Interpellatie-Kox, gericht tot de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over de uitvoering van de motie-Kox c.s. over een tijdelijke huurstop voor zowel de sociale sector als de vrije sector



Verslag van de vergadering van 2 juni 2020 (2019/2020 nr. 29)

Aanvang: 16.47 uur

Status: gecorrigeerd


Aan de orde is de interpellatie-Kox, gericht tot de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over de uitvoering van de motie-Kox c.s. over een tijdelijke huurstop voor zowel de sociale sector als de vrije sector (35431, letter D).

Tot het houden van deze interpellatie is verlof verleend in de vergadering van 2 juni 2020.

(De vragen zijn opgenomen aan het eind van deze editie.)


De voorzitter:

Thans is aan de orde de interpellatie-Kox over de uitvoering van de motie 35431, letter D van het lid Kox c.s. over een tijdelijke huurstop voor zowel de sociale sector als de vrije sector. Tot het houden van deze interpellatie is eerder vanmiddag verlof verleend en de interpellatievragen van de heer Kox zijn ter kennis van de leden en de minister gebracht.

Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom in de Eerste Kamer.

De spreektijd in eerste termijn voor de interpellant is vastgesteld op maximaal vijf minuten, en in tweede termijn voor de interpellant en eventuele overige sprekers op maximaal twee minuten.

Voorts deel ik de Kamer mee dat het gebruik is dat de interpellant in zijn eerste termijn niet wordt geïnterrumpeerd. U kunt uw vragen aan de heer Kox en aan de minister in tweede termijn stellen.

Ik geef het woord aan de heer Kox.


De heer Kox (SP):

Dank u wel, voorzitter. Mag ik de Kamer bedanken voor het mogen houden van deze interpellatie? En mag ik de minister bedanken voor haar bereidheid vandaag al aanwezig te zijn?

We hebben het inmiddels over een spoedeisende kwestie, het uitdrukkelijke verzoek van deze Kamer, op 21 april jongstleden gedaan aan de regering, om als noodmaatregel in coronatijd een tijdelijke huurstop mogelijk te maken in de sociale en de vrije sector. Uitvoering van deze motie zou direct gevolgen hebben voor het overgrote deel van de ruim 3 miljoen huurders in ons land aan wie per 1 juli een huurverhoging is aangezegd. Uitvoering van de motie betekent dat pakweg 400 miljoen — cijfers van de regering — komend jaar bij de huurders in de portemonnee blijft. Dat geeft hun enige lucht en helpt hen om deze onverwachte en ingrijpende crisis te doorstaan.

In al z'n eenvoud sluit uitvoering van deze motie heel goed aan bij de andere generieke noodmaatregelen van de regering. Voor die maatregelen bestaat brede instemming, ook in deze Kamer. De regering zegt ter beteugeling van deze crisis te doen wat nodig is, hoe afwijkend dat soms ook is van wat te doen gebruikelijk is. Dat is goed gezegd. Het mogelijk maken van een tijdelijke huurstop past daar prima bij. Het is een eenvoudige maatregel met directe werking, zonder bureaucratie en met overzienbare gevolgen.

Zo'n generieke regeling is te meer passend omdat een bovengemiddeld groot deel van de Nederlandse huurders in een beduidend slechtere financiële uitgangspositie verkeert dan de gemiddelde Nederlander in deze crisis. Voor het begin van de coronacrisis zat volgens het Nibud al een kwart van alle huurhuishoudens financieel klem. Inmiddels, zo zegt het Kwaliteitscentrum Woningcorporaties Huursector, zijn er al 360.000 corporatiehuurders wier inkomen onzeker is geworden nu de coronacrisis langere tijd voortduurt. Van de overige corporatiehuurders maakt een kwart zich nu al zorgen. Hoe langer de crisis duurt, hoe groter de kans dat ook hun inkomsten onzeker worden, aldus het kwaliteitscentrum. Ook een groot deel van de huurders in de vrije sector heeft het zwaar, betaalt volgens het Nibud vaak al een onevenredig groot deel van het inkomen aan huur en wordt door de komende huurverhoging nog zwaarder belast.

De aangenomen motie geeft hun allen een bescheiden, maar relevante bufferruimte. Hoewel de minister in april de motie ontraadde, zegde zij de Kamer toe na te gaan hoe de motie zou kunnen worden uitgevoerd. We zijn nu zes weken verder en nog slechts vier weken verwijderd van 1 juli. De minister heeft inmiddels twee lange brieven aan deze Kamer geschreven, maar ze heeft nog geen heldere invulling gegeven aan het dictum van de motie: als noodmaatregel een tijdelijke huurstop mogelijk maken voor de sociale en vrije sector. Vandaag hoop ik dat de minister in haar antwoorden op mijn interpellatievragen die helderheid wel zal geven. Die vragen heeft de minister, zoals u al zei, tijdig ontvangen, en de leden van de Kamer ook.

Daarbij hoeft de minister niet nog eens in te gaan op het al in vorige jaren overeengekomen maatwerk om huurders met grote financiële problemen bij te staan: prima zaak, vooral mee doorgaan, ze heeft groen licht. Maar deze Kamer was van dat staande beleid van specifieke maatregelen op de hoogte toen ze ja zei tegen het mogelijk maken van een tijdelijke huurstop als generieke maatregel.

Heel ingewikkeld is het allemaal niet, voorzitter. Deze Kamer wil dat zowel het specifieke beleid voor bepaalde huurders mogelijk blijft als dat een tijdelijke generieke maatregel voor alle huurders mogelijk wordt. Vandaar de eenvoudige vraag aan de minister: doet ze het of doet ze het niet, namelijk hetgeen de Kamer haar op 21 april uitdrukkelijk heeft verzocht? Ze zou daarmee niet alleen ons hier, maar vooral velen hierbuiten, met name de 3 miljoen huurhuishoudens, een serieus plezier doen. Voor hen helpen nu immers alle beetjes.

De minister hoeft niet te herhalen dat er schaduwkanten aan een generieke regeling zitten. Dat weten we. De argumenten daarover zijn op 21 april al uitgebreid gewisseld, waarna de Kamer haar besluit nam. De minister hoeft ook niet te verwijzen naar haar overleg met de Tweede Kamer. Dat volgen wij allemaal met grote interesse. De regering heeft een eigenstandige relatie met de Eerste Kamer. Op grond van het goede verkeer dat betaamt tussen regering en parlement is de regering in beginsel gehouden hier aangenomen moties uit te voeren. Er zijn twee uitzonderingen denkbaar op die regel. De regering wil wel uitvoeren, maar kan het niet of de regering kan wel uitvoeren, maar wil het niet. In het eerste geval past hier een feitelijke weging, in het tweede geval een politieke. Op beide uitzonderingen heeft de minister echter tot dusverre geen beroep gedaan. Het zou dus fijn zijn als de minister aan het einde van dit debat toezegt dat ze na heroverweging gehoor geeft aan het uitdrukkelijke verzoek van deze Kamer en dat ze daarom als noodmaatregel op enigerlei wijze een tijdelijke huurstop mogelijk maakt, zodat de huurverhoging per 1 juli geen doorgang hoeft te vinden.

Meneer de voorzitter, ik zie uit naar het antwoord van de minister op de door mij aan haar voorgelegde interpellatievragen. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kox. Minister, bent u in de gelegenheid om direct te antwoorden? Ja? Dan wachten we even op het katheder. Ik geef het woord aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.


Minister Ollongren:

Dank, voorzitter. Dank aan de heer Kox voor zijn inleiding van zojuist, voor zijn toelichting en voor zijn vragen die mij gistermiddag al hebben bereikt. Ik denk dat het heel goed is dat we elkaar vandaag hierover spreken.

Eigenlijk is de kern van de zaak dat de heer Kox vraagt wat ik heb gedaan om tot uitvoering van de motie te komen. De vragen die de heer Kox heeft gesteld, gaan over het proces en over de gesprekken die zijn gevoerd met de verhuurdersorganisaties en huurdersorganisaties en andere ministeries. Ik heb dat natuurlijk gedaan, zoals ik al had toegezegd voor de stemming over de motie. De kern van de uitkomst van al het overleg dat ik daarover heb gevoerd, is dat een generieke maatregel niet doeltreffend zou zijn.

Daarom heb ik gekozen, zoals ik ook schriftelijk aan uw Kamer heb gemeld, voor maatregelen die huurders die in de problemen zitten, helpen. Ik heb gekozen voor een stapsgewijze aanpak. We gaan dus ook heel goed monitoren in welke mate dit wordt toegepast. Dat moet ik natuurlijk doen in overleg met de verhuurders, maar ook zeker op basis van de signalen die ik van huurders krijg over of ze al dan niet gehoor krijgen bij hun problemen.

