Senaat eist notitie over fiscale behandeling overheidsbedrijven



De Eerste Kamer heeft in het debat over het Belastingplan 2006 (30.306) op dinsdag 13 december de regering de toezegging ontlokt dat er een notitie komt over de fiscale behandeling van overheidsbedrijven en bedrijven die voornamelijk financieel op de overheid steunen, zoals openbaar vervoersbedrijven. Een motie van de CDA-senator Essers (EK 30.306/30.307, D) waarin deze notitie werd gevraagd lag staatssecretaris Wijn (CDA) 'zwaar op de maag'. Maar hij kwam de senaat tegemoet door een koppeling aan te brengen met een al op stapel staand wetsvoorstel over nadere gedragsregels bij de mededinging door o.a. overheidsbedrijven. Wijn wees erop dat het eerder was mislukt om de openbaar vervoersbedrijven van de grote steden vennootschapsbelasting te laten betalen. Een voorstel daartoe sneuvelde destijds in de Tweede Kamer.

Vrijwilligerswerk

In het bijzonder de grootste regeringspartijen CDA en VVD drongen aan op de notitie, waarin ook de fiscale behandeling van vrijwilligerswerk aan de orde zou moeten komen. Aanleiding was het voorstel van de regering om het forfaitaire bedrag voor vrijwilligerswerk op te trekken tot 500 euro per jaar. Dit houdt in dat een vrijwilliger over vergoedingen tot een totaal bedrag van 500 euro geen belasting hoeft te betalen. De organisatie waar hij of zij voor werkt mag dit bedrag belastingvrij uitkeren. De senatoren Essers (CDA) en Biermans (VVD) verwezen naar een commercieel bedrijf als Ajax dat van vrijwilligers gebruik maakt en als sportorganisatie ook van deze vrijstellingsregeling profiteert. Waarom sportorganisaties wel en andere organisaties niet? Wij willen niet elk jaar over uitzonderingen met de staatssecretaris debatteren, zo lieten beiden weten.

Over stag

Wijn wees erop dat de algemene uitgangspunten bij de fiscale behandeling van vrijwilligerswerk al sinds jaar en dag duidelijk zijn en dat de belastinginspecteurs van geval tot geval mogen bepalen waar het vrijwilligersforfait mag worden toegepast. Als u een voor iedereen geldende regeling wil, vraagt u eigenlijk om de uitzondering voor sportorganisaties ongedaan te maken, hield Wijn zijn partijgenoot Essers voor. Deze ontkende dat hij Ajax de regeling niet zou gunnen. Senator Biermans zei dat het voor organisaties vooraf duidelijk moet zijn of zij voor vrijwilligerswerk belastingplichtig zijn of vrijstelling genieten. Waarom een sportorganisatie wel van de forfaitaire regeling gebruik kan maken en bijvoorbeeld een koeriersbedrijf niet, begreep Biermans niet. Zijn collega Essers zei dat het gaat om een gelijke behandeling bij fiscale facilitering. Ook de PvdA-fractie is voor een dergelijke gelijke behandeling. Fiscaal woordvoerder Rabbinge gaf het voorbeeld van woningbouwcorporaties. Het is gewenst commerciële activiteiten van de woningbouwcorporaties niet vrij te stellen van vennootschapsbelasting, zei Rabbinge.

Staatssecretaris Wijn zei dat zijn opponenten de zaak te veel vanuit een academische invalshoek benaderen. Maar ik kijk vanuit de politieke invalshoek. Voor mij zijn de regels duidelijk en de inspecteurs van de belastingdienst bepalen van geval tot geval of bijvoorbeeld de forfaitaire aftrek bij vrijwilligerswerk mag of niet. Toen in tweede termijn de meerderheid van de senaat vasthield aan een notitie ging Wijn over stag.

Eén regeling voor investeringsaftrek

Een suggestie van senator Biermans om de ongeveer achthonderd bestaande subsidieregelingen te vervangen door één regeling voor investeringsaftrek wees de staatssecretaris af. Hij zei dat bij subsidieregelingen beter valt te sturen en zo voelde hij er ook voor om de fiscale regeling voor film cv's te vervangen door een subsidieregeling van het ministerie van OCW.

Landgoederen

Ook een voorstel van D66-senator Schuyer om gebruikers van landgoederen fiscaal meer tegemoet te komen stuitte op bezwaar van de staatssecretaris. Een motie van Schuyer (EK 30.306, E) hierover ging Wijn te ver, maar hij zegde Schuyer wel een brief toe over de (kleinere) landgoederen die uit cultuurhistorisch oogpunt en vanwege hun recreatieve waarde in stand moeten blijven. Daarover was Wijn het wel met Schuyer en de andere ondertekenaren van de motie eens.

Te optimistische inschatting

Minister Zalm (VVD) van financiën kreeg van de woordvoerders van de grootste oppositiepartij in de Eerste Kamer, de PvdA, kritiek op zijn te optimistische inschattingen over de groei van de economie. Senator Leijnse wees op het gebrek aan vertrouwen van de burgers. Mensen zien dat onze economie minder groeit dan elders in Europa. Zij zien dat wij jaar na jaar achterblijven bij de ons omringende landen, aldus Leijnse. De PvdA-senator verweet Zalm ook dat hij met zijn verbeten strijd voor het handhaven van het Stabiliteitspact in de EU en zijn poging om Nederland een miljard euro minder aan de EU te laten afdragen Europa neerzet als grote uitvreter en dat riekt naar populisme. Dat zou volgens de PvdA-fractie mede tot het 'nee' hebben geleid bij het referendum over de Europese grondwet. Ook D66-fractievoorzitter Schuyer vond dat Zalm het op dit punt in Europa wel wat kalmer aan mag doen.

Groeiende kloof

De linkse partijen SP en GroenLinks kregen het met de minister van financiën aan de stok over de groeiende kloof tussen arm en rijk in Nederland. Senator Van Raak (SP) wees erop dat nu zelfs mensen met een betaalde baan onder de armoedegrens zakken. GroenLinkser Thissen vond het een schande dat er bij zoveel rijkdom in Nederland nog zoveel gezinnen in armoede leven.

Sein op groen

Senator Terpstra (CDA) verdedigde het kabinetsbeleid. Hij verklaarde de 'zure' toon van de PvdA uit de successen die het kabinet aan het boeken is. Alle seinen staan op groen, zei hij minister Zalm na. Deze ontleende die uitspraak weer aan de laatste rapportage van het Centraal Planbureau dat nu voor volgend jaar een economische groei van 2,5% voorspelt.

Minister Zalm zei dat iedereen er volgend jaar in koopkracht op vooruit gaat. Dat mensen met kinderen met hogere inkomens meer profiteren komt louter door invoering van het nieuwe zorgstelsel. Deze mensen hoeven niet langer te betalen voor hun kinderen beneden achttien jaar, net als nu het geval is bij mensen in het ziekenfonds.

Pensioengerechtigde leeftijd

Senator Van Middelkoop wees namens de fracties van ChristenUnie en SGP op voorstellen van de nieuwe Duitse regering om de pensioengerechtigde leeftijd geleidelijk op te trekken naar 67 jaar. Ook haalde hij een uitspraak aan van voormalig CDA-leider Brinkman die pleitte voor aftopping van de hypotheekrenteaftrek. Brinkman zou het uitgespaarde belastinggeld willen gebruiken voor het renoveren van huizen in oude wijken. In beide gevallen gaf minister Zalm niet thuis. Door de geleidelijke fiscalisering van de AOW en andere maatregelen is het voorlopig niet nodig om in Nederland de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bij te stellen naar boven.


Deel dit item: