Steun voor verlengen maatregelen terrorismebestrijding: debat samengevat



De Eerste Kamer stemde dinsdag 22 februari in met het verlengen van de werkingsduur van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding met vijf jaar per 1 maart 2022. De fracties van CDA, VVD, Fractie-Nanninga, CU, Fractie-Otten, PVV, 50Plus, SGP en FVD stemden voor, de fracties van D66, GL, PvdA en SP stemden tegen het wetsvoorstel. De fracties van PvdD en OSF waren afwezig bij de stemming. De Kamer debatteerde eerder op de dinsdag met minister Yeşilgöz over het wetsvoorstel.

Kamervoorzitter Bruijn (links) en minister Yeşilgöz (rechts)
Grotere versie foto

De Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt) bevat tijdelijke regels voor het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen aan personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of die het voornemen hebben om zich aan te sluiten bij terroristische strijdgroepen. Door het aannemen in de Tweede Kamer van de motie-Segers/Van Toorenburg wordt de werkingsduur met vijf jaar verlengd en blijft het een tijdelijke wet. Daarnaast is ook het huidige dreigingsbeeld een reden om de Twbmt te behouden, aldus het kabinet.

Een aantal fracties in de Eerste Kamer vroeg de minister naar precies de noodzaak van dit wetsvoorstel, nu het dreigingsniveau is gedaald. Ook was een aantal woordvoerders kritisch omdat de wet niet effectief is gebleken, hoge kosten kent en vergaande maatregelen met zich meebrengt. Andere woordvoerders zeiden daarentegen dat het wetsvoorstel paste in een totaalpakket van maatregelen om terrorisme te bestrijden.


Impressie van het debat

Wet is niet effectief

Senator De Boer (GroenLinks) zei dat de wet bij invoering werd gelegitimeerd door de situatie op dat moment. Maar het dreigingsniveau is inmiddelsmgedaald, er zijn bijvoorbeeld nauwelijks nog 'terugreizigers' uit voormalig IS-gebied. Ze vroeg de minister daarom wat onder de huidige omstandigheden precies de noodzaak voor dit wetsvoorstel is. Het antwoord 'Voor het geval dat' is wat De Boer betreft onvoldoende. Ze vroeg of voor het bereiken van het doel - beschermen van de nationale veiligheid - niet minder verdergaande maatregelen kunnen worden ingezet. Het verschil met strafrecht is dat dat gebaseerd wordt op feiten, terwijl deze bestuurlijke maatregelen zijn gebaseerd op een beeld. De wet is niet effectief gebleken, besloot De Boer.

Beter dan niets

Senator Bezaan (PVV) zei dat Nederland ook in 2027, over vijf jaar, niet van de jihadstrijders verlost is. Ze noemde de maatregelen een druppel op een gloeiende plaat. De PVV is van mening dat het de plicht van de overheid is om haar burgers tot het uiterste te beschermen. Deze maatregelen, zoals de enkelband en gebiedsverboden, doen dat niet. Ze vroeg of de minister het met haar eens was dat Nederland aan terroristen geen millimeter ruimte zou moeten geven. De PVV is voor de verlenging van de wet, in het kader van: iets is beter dan niets, besloot Bezaan.

Bevoegdheden proportioneel?

Senator Recourt (PvdA) wees net als senator de Boer op het verminderde dreigingsbeeld. Hij zei dat de regering eerlijk toegeeft dat ze de wet liever permanent had gemaakt maar onder druk van de Tweede Kamer voor tijdelijke verlenging kiest. De bevoegdheden moeten proportioneel zijn ten opzichte van de dreiging, aldus Recourt. Macht en overheidsmacht moet altijd kritisch worden benaderd. Het stellen van de proportionaliteits- en subsidiariteitseisen is nodig. Volgens Recourt gaat deze wet een stap verder, omdat het hier niet het strafrecht is dat vrijheid inperkt, maar het bestuur. De PvdA wil de nadruk leggen op een lokale aanpak en voor nu stoppen met deze wet en de bijkomende negatieve effecten.

Nut en noodzaak niet duidelijk

Senator Dittrich (D66) zei dat deze wet kan worden ingezet in situaties waarin het strafrecht nog niet aan de orde is. Hij noemde het een ingrijpende maatregel voor de grondrechten van burgers. Ook hij vroeg naar het nut en de noodzaak van de wet. Hij vroeg of de minister erkent dat het WODC kritisch is over de wet en dat het concludeert dat de wet niet heeft bijgedragen aan de nationale veiligheid. Dittrich wilde verder weten waarom het contactverbod effectief beschouwd wordt, terwijl het nog maar een keer is ingezet. Op grond van gedragingen van betrokkenen wordt ingegrepen, maar voorbereidingshandelingen zijn strafbaar: waarom dan niet grijpen naar het strafrecht, zo vroeg hij de minister.