Een volgende stap daarin is dat ik in augustus een beter beeld heb van de toegepaste huurverhoging. Dan kan ik ook kijken of er aanleiding is om aanvullende maatregelen te treffen. Ik wil steeds zoeken naar een oplossing die op steun kan rekenen, hier in deze Kamer en ook in de Tweede Kamer. Zo'n stapsgewijze benadering kost wel tijd. Ik vind het ook verantwoord om die tijd te nemen. Uit de gesprekken die ik heb gevoerd, blijkt dat het aantal signalen van huurders die in de problemen zitten, nog relatief gering is. Als ik dat meeweeg en steeds blijf monitoren, kan ik goed en verantwoord blijven kijken wat het zou betekenen voor eventuele steun vanuit het Rijk en voor hoe de verhuurders daarmee omgaan.

Voorzitter, tot zover ter inleiding.

Ik zal nu de vragen die heer Kox schriftelijk heeft gesteld, een voor een beantwoorden. De eerste vraag luidt: hoe zou zo'n tijdelijke huurstop tot stand kunnen worden gebracht? Als je daar invulling aan wilt geven, zijn er verschillende opties. Zoals de heer Kox ook schetst, is het inderdaad mogelijk om het via een minnelijke overeenkomst te doen. Je sluit dan dus een overeenkomst met verhuurders, waarin wordt afgesproken dat huurverhoging wordt uitgesteld voor een bepaalde periode. Dat is ook de route die ik heb gekozen in mijn voorstel het wettelijk mogelijk te maken dat er een tijdelijke huurverlaging komt. Dat is in lijn met deze manier. Indien je ervoor zou kiezen om een huurstop helemaal wettelijk te regelen, zijn er twee verschillende regimes nodig. Dan is er eentje nodig voor de vrije huursector, want dat betreft het Burgerlijk Wetboek. Er is er dan ook eentje nodig in de gereguleerde huursector. Dan kan het per ministeriële regeling.

De tweede vraag van de heer Kox bestond uit een aantal onderdelen, a tot en met e, die eigenlijk allemaal zien op het overleg dat gevoerd is met de verschillende organisaties die hierbij betrokken zijn. Ik heb alle opties die er zouden zijn met verhuurders besproken en van beide opties op hoofdlijnen voor- en nadelen besproken. Dat betekent dat de verhuurders ook hebben kunnen aangeven welke consequenties dergelijke opties voor hen zouden hebben. Hieruit maak ik op dat op dit moment een relatief kleine groep van huurders, zo'n 0,5% tot 2% van de huurders, zich meldt met een betalingsrisico. Dat zijn vooral mensen met kleine banen of flexwerkers. De inzet van het kabinet is er natuurlijk op gericht om die inkomens aan de voorkant te ondersteunen. Er is ook een grote groep huurders afhankelijk van hun uitkering of hun pensioen. Voor hen verandert er op dit moment nog niks. Vaak compenseert de huurtoeslag de huurverhoging. Dat is dus ook nog relevant. Zoals ik al zei, weten we in augustus meer over de economische nasleep en de inkomensontwikkeling. Dan weet ik ook meer, dankzij de monitoring van hoe verhuurders zijn omgegaan met de problematiek en de monitoring van huurders met betalingsproblemen.

Uit alle gesprekken en uit de weging van al die opties komt naar voren dat voor het opstellen van een generieke maatregel, zowel voor de gereguleerde als voor de geliberaliseerde huren, er echt meer tijd nodig is in die stap-voor-stapbenadering. Daarbij wil ik dus ook weten hoe die huurverhoging daadwerkelijk is uitgepakt en hoe de economische vooruitzichten zich ontwikkelen. Dat was aan het begin van de coronacrisis namelijk nog niet duidelijk. Met andere woorden: ik wil de vinger aan de pols houden en geen enkele oplossing uitsluiten, maar intussen wil ik wel maximaal inzetten op het tegemoetkomen van huurders die in de problemen zitten.

Om de heer Kox nog even recht te doen, ga ik toch nog iets meer in op de subvragen die hij heeft gesteld. Ik heb alle verschillende opties met de verhuurderorganisaties besproken. Dat betrof het wettelijk bevriezen, het uitstellen van huurverhogingen, het maken van afspraken over huurverhogingen, het maken van afspraken over maatwerk, een eventueel gemeenschappelijk fonds, de structurele samenwerking tussen verhuurders. Ik heb begrepen dat ook de verschillende verhuurdersorganisaties zelf hun kijk op de verschillende opties aan deze Kamer kenbaar hebben gemaakt.

Ik wijs er ook op dat de motie 21 april werd aangenomen. Huurverhogingen moeten minimaal twee maanden van tevoren worden gemeld. Dat betekent dat veel van de brieven voor huurders eigenlijk al de deur uit waren op het moment dat de motie werd aangenomen. Dat is natuurlijk ook een relevant gegeven voor mij. De verhuurders hebben die duidelijkheid al gegeven en staan zelf ook voor een aantal opgaven, om te investeren, woningen te onderhouden en nieuwe woningen te bouwen. Daarvoor moeten ze natuurlijk ook hun plannen tijdig klaar hebben.

Enkele leden van de Kamer trokken de vorige keer de parallel met andere noodmaatregelen die het kabinet neemt, onder andere het ondersteunen van inkomens van flexwerkers en van bedrijven. Er werd toen gesproken over de heer Koolmees, die generiek en ongericht maatregelen neemt. Dat klopt ook, maar deze maatregelen financieren we eigenlijk met zijn allen uit de schatkist, uit de staatsschuld, terwijl het bij een huurbevriezing natuurlijk gaat om geld dat anders voor andere doelen kunnen zou worden ingezet. Dat kan niet meer als die huurstijging niet meer zou worden geheven.

Dan de vraag over de compensatie. Het gaat inderdaad — dat zei de heer Kox zelf ook in zijn inleiding — om structureel 400 miljoen euro. Daarbij zouden we dan eens niet iedereen bereiken, want er zijn natuurlijk ook verhuurders die minder dan 50 woningen verhuren en geen verhuurderheffing betalen. Die zou je daarmee dus niet kunnen bereiken. Maar nogmaals, die 400 miljoen, die naar alle huurders zou gaan, is dan niet meer beschikbaar voor onderhoud, voor verduurzaming, voor nieuwbouw en ook niet voor het matigen van de huur, want dat is natuurlijk een plak die je uit de financiering haalt.

Ik heb uiteraard ook overleg gevoerd met de Woonbond over de positie van de huurders. Daar kwamen verschillende punten uit naar voren. De Woonbond zou graag zien dat huurders een afdwingbaar recht krijgen op een huur passend bij het inkomen. De Woonbond heeft veel signalen binnengekregen van alleenstaande huurders die op basis van het Sociaal Huurakkoord, het akkoord dat gesloten is tussen partijen onderling, hadden verwacht in aanmerking te komen voor een huurverlaging, maar deze niet krijgen. Dat staat op zichzelf los van de hele problematiek rondom corona, maar ik heb tegen de Woonbond gezegd dat het goed is om daarnaar te kijken. Het is een uitwerking die voor alleenstaanden onverwacht nadelig lijkt te zijn. Die signalen moeten we dus oppakken. Dat wil de Woonbond graag en dat wil Aedes ook graag. Dan moeten we zien of we daar een mouw aan kunnen passen.

De Woonbond heeft ook aangegeven dat indien een generieke huurmaatregel wordt getroffen, die alleen gepaard kan gaan met compensatie via de verhuurderheffing vanwege de impact op de investeringscapaciteit zoals ik die net schetste. Dat werd dus ook door de Woonbond erkend.

De derde vraag van de Kox was: klopt het dat de maatwerkvoorstellen waarover de minister spreekt al geruime tijd geleden overeen zijn gekomen? Dat klopt niet. In eerste instantie, aan het begin van de coronacrisis, heeft mevrouw Van Veldhoven, die mij toen verving, met verhuurders afspraken gemaakt om maatwerk toe te passen. Deze afspraken heb ik naar aanleiding van motie samen met de verhuurders geconcretiseerd. Ik heb daar dus echt nadere invulling aan gegeven. Op basis daarvan weten we dus ook hoeveel procent van de huurders nu al zegt in de problemen te zijn gekomen. Om de nieuwe afspraken beter mogelijk te maken, heb ik dus gezegd dat ik versneld een spoedwet wil indienen om tijdelijke huurverlaging mogelijk te maken. Dat is dus allemaal bovenop wat er eerder al was voorzien. Dat wetsvoorstel komt met spoed naar het parlement.

