35.925 XV

Begrotingsstaten Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2022



Dit wetsvoorstel bevat de begroting van uitgaven en ontvangsten voor het jaar 2022 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.


Stand van zaken

De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK, C) op 7 december 2021 aangenomen.

Voor: SP, GroenLinks, Volt, PvdA, Fractie Den Haan, D66, ChristenUnie, VVD, SGP, Lid Omtzigt, CDA, JA21 en PVV.

Tegen: PvdD, DENK, FVD, BBB, BIJ1 en Groep Van Haga.

Het Lid Omtzigt wenste geacht te worden tegen dit wetsvoorstel te hebben gestemd.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 21 december 2021 als hamerstuk afgedaan. De PvdD-fractie is daarbij aantekening verleend.

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft op 4 oktober 2022 inbreng geleverd voor schriftelijk overleg over de brief van de minister voor APP van 12 juli 2022 over de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden (EK, L met bijlagen). De uitgaande brief is in bewerking.

Op 5 april 2022 vond een kennismakingsgesprek van de Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met de nieuwe bewindspersonen van SZW plaats.

De commisie heeft op 22 maart 2022 kennisgenomen van het verslag van een schriftelijk overleg met de minister voor APP van 15 maart 2022 over de planning van wetgevingstrajecten op het terrein van het ministerie van SZW en in het bijzonder de planning van de pensioenwetgeving (EK 35.925 XV / 32.043, H). De commissie besloot dit onderwerp te betrekken bij het kennismakingsgesprek met de bewindspersonen van SZW op 5 april 2022.

De commissie was in schriftelijk overleg getreden naar aanleiding van de brief van de bewindspersonen van SZW van 10 februari 2022 over de planning omtrent de in het coalitieakkoord aangekondigde voornemens en prioriteiten van het ministerie van SZW (EK 35.925 XV, F met bijlage).


Kerngegevens

ingediend

21 september 2021

titel

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2022

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

inwerkingtreding

Met ingang van 1 januari van het onderhavige begrotingsjaar. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum van 1 januari, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met 1 januari.


Documenten

Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-199] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-199] documenten