Plenair Ten Hoeve bij behandeling Toekomstbestendig maken publieke mediadienst



Verslag van de vergadering van 11 oktober 2016 (2016/2017 nr. 3)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.52 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Ten Hoeve i (OSF):

Voorzitter. Er is al lang en uitgebreid met deze staatssecretaris gediscussieerd over de wijziging van de Mediawet. Wat mij betreft hoeven we dat niet allemaal over te doen. De door de staatssecretaris gedane toezeggingen rond de benoeming van het bestuur en de raden van bestuur van de NPO en de RPO zijn keurig waargemaakt. Wat betreft de verhouding tussen de NPO en de omroeporganisaties blijft artikel 288 van de Mediawet het centrale uitgangspunt, waarin alle verdere interne regelingen hun begrenzing vinden. Voor het waarborgen van de publieksbetrokkenheid wordt een maatschappelijk representatieve adviesraad opgetuigd. Ik heb nog wel wat twijfels of dat laatste werkelijk zal bijdragen aan een vergroting van de maatschappelijke relevantie van de publieke mediadienst, naast de te koesteren functie van de omroepverenigingen in dit opzicht. Maar het is wel wat de Kamer heeft gevraagd. De staatssecretaris heeft wat mij betreft dus voldaan aan de verwachtingen met betrekking tot het afronden van de discussies over de functie- en taakuitoefening van de NPO.

Anders ligt het natuurlijk met betrekking tot de regionale omroepen. Het lijkt mij goed om dat hier ook even aan de orde te stellen. Alhoewel de staatssecretaris er nog van uit lijkt te gaan dat het wetsvoorstel zoals dat bedoeld was — het realiseren van de inbedding van de regionale omroepen in de RPO — er op termijn wel zal komen, lijkt dat toch helemaal niet zeker. Het lijkt niet aannemelijk dat dit het komende halfjaar nog kan. Wat er daarna gebeurt, is natuurlijk volstrekt onzeker. Naar mijn gevoel is het dan ook zinvol om voorlopig uit te gaan van de situatie zoals die nu is. De regionale omroepen blijven functioneren als aangewezen en regionale publieke media-instellingen en ze kunnen op basis van de aanwijzing uitzenden. Ze blijven dus ook wat hun zendconcessie betreft zelfstandig. Ze zijn niet gebonden aan een aanwijzing die hun eventueel door de RPO wordt gegeven. Heb ik dat goed begrepen? Desondanks is het aannemelijk dat, als er onder de regie van de RPO of op een andere manier zinvolle en efficiënte bezuinigingsmaatregelen worden voorgesteld, de omroepen die wel zullen willen implementeren. Het probleem met de btw had ik mij daarbij niet gerealiseerd. Misschien wil de staatssecretaris daar nog even op ingaan. De omroepen zullen zulke maatregelen niet willen implementeren als die negatief uitwerken op hun mogelijkheden om in programmatisch opzicht te doen wat zij belangrijk vinden. Ik kan mij voorstellen dat die situaties ook heel best kunnen voorkomen. Zie ik dat goed? Wat verwacht de staatssecretaris wat dit betreft?

Het lijkt mij dus niet duidelijk of alle bezuinigingen wel gerealiseerd zullen worden zoals gepland. De ontstane verwarring zal daarbij ook niet bevorderend werken. Hoe dan ook, het IPO brengt nog eens de eerder ook hier breed gedeelde vrees naar voren dat de programmatische invulling hieronder te lijden zal hebben. Niet bezuinigen zou natuurlijk de definitieve oplossing zijn voor alle betrokken regionale omroepen. Onder de huidige omstandigheden is daar misschien ook wel wat voor te zeggen. Minder bezuinigen zou ook helpen. Het minste wat gevraagd kan worden, is dat de al beloofde vermindering van de bezuiniging met de halfjaartranche van 8,5 miljoen euro, evenwichtig ten goede komt aan alle regionale omroepen, onafhankelijk van de vraag of ze wel of niet bezuinigende samenwerking willen aangaan. Dat is de enige manier om de voor de hand liggende consequentie te trekken dat de nu zelfstandig gebleven omroepen principieel het recht hebben om hun eigen beslissingen te nemen, in overeenstemming met de ideeën van de RPO of, als zij menen daar nadeel van te ondervinden, anders dan volgens de ideeën van de RPO. Daarover wil ik het standpunt van de staatssecretaris horen. Ik meen dat de achtergrond van de beloofde korting daarbij niet het nemen van maatregelen als zodanig was, maar de langdurige onzekerheid, waardoor het feitelijke proces werd belemmerd en de omroepen ten aanzien van de verwerking van de bezuinigingen hoe dan ook op achterstand werden gesteld.

Ten slotte, ik waardeer het dat de staatssecretaris het opnemen van een paragraaf over de functie, taak en mogelijkheden van Omrop Fryslân in de bestuursafspraak met de provincie Friesland, niet wil laten wachten op eventuele verdere ontwikkelingen. Ik ben ervan overtuigd dat daarvoor een goede formulering overeengekomen kan worden. Ik zie die graag tegemoet, evenals de reactie van de staatssecretaris.