De vierde vraag van de heer Kox ging eigenlijk over de relatie tussen een generieke maatregel en het zogenaamde maatwerk. Juridisch gezien staat maatwerk een generieke oplossing niet in de weg — die stelling klopt dus helemaal — maar financieel is er natuurlijk wel een probleem. Daarom heb ik in mijn beantwoording geschetst welke kosten dit met zich meebrengt. Ik heb al gezegd dat dat 400 miljoen is voor een heel jaar huur bevriezen, met een structureel effect. Dat is geld dat dan ook niet kan worden besteed aan andere zaken.

De vraag of de tijdelijke huurkorting die ik net aankondigde een specifieke korting is en of het klopt dat een dergelijke specifieke maatregel geen alternatief kan zijn voor een generieke huurstop is, denk ik, een omkering van wat ik zonet heb betoogd. De tijdelijke huurkorting is inderdaad een instrument dat de verhuurder op verzoek van de huurder kan inzetten. Die past goed bij de afspraken om mensen in de problemen te helpen. Maar op dit moment weten we ook nog niet alles. We moeten echt weten hoe deze coronacrisis zich gaat vertalen in de economische omstandigheden. Ik moet beter weten hoe de huurverhogingsronde precies uitpakt. Ik moet ook weten hoe de verhuurders erin slagen om huurders in problemen wél te helpen. Met andere woorden, zijn huurders die hebben aangeklopt, die aan de bel hebben getrokken bij hun verhuurders, ook daadwerkelijk geholpen?

Ik heb, mede ook om recht te doen aan de motie en de wens die in deze Kamer leeft, niet alleen verhuurders opgeroepen om hun verantwoordelijkheid te nemen, maar ook tegen huurders gezegd dat als ze dat gehoor niet vinden bij hun verhuurder, dat te melden. Dus ga naar de Huurcommissie, zodat we echt goed weten of de verhuurders zich houden aan hun afspraken. Ik zal zorgdragen dat er een meldpunt komt bij de Huurcommissie waar huurders met deze klacht terecht kunnen. Ik wil dat op hele korte termijn doen.

Bij alles moet je altijd ook hoor en wederhoor toepassen. Verhuurders kunnen soms een reden hebben waarom ze niet tegemoet kunnen komen aan wensen van huurders. We hebben ook soms hele kleine verhuurders, particulieren, voor wie het verhuren van een enkele woning bijvoorbeeld hun pensioenkomsten zijn. Het is natuurlijk belangrijk om daar oog voor te blijven houden.

De zesde vraag van de heer Kox gaat over het wel of niet uitvoeren van de motie. Daarvan heb ik geschetst dat de wijze waarop ik dat probeer te doen, een stap-voor-stapbenadering is. Door middel van het zetten van stappen en het tegelijkertijd monitoren van hoe dingen lopen, doe ik mijn best om recht doen aan de wens van de Kamer.

De zevende vraag is of ik bereid ben om op enigerlei wijze tegemoet te komen aan het uitdrukkelijke verzoek van de Eerste Kamer om een tijdelijke huurstop mogelijk te maken of anderszins te bewerkstelligen dat huurders in de sociale en de vrije sector gecompenseerd worden voor de door hen aangezegde huurverhoging. Daarvoor zou ik willen herhalen wat ik net zei. Als je als gevolg van de coronacrisis echt een inkomensdaling doormaakt, dan kan het heel goed zijn dat dat via de huurtoeslag wordt gecompenseerd — ik hou het even in het huurdomein. Huurders die huurtoeslag ontvangen, worden sowieso gecompenseerd voor de jaarlijkse huurverhoging. Die afspraak is er dus al. Voor werknemers geldt normaal gesproken dat de cao gewoon wordt gevolgd. Als dat niet het geval is, kan het heel goed zijn dat werknemers dan in een van de twee regelingen vallen van de collega's: de NOW-regeling of de Tozo-regeling. In augustus kijken we traditioneel altijd naar de koopkrachtplaatjes. Dan zal ik natuurlijk vanuit mijn positie heel erg letten op deze groep. Dan gaan we ook bezien of niet via de route van de huur maar via de route van de inkomens compensatie aan de orde zou zijn.

Voorzitter. Daarmee heb ik de schriftelijk gestelde vragen beantwoord en ben ik ingegaan op de inbreng van de heer Kox in eerste termijn. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, minister. Dan komen we nu toe aan de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef even het woord aan de heer Kox.

De heer Kox (SP):

Voorzitter, zou u voordat we aan de tweede termijn beginnen, een korte schorsing willen toestaan, zodat ik met collega's kan overleggen over hoe we het antwoord van de minister wegen?

De voorzitter:

Uiteraard, meneer Kox.

De heer Kox (SP):

Tien minuten, zou dat mogelijk zijn?

De voorzitter:

Dan schors ik nu tien minuten.

De vergadering wordt van 17.09 uur tot 17.28 uur geschorst.


De voorzitter:

Dan zijn we nu toegekomen aan de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik meld de leden dat, ingeval u een motie indient, u de tekst zelf dient voor te lezen. Daarna kunt u de motie rechts van u op het tafeltje neerleggen. De Kamerbewaarder zal de motie na uw inbreng ophalen en verspreiden.

De beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Kox. De spreektijden in tweede termijn zijn, zoals afgesproken, twee minuten.


De heer Kox (SP):

Voorzitter. Ik dank de minister voor haar beantwoording. De minister zei: we weten nog niet alles. Dat is een zin die we veel gehoord hebben de afgelopen maanden. En terecht, want zoals onze minister-president zegt: op basis van 50% informatie moeten we 100% besluiten nemen. Dat geldt ook hiervoor. We weten nog niet alles. De minister zegt dat zich nu nog geen grote aantallen huurders hebben gemeld met "ik zit nu vanwege corona in de problemen". Maar we weten nog niet alles. Wat we wel weten, is dat de woningcorporaties zelf via hun kwaliteitscentrum hebben gezegd: 360.000 huurders geven nu in onze enquêtes aan dat ze financieel in de problemen zouden kunnen komen. 800.000 mensen zitten volgens het Nibud financieel klem en besparen al op van alles en nog wat om de huren te betalen. Gepensioneerden en mensen met een uitkering lopen geen gevaar, zegt de minister. Dat moeten we nog maar even zien, want het zou zomaar wel kunnen gebeuren. Dus we weten nog niet alles, maar dat wil niet zeggen dat we op basis van de informatie die we hebben, niet zouden kunnen handelen.

De heer Van der Burg (VVD):

Het klopt natuurlijk dat we niet alles weten. De vraag is of dat niet altijd het geval is. Maar bent u het met me eens dat we in ieder geval wel weten dat Aedes ons een brief heeft gestuurd waarin zij namens de woningcorporaties hebben gezegd achter het beleid van de minister te staan? We weten nog niet alles, maar bent u het wel met me eens dat IVBN heeft gezegd dat zij tot nu toe van 1% van de huurders meldingen hebben gekregen die gerelateerd zijn aan corona? Is de heer Kox het met mij eens dat wij die twee dingen wel weten?

De heer Kox (SP):

We hebben inderdaad een brief gekregen van Aedes, waarin staat dat, ceteris paribus zal ik maar zeggen, dus onder gelijkblijvende omstandigheden, de corporaties zeggen: als we het ene moeten betalen, hebben we geen geld voor het andere. Waar we geen antwoord op hebben gekregen — daar was een van de vragen op gericht — is: heeft de minister ook gezegd "als jullie de huren nu bevriezen en ik een deel van de verhuurderheffing voor dit jaar uitstel — we stellen heel veel belastingen uit op dit moment — valt er dan met jullie te praten?" Dan weten collega Van der Burg en ik dat Aedes dan meteen had gezegd: dan valt er zeker met ons te praten, want wij willen dat namelijk al heel lang, zo goed als eigenlijk een groot deel van het parlement dat ook allang wil.

Het tweede is dat inderdaad een groep van institutionele beleggers zegt: wij krijgen weinig klachten. Tegelijkertijd heeft een grote institutionele belegger, Invest-NL, gezegd: wij vinden de situatie toch zo erg dat wij de huurverhoging onverplicht zelf uitstellen voor een jaar. Dat zijn ook signalen. En als derde: de Woonbond, door de minister genoemd als aan haar kant staande, heeft een duidelijke positie: de motie van de Eerste Kamer zal moeten worden uitgevoerd. Kijk op de website van de Woonbond, daar staat het. De Woonbond wil nog veel meer, maar wil vooral dat ook gedaan wordt wat deze Kamer heeft uitgesproken. Dat zijn drie andere bewijzen.