Tijdelijk moet tijdelijk blijven

Senator Janssen (SP) zei dat het lijkt alsof het kabinet in reactie op de kritiek van het WODC zegt dat het WODC de wet niet heeft begrepen. Wat de SP betreft moet tijdelijk tijdelijk blijven en niet permanent worden in een verhullend jasje. Ook al is de dreiging nul, je weet maar nooit, zegt het kabinet. Volgens Janssen horen dergelijke vergaande grondrechtenbeperkende maatregelen echter niet thuis in een tijdelijke wet. Hij zei dat de beantwoording door de minister daarentegen aan alle kanten uitschreeuwt dat de wet permanent moet worden. Het nut en de noodzaak van de wet zijn volgens Janssen niet aangetoond.

Bestuursrecht juiste route?

Ook senator Talsma (ChristenUnie) wees op de kritische evaluatie van het WODC en de kanttekeningen van de Raad van State. Hij denkt dat vijf jaar te weinig casuïstiek heeft opgeleverd om een goede evaluatie te kunnen doen, en tegelijk heeft de wet veel tijd en geld gekost, op alle niveaus. Hij vroeg de minister aan welke eisen de maatregelen moeten voldoen om weer te kunnen worden verlengd. In navolging van eerdere sprekers vroeg Talsma of het bestuursrecht wel de aangewezen route is. Wanneer een rechter oordeelt dat er onvoldoende bezwaren zijn om iemand vast te houden en vervolgens de minister die voorwaarden alsnog oplegt op grond van een andere juridische titel, dan is de vraag wat voor rechtsstatelijk beeld zich voordoet. Talsma wilde van de minister weet wat zij daarvan vond.

Was permanent niet beter geweest?

Senator Doornhof (CDA) zei dat het aanvankelijk de bedoeling was dat deze wet permanent zou worden. Hij vroeg de minister hoe dat precies zat. Ook hij keek naar de evaluatie van het WODC waaruit blijkt dat niet veel gebruik is gemaakt van de bevoegdheden. Maar, zo zei Doornhof, als je de bevoegdheden nodig hebt, moet je ook 'ja' durven zeggen tegen een wet en niet kiezen voor een tijdelijke verlenging. Bovendien, betoogde hij, als je kijkt naar het huidige dreigingsniveau en dreigingsbeeld zou je de wet dan eigenlijk niet gewoon permanent moeten maken.

Genoeg reden voor verlenging

Volgens senator Arbouw (VVD) is het belangrijk om de integrale samenhang van de maatregelen om terrorisme te bestrijden in het oog te houden, zoals ook het intrekken van het Nederlanderschap. Hij vroeg de minister hoe zij hierover denkt. Waar het strafrecht geen alternatief biedt, daar kunnen deze bestuurlijke maatregelen worden ingezet, aldus Arbouw. Er is volgens hem dan ook genoeg reden om tot verlenging over te gaan. Als het niet nodig is, dan moet er geen gebruik worden gemaakt van deze maatregelen, zei hij, omdat er dan sprake is van een inbreuk op grondrechten. Arbouw wil de wet handhaven in het geheel van instrumenten, zodat het kan worden ingezet zodra nodig.

Minister Yeşilgöz: wet dient als achtervang

Minister Yeşilgöz van Justitie en Veiligheid zei dat het kabinet het belangrijk vindt om deze maatregelen ter beschikking te hebben, mocht dat nodig zijn, ter beschermen van de nationale veiligheid. Ook al zijn sommige maatregelen nog niet eerder ingezet, dan wil zij die wel graag tot de mogelijkheden houden. Volgens Yeşilgöz betekent een lager dreigingsniveau niet dat er geen personen zijn die niet kunnen overgaan tot terrorisme. Ook bij lager dreigingsniveau kan besloten worden de wet in te zetten, aldus de minister. Het strafrecht moet echt worden ingezet als dat kan en als dat nodig is. Deze wet dient als achtervang als de nationale veiligheid in het gedrang is en het strafrecht geen uitkomst biedt.



Deel dit item:
Begin van een dialoog venster. Het bevat 9 afbeeldingen. Gebruik de pijltoetsen om te navigeren. Escape sluit dit venster.
Kamervoorzitter Bruijn (links) en minister Yeşilgöz (rechts)
Afbeelding 1 - Kamervoorzitter Bruijn (links) en minister Yeşilgöz (rechts)