waarbij geconstateerd is dat je, ook al heb je geen inkomen maar wel voldoende spaargeld — heel bizar: daar rekenen ze dus ook nog met 4% rente op je spaargeld — met je partner, de versoepeling van die voorwaarde in aanmerking genomen, aan gezinshereniging kunt doen. Want op grond van de hele strikte eisen zoals die er in eerste instantie waren, kon dat dus niet.

Voorzitter. Eigenlijk — dat hebben we misschien niet helder genoeg met elkaar gewisseld — gaat het om de vraag welk probleem we nu oplossen voor die Nederlandse expats. Voor die Nederlandse expats, of voor die Nederlanders die met derdelanders getrouwd zijn, lossen we niks op. Daar moeten we gewoon heel eerlijk in zijn. We verzwaren de eisen. Maar waarom verzwaren we de eisen? De eisen worden verzwaard omdat wij, als het gaat om tot Nederlander genaturaliseerde mensen, niet willen dat als ze de taal niet spreken, toch op zoek kunnen gaan naar een bruid om mee te trouwen, en dan vervolgens vanwege het feit dat de bruid getrouwd is met een Nederlander, zonder enige extra eis in Nederland dezelfde rechten krijgen.

Oké, voorzitter, dat betekent een verzwaring voor een Nederlandse met een derdelander. Dat geef ik toe. De staatssecretaris gaf een goed antwoord op een vraag van de PVV-fractie: je hebt tegelijk behandeling nodig. Ik stel, als ik goed kijk naar de toezeggingen, vast dat u, staatssecretaris, voor de Nederlandse expats die zich vanuit het buitenland in Nederland vestigen met een niet-Nederlandse partner maatwerk gaat bieden. Verder vraag ik u of u dat alstublieft meldt in de voorlichtingscampagnes van de IND en op de website van de IND, want het staat er nu niet op. U hebt ook toegezegd dat u gaat monitoren hoe de toepassing van de hardheidsclausule zijn uitwerking gaat krijgen. U gaat dat doen in de praktijk en u gaat ons daarover informeren. U doet, vraag ik u, namens de regering de toezegging dat, wanneer er onwenselijke patronen zichtbaar worden, u specifiek nieuw beleid gaat formuleren. Als u daarop in bevestigende zin antwoordt, ben ik tevreden. Ik dank u.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Oomen. Ik geef het woord aan de heer Van Hattem.