De heer Van der Burg (VVD):

Ik ben blij dat de heer Kox mij indirect nóg een argument geeft, iets wat we al weten, namelijk dat zelfs institutionele beleggers in een aantal gevallen hebben aangegeven, de huur niet te verhogen. Dat sluit aan bij het verhaal van de minister. We weten dat de corporaties achter het beleid van de minister staan, we weten dat de Vereniging van Institutionele Beleggers zegt weinig problemen te zien en we weten dat sommige individuele institutionele beleggers de huren niet verhogen. Dank u wel, voorzitter.

De heer Kox (SP):

In deze zaal valt gewoon het begrip "Hollandse rekenkunde" zomaar bij je binnen. Onze Koning Willem I was hier erg bekwaam in. Als één investeerder zegt de huren niet te verhogen, dan is voor collega Van der Burg het argument om te zeggen: er is geen probleem. Als een ander zegt niets te horen, dan is er geen probleem. Als de Woonbond zegt: bevries de huren maar, dan heeft de heer Van der Burg dat niet gehoord, maar als Aedes een brief schrijft "als we niet meer geld krijgen, kunnen we de huurverhoging niet wegschrijven" dan heeft hij dat ook niet gehoord. Je kunt zo redeneren, maar het is niet helemaal logisch en het klopt ook niet.

De voorzitter:

De heer Van der Burg, nog een korte vraag. U krijgt straks eigen spreektijd.

De heer Van der Burg (VVD):

U zag dat ik ging zitten, voorzitter, omdat ik dacht dat ik klaar was. Maar de heer Kox kiest een bijzondere redenering. Ik heb niet aangegeven dat er geen problemen zouden zijn, ik heb alleen aangegeven dat we meer informatie hebben dan de heer Kox suggereert. En ik heb aangegeven dat de belangrijkste gesprekspartners van de minister, ook in de motie genoemd, achter het beleid van de minister staan. Dat is wat ik heb gezegd, voorzitter.

De heer Kox (SP):

En collega Van der Burg vergeet de 800.000 mensen die volgens het Nibud nu al financieel klem zitten, en wier situatie in ieder geval niet verbetert, maar verslechtert, en dat de woningcorporaties zelf zeggen: 360.000 van onze huurders geven nu aan dat ze in financiële problemen raken vanwege de coronacrisis. Dat is toch net een iets grotere groep dan de groep waar de minister het over heeft. Nog een keer: voor die groep moet ook van alles gebeuren, daar hebben we maatwerk voor, maar deze Kamer wil nog iets meer doen, namelijk een generieke regeling voor alle mensen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Kox (SP):

Ik vervolg mijn betoog. De minister zegt: voor een generieke maatregel, als ik die al zou overwegen, is meer tijd nodig. Maar soms heb je die tijd niet. De tijd is nu: 1 juli worden de huren verhoogd om op 1 augustus te zeggen: nou, dat was toch eigenlijk niet zo verstandig, dat hadden we beter toen kunnen doen. Dan is het toch beter om in dit geval maar te zeggen: we moeten op dit moment die beslissing nemen. Het kost 400 miljoen, het is geen structurele uitgaaf, maar een uitgaaf voor nu. En het geld is beschikbaar in de verhuurderheffing.

De voorzitter:

Bent u bijna aan het eind van uw betoog?

De heer Kox (SP):

Ik ben bijna aan het einde van mijn betoog. Ik had gehoopt dat de minister zou begrijpen dat deze Kamer een uitdrukkelijk verzoek op tafel heeft gelegd en dat deze Kamer niet erom bekendstaat dat ze enkele weken later zegt: nou, vergeet het maar, we hebben weer iets anders. Ik had gehoopt dat de minister op enigerlei wijze tegemoet zou komen aan de wens van de Kamer. Ik constateer dat dat niet gebeurt. Daarom wil ik de volgende motie indienen.

De voorzitter:

Door de leden Kox, Vendrik, Nicolaï, Crone, Koffeman, Gerbrandy, Van Strien, Van der Linden en Van Rooijen wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

gezien het verzoek van de Kamer van 21 april 2020 aan de regering om, als noodmaatregel in de coronacrisis, een tijdelijke huurstop mogelijk te maken voor de sociale sector en de vrije sector;

gehoord de antwoorden van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de interpellatievragen over de uitvoering van motie 35431, D;

gehoord de beraadslagingen;

overwegende dat het in het goede verkeer tussen regering en parlement betaamt dat de regering in beginsel een motie van de Kamer uitvoert;

stelt vast dat de minister het dictum van de motie wel kan uitvoeren maar dat niet wenst te doen omdat ze een generieke huurmaatregel niet proportioneel en doeltreffend vindt;

doet een dringend beroep op de regering om alsnog de aangenomen motie uit te voeren door, op enigerlei wijze, een tijdelijke huurstop mogelijk te maken, of de Kamer mee te delen dat de regering het dictum van de motie niet wil uitvoeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter H (35431).

Dan ga ik naar de heer Rietkerk.

De heer Rietkerk (CDA):

Ik denk dat deze Kamer ook weet dat er op dit moment al een tekort aan goede huurwoningen is. Het gaat dan om starters op de huurmarkt. Het gaat om heel veel studenten, maar ook om ouderen. De vraag van de CDA-fractie is: wat zijn de effecten voor die doelgroep als de motie die de heer Kox nu indient, haar uitwerking gaat krijgen?

De heer Kox (SP):

Dat zal geheel en al afhankelijk zijn van wat de regering op dat punt nog meer doet. Als de regering zegt "de huren worden niet verhoogd per 1 juni en bekijk het verder maar", dan hebben met name de corporaties een groot probleem. Als de minister zegt "vanwege een crisis waar jullie als corporaties niks aan kunnen doen, vind ik het toch beter om de huren te bevriezen; jullie kunnen mij dus aanspreken voor compensatie vanwege deze maatregel; dat kan bijvoorbeeld door een deel van de verhuurderheffing in 2020 door te schuiven of niet uit te voeren", dan denk ik dat er geen effect is. Het effect zal dan per saldo positief zijn, want minder huurders worden dan in de problemen gebracht. Het is aan de regering om die oplossing te vinden, maar die oplossing ligt er en uw partij weet ook dat die oplossing er ligt. Ik ben er eigenlijk wel van overtuigd dat als de minister met die oplossing kwam, uw partij ook zou zeggen: het is een beetje vroeg, maar voor volgend jaar hadden we het toch al voorzien, dus doe het maar.

De heer Rietkerk (CDA):

Ik denk dat de SP-fractie en de CDA-fractie het over de verhuurderheffing in 2013 al eens waren. Een heel aantal partijen die nu onder de motie staan, hebben de verhuurderheffing geïntroduceerd. Wij zagen toen de ellende al aankomen; wij zagen toen al dat er voor studenten, jonge mensen en ouders te weinig huizen zouden zijn. Wij zijn het daar dus over eens, maar via u heb ik ook van de medeondertekenaars antwoord gekregen op de vraag over de verhuurderheffing. Men heeft daar destijds een bepaald standpunt over ingenomen. Wij zijn het erover eens dat dat destijds een gedrocht is geweest. Dan de vraag. Dat is een als-danvraag. Nee, de vraag is: welke dekking geven alle partijen die onder deze motie staat, nu aan het kabinet mee? Ik heb het dan niet over u namens de SP-fractie, want wij zijn het eens over de verhuurderheffing, maar over alle partijen. De vraag is dan: welke dekking geeft u dan mee?

