Afscheid van de oud-Eerste Kamerleden mevrouw Adriaansens en de heer Van der Burg



Verslag van de vergadering van 22 maart 2022 (2021/2022 nr. 22)

Aanvang: 13.31 uur

Status: gecorrigeerd


Aan de orde is het afscheid van de oud-Eerste Kamerleden mevrouw mr. drs. M.A.M. Adriaansens en de heer E. van der Burg.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Aan de orde is het afscheid van twee oud-Eerste Kamerleden: mevrouw Adriaansens en de heer Van der Burg.

Collega's. We nemen vandaag afscheid van mevrouw Adriaansens en de heer Van den Burg, omdat zij zijn toegetreden tot het nieuwe kabinet onder leiding van Mark Rutte.

Eerste Kamerleden kunnen op grond van artikel 57 van de Grondwet niet tegelijkertijd ook minister of staatssecretaris zijn.

Overigens zijn beide bewindspersonen niet de enige voormalig Eerste Kamerleden in het kabinet-Rutte IV.

Er is bij de vorming van het kabinet veel gezegd over de diversiteit ervan: de man/vrouw-verhouding, bewindspersonen met een migratieachtergrond, stad/platteland enzovoorts. Maar ik miste in al die analyses toch één: het aantal senatoren en oud-senatoren in het nieuwe kabinet. Dus heb ik die berekening maar zelf gemaakt. Het blijkt dat 5 van de 29 bewindspersonen ooit deel uitgemaakt hebben van deze Kamer. Dat is ruim 17%. Geen slechte score, maar er is nog wel genoeg ruimte voor verbetering in de toekomst, zou ik zeggen!

(Hilariteit)

De voorzitter:

En daar rekenen wij ook op.

Aangezien de Eerste Kamer ouder dan 100 jaar is, zou het predicaat "hofleverancier" misschien niet misstaan.

Ook al verrijken mevrouw Adriaansens en de heer Van der Burg het kabinet met de in deze Kamer opgedane ervaring, ik heb hen met lede ogen zien gaan. Hun inbrengen als Kamerleden missen we, al was de heer Van der Burg enkele weken geleden hier al wel voor zijn plenaire debuut als staatssecretaris. En dat ging heel redelijk!

(Hilariteit)

De voorzitter:

Mevrouw Adriaansens. Maandag 10 januari bent u beëdigd als minister van Economische Zaken en Klimaat in het kabinet-Rutte IV. U trad daarmee in de voetsporen van de fractievoorzitter van de VVD in deze Kamer. Ik ga ervan uit, ook haar kennende, dat zij u van de nodige, deels ook ongevraagde adviezen zal hebben voorzien.

U studeerde bestuurskunde en Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Aansluitend werd u advocaat bij AKD Prinsen Van Wijmen in Utrecht. Na acht jaar in de advocatuur maakte u de overstap naar de adviespraktijk en werd u senior adviseur in de zorg bij TwynstraGudde.

Vervolgens bleef u geruime tijd werkzaam in de zorg. Sinds 2016 was u weer terug bij TwynstraGudde als voorzitter van de raad van bestuur.

Uw lidmaatschap van de Eerste Kamer was uw eerste politieke functie. Op 11 juni 2019 werd u geïnstalleerd als lid van de Eerste Kamer. Ruim tweeënhalf jaar later werd u lid van kabinet-Rutte IV.

U was in deze Kamer voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De afgelopen twee jaar stonden voor iedereen in het teken van de coronapandemie, maar dat gold zeker voor de commissie VWS. Uw handen zullen vast weleens gejeukt hebben om ook zelf inhoudelijk deel te nemen aan de debatten, als jurist met werkervaring bij verschillende zorginstellingen.

In de Kamer voerde u het woord bij wetsvoorstellen met betrekking tot onderwijs, in het bijzonder het funderend onderwijs, en justitie en veiligheid. Het onderwijs noemde u de sleutel voor de ontwikkeling van mensen en van de samenleving.

U heeft nu de overstap naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gemaakt, waar u zich ongetwijfeld met dezelfde inzet en betrokkenheid die wij hier van u hebben leren kennen, inzet voor de Nederlandse samenleving.

Meneer Van der Burg. Ook u bent 10 januari beëdigd, maar dan als staatssecretaris van Asiel en Migratie. En ook u heeft een illustere voorganger op die post, voormalig Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol.

In tegenstelling tot mevrouw Adriaansens, voor wie het Eerste Kamerlidmaatschap haar eerste politieke functie was, bent u al vier decennia politiek actief. U begon als bestuurslid in uw eigen stadsdeel in Amsterdam-Zuidoost, en later werd u daar dagelijks bestuurder.

Twintig jaar geleden werd u lid van de centrale gemeenteraad van Amsterdam en in 2010 werd u wethouder. Als geboren Amsterdammer — dat is ook nog wel hoorbaar — kwam daarmee een droom van u uit. Toen u na twee termijnen als wethouder bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 in de oppositiebankjes kwam te zitten, besloot u de overstap naar de landelijke politiek te maken.

Sinds 2019 maakte u deel uit van deze Kamer. U voerde namens de VVD het woord over binnenlandse zaken, zoals het woonbeleid. Daarbij kwam u uw oud-collegawethouder Kajsa Ollongren weer tegen. En nu bent u in kabinet-Rutte IV opnieuw collega's.

Ook was u in de Eerste Kamer ondervoorzitter van de Parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving, die in de loop van dit jaar haar bevindingen zal presenteren.

Over uw nieuwe functie als staatssecretaris zei u dat u veel ervaring en enthousiasme meebrengt. Dat eerste blijkt al uit uw cv en dat enthousiasme herkennen wij als voormalige collega's in de Eerste Kamer zeer goed!

Mevrouw Adriaansens, beste Micky. In je maidenspeech bij een wetsvoorstel over meer ruimte voor nieuwe scholen beschreef je je eigen leerstijl als "creatief". Ook zei je dat je ervan houdt om in het diepe te springen, het liefst zonder bandjes. "Dat schijn ik nog leuk te vinden ook", zo voegde je eraan toe.

Je bent dit jaar opnieuw in het diepe gesprongen, maar met alle ervaring die je hebt opgedaan in de advocatuur, het adviesvak, het besturen en het Kamerwerk, heb je inmiddels je A-, B- én C-diploma op zak. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat je het hoofd boven water zult houden.

Meneer Van der Burg, beste Eric. In je maidenspeech sprak je gepassioneerd over je drijfveren om politiek actief te worden en te blijven, inmiddels al 40 jaar.

Je zei dat het de opdracht aan alle politici en bestuurders is om niet alleen te luisteren naar de mensen die uit zichzelf naar ons toekomen, bijvoorbeeld door in te spreken, petities aan te bieden en te demonstreren, maar — ik citeer — "we zijn nog meer nodig voor hen die ongehoord blijven, omdat ze de weg niet weten te vinden, de kracht niet hebben en niet bij machte zijn om hun stem te laten horen."

Oog hebben voor die groep deed je als wethouder in Amsterdam, als Eerste Kamerlid en doe je nu als staatssecretaris.

Micky en Eric. Ik wens jullie — ik weet zeker dat ik namens de gehele Eerste Kamer spreek — alle goeds toe in jullie nieuwe rol.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.