De heer Kox (SP):

Deze motie is ingediend op de dag waarop de Eerste Kamer een heel groot pakket noodmaatregelen van de regering behandelde. De minister van Financiën vertelde ons toen: "Ik doe iets anders dan ik normaal doe. Normaal zeg ik: ik heb nergens geld voor, dus waar is de dekking? Maar in dit geval zeg ik toe dat ik de uitgaven zal dekken, hoeveel er ook nodig is." Wij als Kamer hebben al die plannen gesteund, maar wij ook gezegd: wij hebben nog een aanvullend plan, zodat we 3 miljoen huurders waarvan volgens alle onderzoeken vaststaat dat zij in elk geval een slechtere uitgangspositie hebben dan de gemiddelde Nederlander, ook nog een beetje tegemoetkomen. Dat kost dan 400 miljoen. Die 400 miljoen moet op enigerlei wijze gedekt worden. Maar ik vind dat een lid van de partij van onze minister van Financiën, die zegt "whatever it takes", nu moeilijk het argument op tafel kan leggen dat we een speciale dekking moeten hebben als het voor het niet doorgaan van de huurverhoging is. Dat is niet nodig. Het kan gedekt worden. De verhuurderheffing is een mogelijkheid, maar als de minister op een andere manier akkoorden kan sluiten met de minister van Financiën, dan is dat ook oké. Het feit blijft dat een aangenomen motie in principe hoort te worden uitgevoerd door de regering, ook al heeft een partij daar niet voor gestemd. Dat moet de collega van het CDA toch ook aanspreken?

De heer Rietkerk (CDA):

Daarover verschillen wij niet van mening, als het om de feitelijkheid gaat. Het ging mij erom dat u in feite aangeeft dat er een dekking is via de verhuurderheffing. Daar bent u voor. U praat namens alle fracties. Dat betekent dus dat alle fracties die een handtekening onder uw motie zetten expliciet zeggen: het is geen motie zonder financiële dekking. Maar ik hoor dus uit uw mond dat al die fracties vinden dat de verhuurderheffing de oplossing is om dat op te pakken?

De heer Kox (SP):

U hebt kleinere oren dan ik, maar dat kan u niet horen, want daarover staat niets in deze motie. Deze motie is zoals gezegd ingediend op het moment dat de minister van Financiën in deze Kamer kwam zeggen "whatever it takes om deze crisis door te komen". Een grote meerderheid van deze Kamer vindt dat het niet laten doorgaan van de huurverhoging tot "whatever it takes" hoort. Dat kost 400 miljoen. Het is aan de minister om in samenspraak met haar collega's in het kabinet een oplossing daarvoor te vinden. Ik hoop dat de minister begrijpt dat als de motie opnieuw zou worden aangenomen, of als deze motie zou worden aangenomen, het wel een heel duidelijk teken in de richting van de minister en de regering is dat er nu wel iets moet gebeuren.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

De 50PLUS-fractie tekent de motie ook mee.

De voorzitter:

Dank u wel en waarvan akte, meneer Van Rooijen. Dank u wel, meneer Kox. Wenst een van de leden in tweede termijn nog het woord? Dat is het geval. Dan begin ik bij de heer Van Strien. Spreektijden zijn twee minuten maximaal.


De heer Van Strien (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ik kan heel kort zijn. Deze minister blinkt uit in het oplossen van niet bestaande problemen. Denk bijvoorbeeld aan het afschaffen van het raadgevend referendum, omdat de Nederlandse bevolking één keer een uitspraak heeft gedaan die niet in lijn was met een enge kabinetsgedachte. Denk bijvoorbeeld aan de volgende fantasieën van deze minister om de verkiezingen in Nederland maar eens uit te gaan stellen. Wie weet vindt zij afschaffen daarvan nog beter.

Het zou beter zijn als deze minister zich bezig zou houden met de werkelijke problemen in dit land. Zo'n probleem is dat door de door het Wuhanvirus veroorzaakte crisis grote delen van de bevolking in de problemen heeft gebracht. En huurders behoren voor het overgrote deel tot die bevolkingsgroepen die in de problemen zijn gebracht. Het is een probleem dat op een technisch eenvoudige wijze, te weten met een generieke huurstop, ten minste voor een deel verzacht kan worden. De PVV-fractie snapt werkelijk niet waarom deze minister niet onmiddellijk met dit wél bestaande probleem op een democratische wijze aan de slag gaat en verzoekt haar de in deze Kamer aangenomen motie uit te voeren. Een stap-voor-stapoplossing is op geen enkele wijze de uitvoering van deze motie, die om een generieke huurstop verzoekt.

De nieuwe motie van de heer Kox hebben wij medeondertekend en zullen wij dus uiteraard ook steunen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Strien. De heer Pijlman.


De heer Pijlman (D66):

Voorzitter. De D66-fractie heeft de motie-Kox zoals die op 21 april werd aangenomen, niet ondersteund. Wij hadden daar twee redenen voor. Allereerst vinden wij maatwerk echt beter. Is het bijvoorbeeld echt zo dat bijvoorbeeld groepen die bovenmodaal verdienen, een vaste baan hebben bij de overheid en in de vrije sector wonen, nu geen huurverhoging zouden kunnen dragen? Of kijk naar scheefwoners in de sociale sector. Daarover hebben wij allemaal de opvatting dat zij sociale huurwoningen vasthouden, terwijl dat niet nodig zou zijn. Het is niet zo dat die geen huurverhoging zouden kunnen hebben. Wij vinden dat niet juist.

Het tweede punt voor ons was: moeten wij nou hier in dit huis een motie indienen die vlak daarvoor in de Tweede Kamer is afgewezen? Het kan zeker. Dat ontzeg ik Kox niet, maar ik vind het niet verstandig. Het behoort niet tot onze primaire taak. Het politieke debat ligt primair bij de Tweede Kamer. Als we nu kijken naar wat de minister tot dusver heeft gedaan om huurders die in problemen zijn gekomen te beschermen, vind ik dat een hele hoop. Als je dan doorredeneert, is het dan eigenlijk niet nog te vroeg — dat wil ik de minister ook vragen — om te zeggen dat de minister die motie niet gaat uitvoeren? Want ze wil een heel aantal stappen nemen. We hoorden net dat op de achtergrond ook de verhuurderheffing nog steeds een rol speelt; daar is ook in dit huis over gedebatteerd. Is rondom Prinsjesdag dan niet het juiste moment? Dan zeggen we dat we de gerechtvaardigde wens hebben om de huurders te beschermen ten tijde van corona — daar voeren we maatwerk voor in en er komen nog nieuwe wetsvoorstellen aan om hen te beschermen — maar dat de minister dit in samenhang rondom Prinsjesdag wil zien. En is het niet een mogelijkheid — dat zou ik dan ook aan Kox vragen — om zijn tweede motie nog even aan te houden en niet in stemming te laten brengen? We weten allemaal hoe de Kamer de eerste motie heeft beoordeeld, maar kunnen we die verschillende elementen in samenhang bekijken en dan na de zomer daarop terugkomen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Pijlman.

De heer Kox (SP):

Ik ken de overwegingen van collega Pijlman om niet voor de motie te stemmen. Hij heeft daar een andere visie op. Dat is zijn goed recht, maar de vraag aan collega Pijlman is wat we doen met aangenomen moties. Is het pick and choose? Als je er zelf niet voor hebt gestemd, zeg je dan tegen de regering: niet uitvoeren, niet uitvoeren! Of zeg je: ik ben een democraat, dat zit zelfs in de naam van mijn partij en als een motie onverhoopt wordt aangenomen, vind ik dat de democratie vereist dat de regering de motie dan moet uitvoeren, tenzij zij dat niet kan of tenzij zij dat echt niet wil? Maar dan is er een politiek dispuut tussen de Kamer en de regering.

De heer Pijlman (D66):

Natuurlijk snap ik dat. Ik heb er net op gewezen dat ik het onverstandig vind dat dit huis het politieke debat overdoet dat net in de Tweede Kamer gevoerd is. Ik vind dat dat niet onze primaire taak is. Ik zei daar wel bij: het kan wel. Daar hebt u dus een punt, maar voert de minister die motie nou niet uit? Ik ben daar genuanceerder over dan u. Zij neemt wel degelijk een heel aantal stappen die op z'n minst behoren bij de geest van de motie-Kox. Er komt ook een nieuw wetsvoorstel om huurkortingen echt mogelijk te maken. Ik vind dat dat ook echt in de lijn van uw motie is. Ik zeg dus tegen u dat de minister stap voor stap een heel eind in uw richting komt. Nu u een tweede motie indient, zou ik u willen vragen om die even aan te houden, zodat we dat totale overzicht hebben. We moeten bij de begroting ook vast nog iets met de verhuurderheffing doen; daar hebben meerderen over gesproken. We weten dan ook hoe de corona echt doorwerkt, maar als we dat nu doen, slaan we wel degelijk ook een gat in de begroting van de coöperaties. Dan kan het ook gaan om de bouw van 22.000 woningen voor studenten, voor ouderen, voor starters. Dat vind ik nu niet nodig.

De heer Kox (SP):

Maar de vraag was, en kunnen we het daarover eens worden: moties van de Kamer worden uitgevoerd door de regering. En collega Pijlman zegt: nou, ik zie dat er al een aantal stappen zijn gezet. Maar de motie wordt uitgevoerd; daar valt ook met D66 niet over te marchanderen? En niet afhankelijk van of je voor of tegen een bepaalde keuze was van deze Kamer: als een motie aangenomen is, dan staan we er met zijn allen voor dat de regering verplicht is om die linksom of rechtsom uit te voeren. Zijn we het daarover eens?

De heer Pijlman (D66):

Nou, het staatsrecht is niet zo van "ja of nee". Dat geeft andere mogelijkheden weer, die u overigens zelf in uw betoog goed hebt aangeduid. Maar ik breng die nuance aan. Natuurlijk vind ook ik, met u, dat de minister de verplichting heeft om zo dicht mogelijk bij een aangenomen motie te komen. Ik vind dat zij dat ook doet. En dat is wat er tussen ons zit. Dat wetsvoorstel om die tijdelijke huurverlaging mogelijk te maken, wordt bijvoorbeeld versneld ingediend. Dat komt helemaal in uw richting. En dan vind ik dat u niet te drammerig moet zijn. Laten we nog even het hele samenspel overzien, en dan komt de minister daar bij Prinsjesdag op terug en dan hebt u met ons allen het volste recht om er nog weer wat van te vinden. Dat lijkt mij evenwichtig.

De voorzitter:

Graag kort, anders gaan we onszelf herhalen, denk ik.

De heer Kox (SP):

Ja, voorzitter. Drammerig mag ik van mijn vrouw niet zijn, en van mijn kleinkinderen ook niet, dus ik probeer dat ook niet te zijn.

De heer Pijlman (D66):

Maar daar zit dan wel een kern van waarheid in ...

De voorzitter:

Nee, de heer Kox heeft het woord.

De heer Kox (SP):

Maar om van een specifieke, op de individuele huurder gerichte mogelijkheid om een tijdelijke huurkorting te krijgen, waarover de verhuurder beslist en de huurder geen zeggenschap heeft, te zeggen dat dat ongeveer de generieke regeling is waar deze Kamer om heeft gevraagd, daarvoor moet ik wel erg ruimdenkend worden. Daar zit toch echt veel te veel tussen, en dat weet collega Pijlman ook. Maar het is geprobeerd. Belangrijk is dat ook D66 zegt: aangenomen moties worden uitgevoerd door de regering.

De voorzitter:

Dan gaan we naar de heer ... De heer Pijlman nog kort?

De heer Pijlman (D66):

Ik heb gezegd: aangenomen moties worden in principe uitgevoerd, maar het staatsrecht geeft de regering ook mogelijkheden om niet ... En deze minister heeft ook te maken met een GroenLinksmotie in de Tweede Kamer die uitgevoerd moet worden, en een CDA-motie waarin maatwerk wordt bepleit. Ja, u legt daar iets bovenop, en ik vind dat de minister allerlei stappen zet in uw richting.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Meneer Pijlman, blijft u nog even staan; de heer Crone heeft nog een interruptie op u.

De heer Crone (PvdA):

Ja, want ik wilde allereerst ook met de heer Pijlman vaststellen dat de minister al heel wat doet en heel veel dingen op gang brengt, en zeker nog veel zal doen, of de motie wordt aangenomen of niet, na vandaag tot en met Prinsjesdag. Ze heeft zelf gesproken over een monitoring in augustus. Maar mijn vraag is: één ding kan ze natuurlijk niet meer doen in augustus of in de Miljoenennota, namelijk de huurstijging van nu terugdraaien. Dus als u dat doet, gooit u een belangrijk instrument uit uw gereedschapskist weg, en dat zou jammer zijn.

De voorzitter:

Wat is uw vraag, meneer Crone?

De heer Crone (PvdA):

Dat het jammer zou zijn als die gereedschapskist niet dat belangrijke instrument heeft ...

De voorzitter:

... vraagteken. Meneer Pijlman.

De heer Pijlman (D66):

Ja. Ik begreep van de minister overigens dat het met termijnen te maken had, dat het vanaf nu al heel erg lastig zou zijn. Maar u hebt gelijk: ik accepteer die huurverhoging per 1 juli, omdat er duidelijk maatwerk is. En de mensen die beschermd moeten worden, die worden beschermd.

De heer Crone (PvdA):

Nee ...

De heer Pijlman (D66):

En ik heb ook groepen genoemd waarvan ik zeg: kom op, daar hoeft het niet voor.

De heer Crone (PvdA):

Nee, maar die mensen ...

De voorzitter:

Dan is het woord opnieuw aan de heer Crone.

De heer Crone (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. De minister heeft natuurlijk ook duidelijk gemaakt: ik doe het op basis van vrijwilligheid, mensen kunnen zich melden. Maar als de verhuurder het niet doet, gebeurt er niks. En dan is dit gereedschap uit de kist en kan er niks meer gebeuren. Dus dan is het wel degelijk zo dat er mensen getroffen zijn, waarna u zegt: had ik die nou maar geholpen op 1 juli.

De heer Pijlman (D66):

Nee, dat niet, want ik heb u uitgelegd dat wij veel liever maatwerk zien dan generieke kortingen per 1 juli. Mijn opmerkingen zijn nu hierop gericht. We zitten nu in deze situatie. De heer Kox dient met u en anderen een nieuwe motie in. Ik zeg dan: laten we die even aanhouden; de minister is bezig. En later, augustus noemde zij in eerste termijn, is een goed moment om alles opnieuw te wegen. Laten we haar die kans ook geven.

De heer Crone (PvdA):

Maar maatwerk ...

De voorzitter:

Meneer Crone, uw derde en laatste.

De heer Crone (PvdA):

Ja, sorry voorzitter. Maatwerk is prima, maar vrijwilligheid is niet goed. En de vrijwilligheid geeft u uit handen als u dit zo doet, want dan kan iedere verhuurder zeggen: ja, mooi, ik doe toch die 5,5%. Die voorbeelden kent u ook, die ken ik, dat de huren gewoon wel 5,5% omhooggaan, en dat valt dan niet meer terug te draaien. Dus u geeft een instrument uit handen.

De voorzitter:

De heer Pijlman, en dan gaan we naar de heer Van Rooijen.

De heer Pijlman (D66):

Ja, dit is toch een herhaling van zetten. Wij vinden dat die huurstop niet voor iedereen nodig is. Degene voor wie het wel nodig is, wordt geholpen. Wat is daarop tegen?

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik hoorde de heer Pijlman maar ook de minister zeggen: we kunnen dit wellicht, in het kader van Prinsjesdag, het Belastingplan en wat dies meer zij, oplossen. Kan de heer Pijlman mij aangeven hoe hij dat voor deze hele specifieke groep goed kan repareren in het algemene kader van het Belastingplan? Dat zie ik niet. De huurverhoging is dan al doorgegaan. Het is bijkans onmogelijk om via fiscale maatregelen of andere algemene maatregelen voor deze specifieke groep te bereiken wat de minister en u voor ogen hebben. Dat lijkt mij meer dagdromerij dan realisme.

De heer Pijlman (D66):

Ik denk dat wij het tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen uitvoerig hebben gehad over de koopkracht. U weet net zo goed als ik dat die huurverhoging, ook die van 1 juli, in het koopkrachtbeeld zit dat ook hier behandeld en aangenomen is. Dus ik zie uw punt niet. Het is wel degelijk juist heel verstandig om één keer per jaar al die ontwikkelingen — dat zijn er nu ongelofelijk veel en ik vrees dat er nog heel veel sociaal-economische ontwikkelingen op ons afkomen — te wegen en hier een pakket vast te stellen.

De voorzitter:

De heer Van Rooijen. U bent niet te verstaan, dus u moet het voetpedaal even opnieuw indrukken.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ja, ik ben wel goed in trappen, maar dan op het voetbalveld! Nogmaals, je kunt bij koopkrachtmaatregelen in het kader van Prinsjesdag — ik heb het over het komende en dus niet het vorige plan — niet een hele specifieke verhoging van de huren zodanig compenseren via fiscale maatregelen die algemeen gelden. We hebben geen huurdersbelasting. We hebben wel een verhuurderheffing, maar we hebben geen inkomstenbelasting voor huurders. Daarom kun je dit niet specifiek oplossen. Het enige wat zou kunnen — dat zeg ik er eerlijk bij — is kijken naar de huurtoeslag. Maar iedereen weet dat dat zijn eigen ingewikkelde gevolgen heeft.

De voorzitter:

De heer Pijlman, en dan gaan we naar de heer Gerbrandy.

De heer Pijlman (D66):

Ik ontken niet dat het ingewikkeld is. Sowieso zijn inkomensplaatjes — hoe pakt het precies uit? — buitengewoon ingewikkeld; dat weet u veel beter dan ik. Maar ik vind het wel echt heel goed om één keer per jaar al die ontwikkelingen tegen het licht te houden, om dan te beschouwen of je door wilt met het maatwerk en of je de verhuurderheffing weer verder terug wilt brengen — de regering heeft daar al een aantal stappen in genomen — dus om dat één keer per jaar te doen. Mijn vraag aan anderen en ook aan u is dus om dat nu nog even aan te houden. Laten we er dan opnieuw naar kijken. En ja, dat betekent wel: 1 juli is 1 juli.

De voorzitter:

De heer Van Rooijen, uw derde interruptie.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Laat ik het nog anders zeggen. Stel nou — ik zie het nog niet, maar stel — dat een algemeen pakket voor deze groep wel mogelijk zou zijn. Bent u dan bereid dat te ondersteunen? Want dan komen we dichter bij "op enigerlei wijze". Nogmaals, ik zie het nog niet. Ik heb dat ook nog niet van de minister gehoord. Wellicht krijgen we daar nog duidelijkheid over. Maar ik vraag dat nu aan u.

De heer Pijlman (D66):

Ik kan alleen maar herhalen wat ik heb gezegd. De minister voert een heel aantal maatregelen uit. Ze voert ook overleg met verschillende partijen over hoe het nu verder moet. Er komen rondom corona nog een heel aantal sociaal-economische problemen op ons af. Was het maar zo dat het bleef bij de groep die nu in de problemen zit. Dat weten we allemaal. Laten we dat in samenhang bekijken en naast de uitkeringen, het koopkrachtbeeld en de huursubsidie leggen, zodat we evenwichtig de mensen die het nodig hebben, kunnen beschermen.

De heer Gerbrandy (OSF):

Als optimist denk ik dat volgende week ook de heer Pijlman voor deze tweede motie kan stemmen, want daarin staat: op enigerlei wijze. Toen wij zonet als ondertekenaars nog even bij elkaar zaten, hebben we gezegd: dát is het handvat voor de minister en de regering om deze motie toch uit te voeren. Als u het dan heeft over scheefwoners, drie keer modaal en die enkeling die er ook van gaat profiteren, sta ik daar natuurlijk niet bij te klappen. Maar als de minister en de regering daar "op enigerlei wijze" mee aan de slag gaan en dat probleem ook voor u oplossen, wordt de motie volgende week waarschijnlijk nog Kamerbreed aangenomen ook.

De heer Pijlman (D66):

Ik ben altijd blij als mensen optimistisch zijn. De minister zet stappen in de richting van de heer Kox; ik wacht graag even af hoe zij de motie apprecieert. Maar ik heb ook aan u gevraagd: zou het niet verstandig zijn om dat straks opnieuw te wegen?

De heer Gerbrandy (OSF):

Ik wil dat er voor die bijna 400.000 mensen die nu al in de problemen zitten of die in de problemen dreigen te raken, die huurders, een oplossing komt voor 1 juli. Vandaar dat ik dit met hart en ziel onderschrijf en de minister een mogelijkheid geef om dit echt uit te voeren. Bent u dat met me eens? Ik denk het wel.

De heer Pijlman (D66):

De korte reactie is: wij zijn het met elkaar eens dat de mensen die geholpen moeten worden, geholpen moeten worden. Ik vind dat de minister dat heel goed doet.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Pijlman. Dan kijk ik even naar mijn linkerkant om te zien of zich nog sprekers hebben gemeld. Dat is niet het geval. Dan ga ik naar de heer Vendrik.


De heer Vendrik (GroenLinks):

Meneer de voorzitter, dank u wel. Ik neem even waar voor mijn collega Margreet de Boer, die hier vanmiddag niet kan zijn.

Voorzitter. Zoals de heer Kox denk ik heel mooi uitlegde, zijn de huurders in Nederland meer dan gemiddeld kwetsbaar. Dat geldt zeker in deze tijd van de coronacrisis. En zoals de heer Crone zojuist denk ik ook heel mooi uitlegde, is het niet laten doorgaan van de huurverhoging op 1 juli een belangrijk instrument om deze kwetsbare groep, de huurders van Nederland, wat extra buffer en bescherming te bieden in deze moeilijke tijd. Ik heb uit het antwoord van de minister eigenlijk nog niet goed begrepen waarom dit niet een van haar mogelijkheden kan zijn. Zij heeft het over nadere informatie, augustus, september volgend jaar. Dan heeft de heer Crone echt gelijk dat we een belangrijk instrument uit handen hebben gegeven, terwijl het nu gaat om kwetsbare mensen die je wat extra ondersteuning zou willen bieden. Daar ging de motie van de heer Kox over en de fractie van GroenLinks heeft die met volle overtuiging ondersteund.

Dat geldt ook voor de motie die de heer Kox nu heeft ingediend. Het is onverstandig dat de minister de motie eigenlijk niet wil uitvoeren, terwijl er hier een duidelijke Kameruitspraak ligt. Vandaar dat het rappel dat in de motie van vandaag van de heer Kox en de zijnen zit, ook de steun heeft van mijn fractie. Ik hoop dat de minister snapt dat de largesse die in de motie zit, van haar kant beantwoord moet worden door een beweging onze kant op. Dan kunnen we het debat volgende week mooi afmaken.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vendrik. Dan de heer Van der Burg.


De heer Van der Burg (VVD):

Voorzitter. Met alle respect voor alle ondertekenaars, ik zie dit vooral als de motie-Kox. Dat is een van de redenen waarom ik altijd met een milde glimlach naar de heer Kox kijk, want dat zijn toch mijn idolen, van die mensen die consequent blijven doorgaan omdat ze hun doel willen bereiken en werkelijk iedere kans daarvoor aangrijpen. Zo ken ik SP'ers en zo heb ik ook de heer Kox leren kennen. Ikzelf word daar erg blij van. We zijn het vaak volstrekt oneens, maar ik word blij van mensen die consequent strijden om bepaalde punten binnen te halen. Die grijpen iedere mogelijkheid aan, ook de coronacrisis waar we nu mee te maken hebben.

In het verhaal van de heer Kox is dat al duidelijk, want dat gaat niet specifiek over mensen die zijn getroffen door de coronacrisis. De getallen die hij noemt, zijn getallen van mensen die al jarenlang aangeven niet uit te kunnen komen met hun geld in relatie tot de huur die ze moeten betalen. Dat zijn niet de getallen die horen bij mensen die door de coronacrisis de huur niet kunnen betalen. Ik vind het goed om het debat met elkaar te voeren. Volgens mij komt de minister binnenkort met een voorstel naar de Kamer over huurstop en de mogelijkheden in dat kader. Hier ging het om een motie, gekoppeld aan de coronacrisis, want dat was het wetsvoorstel dat voorlag. Dan vind ik dat je moet kijken naar maatregelen die zijn bedoeld voor mensen die het slachtoffer zijn van de coronacrisis. Dan is het niet aan de orde om zo'n generieke maatregel toe te passen. Ik ben zelf buitengewoon voor maatwerk. Dat zie ik ook terug in de voorstellen van de minister. Het lijkt mij dat deze Kamer daar ook voor is.

Ik heb velen van u in het verleden horen pleiten voor maatwerk, juist voor de zwakkeren in de samenleving, bijvoorbeeld als het gaat om de Wmo, bijvoorbeeld als het gaat om andere ondersteuningsmaatregelen. Dat zou dan ook hier aan de orde moeten zijn. De heer Kox schetst echter een tegenstelling die volgens mij geen tegenstelling is omdat hij een variant vergeet. Hij zegt namelijk: de minister kan de motie uitvoeren, maar wil het niet, of wil het wel, maar kan het niet. Maar er is een derde optie, namelijk dat de minister haar best doet om de motie zo goed mogelijk uit te voeren. We hebben zojuist onze collega van D66 horen uitleggen dat dit precies is wat de minister doet. Zij komt de Kamer daarin op allerlei manieren tegemoet.

De heer Kox (SP):

Aan collega Van der Burg heb ik ook die vraag. Vindt de VVD-fractie dat hier aangenomen moties moeten worden uitgevoerd door de regering, tenzij dat niet zou kunnen? Ik heb niemand horen spreken tegen de maatwerkbenadering die de minister is overeengekomen met de huurders- en de verhuurdersorganisaties. Die maatregelen waren er al, die zijn er en die blijven er. Wat deze Kamer heeft gezegd, is: wij willen daarbovenop een generieke maatregel. Ik heb collega Van der Burg, die voor maatwerk is, wat hier niet wordt bestreden, en zijn fractie niet gehoord over de generieke regeling die de minister van Sociale Zaken ons hier heeft voorgehouden, op dezelfde dag, namelijk 21 april, omdat hij voor maatwerk even geen tijd had. De andere maatregel was dat de CO2-heffing voor grootverbruikers generiek is uitgesteld. Geen enkele grootverbruiker heeft een brief hoeven te sturen van "ik kom niet uit met mijn inkomsten", want er kwam een generieke regeling. Vanwaar die bijzondere afkeer van een generieke regeling als het huurders betreft, maar niet als het al die andere groepen betreft?

De heer Van der Burg (VVD):

Geen misverstand: er is geen sprake van afkeer. Er is wel sprake van kijken wat er op dit moment het beste kan. In sommige gevallen is maatwerk op korte termijn lastig of zelfs niet te realiseren, en kies je voor een generieke maatregel. Hier heb ik de minister horen zeggen: een generieke maatregel is mogelijk; een specifieke maatregel is beter. En dan vind ik dat je, op het moment dat je gerichter kunt richten en actie kunt ondernemen, dat moet doen. Dat is precies wat ik de minister zie doen en hoor zeggen. Vandaar dat ik er op dat punt anders in zit dan u. U zegt ook dat de maatregelen al van voor de coronacrisis zijn. Ik heb de minister zojuist horen zeggen: er lagen een aantal algemene punten, die ook door mijn tijdelijke waarnemer met u zijn besproken, die ik naar aanleiding van de motie nader ben gaan invullen. Volgens mij geeft de minister daarmee dus invulling aan de motie.

En dan uw eerste punt. U vroeg of ik vind dat zaken moeten worden uitgevoerd. De Eerste Kamer en de Tweede Kamer hebben in het staatsrecht vastgelegd dat besluiten van de Kamer moeten worden uitgevoerd. En besluiten zijn amendementen of wetten. Als er in deze Kamer een amendement wordt aangenomen, kan een minister daarover niet zeggen: dat leg ik naast mij neer. Althans, als de minister dat zegt, dient er onmiddellijk een brief te gaan naar een locatie hier niet al te ver vandaan. Als het gaat om moties, vinden Eerste Kamer en Tweede Kamer gezamenlijk — dat hebben ze zo vastgelegd in het staatsrecht — dat de minister of het kabinet kan kijken of en, zo ja, hoe ze die uitvoeren. Wij hebben dus met elkaar — niet u en ik specifiek, maar de Eerste en de Tweede Kamer — het staatsrecht zo ingericht dat het kabinet bij moties ruimte heeft.

De heer Kox (SP):

Zeker. Het kabinet heeft ruimte om de motie uit te voeren. Dat is de hoofdregel. En de twee uitzonderingen heb ik genoemd. Het kabinet kan zeggen: ik wil de motie wel uitvoeren, maar ik kan haar niet uitvoeren. Dan hebben we een feitelijke discussie en appreciatie. Of het kabinet zegt: ik kan de motie wel uitvoeren, maar ik wil wil haar niet uitvoeren. Dan hebben we een politieke discussie. Het kabinet kan dat dus doen, maar de minister is natuurlijk wijs genoeg om te weten dat als er een politieke tegenstelling blijft bestaan tussen deze Kamer en haar beleid, dit zal leiden tot een andere uitspraak van deze Kamer. Maar de vraag blijft: vindt collega Van der Burg dat aangenomen moties, of hij daar nu voor of tegen gestemd heeft, uitgevoerd moeten worden naar de letter en de geest?

De voorzitter:

Nog een kort antwoord graag, meneer Van der Burg, want ik denk dat u er niet helemaal uit gaat komen met elkaar.

De heer Van der Burg (VVD):

Het optimisme van de heer Kox zal de heer Gerbrandy aanspreken, maar ik weet niet of de heer Kox gelijk heeft dat er, als de minister ervoor zou kiezen om deze tweede motie niet uit te voeren, een andere motie komt die door deze Kamer zal worden aangenomen. Ik ga dus niet mee in zijn conclusie en ik leid dat ook niet af uit de tekst van deze motie, noch uit de ondertekenaars daarvan. Maar dat zal de toekomst met zich meebrengen.

Ik vind deze motie een bijzondere motie, want u zegt in deze motie: u moet een vorige motie van ons uitvoeren. En u zegt nu tegen D66 en in dit geval tegen de VVD, en ongetwijfeld ook tegen het CDA en de ChristenUnie: u zou voor deze motie moeten zijn, omdat in een eerdere fase er een motie is aangenomen, weliswaar zonder uw steun, maar wel door ons. Dat is een beetje een rare redenering, met alle respect. Want stel, er komt een nieuwe coalitie en de regeringspartijen brengen bijvoorbeeld het regeerakkoord in stemming in de Tweede Kamer en in de Eerste Kamer. Dat haalt een meerderheid. Een maand laten brengen de regeringspartijen hetzelfde document opnieuw in stemming, via een motie of een ander construct, en dan zegt de heer Kox: luister, het regeerakkoord is een maand geleden aangenomen door de Kamer, ik was er toen tegen, maar nu ben ik dus voor uitvoering van het regeerakkoord; ik was tegen de verhuurderheffing, maar nu vind ik dat de verhuurderheffing moet worden uitgevoerd. Zo ken ik de heer Kox niet; hij zal tot aan zijn dood, zou ik bijna zeggen, blijven strijden tegen de verhuurderheffing. En zo hoort het volgens mij ook.

De voorzitter:

De heer Kox tot slot.

De heer Kox (SP):

Ik verkeerde in de gedachte dat we het hier met z'n allen eens waren dat aangenomen moties uitgevoerd worden door de regering en dat gedane toezeggingen gestand gedaan moeten worden. Ik zit al enige tijd hier in deze Kamer en dat is de regel. Dat is ook het gevolg van de democratie. Je kan niet zeggen: ik moet alleen maar uitvoeren wat mij uitkomt. Het is dus fijn dat alles opgeschreven wordt in de Handelingen. Ik ga het betoog van collega Van der Burg nog een keer nalezen en misschien ook nog met enkele VVD-staatsrechtsgeleerden bespreken. Maar ik denk toch dat hij hier nu een nieuwe variant van ons staatsrecht heeft neergelegd, die niet noodzakelijkwijs door VVD-angehauchte rechtsgeleerden wordt gesteund, laat ik het zo maar zeggen. Maar dat zoeken we nog uit.

De voorzitter:

Graag kort, meneer Van der Burg, en dan gaan wij naar de heer Crone.

De heer Van der Burg (VVD):

Voor de duidelijkheid: ik vind dat besluiten van de Kamer, Eerste of Tweede, moeten worden uitgevoerd, edoch een motie is geen besluit, maar een uitspraak. Dat is het verschil tussen moties en bijvoorbeeld amendementen of wetten. En geen misverstand: ook als een wet of een amendement is aangenomen zonder de steun van de VVD, dient die te worden uitgevoerd, want de democratie heeft gesproken.

De heer Crone (PvdA):

Ik had niet willen interrumperen, maar via u: het wordt me nu toch te gortig. Dit is echt een karteluitleg van hoe moties worden gelezen. Ik leen de term maar. Natuurlijk is er geen sprake van dat als een Kamermeerderheid in een motie vraagt om iets uit te voeren, dat het gevraagde dan wordt overgenomen in de letterlijke wetstekst. Dat is het verschil met een amendement. Een amendement mag een kabinet niet uit de wet laten. Maar een motie dient het kabinet zo loyaal mogelijk uit te voeren, en als het kabinet goede redenen heeft om dat niet te doen of niet geheel, dan meldt het kabinet dat. Dat doet deze minister trouwens ook keurig. En dan bepaalt de Kamer, al of niet dezelfde meerderheid, wat ermee gebeurt. Maar u maakt er nu een potje van, dus ik denk dat de voorzitter aan onze kant staat om het instituut Eerste Kamer te verdedigen, meneer de voorzitter. Als we hiermee omgaan zoals u nu doet, meneer Van der Burg, dan krijgen we weer: "Die motie voer ik niet uit!". Weet u nog, uw partijgenoot?

De heer Van der Burg (VVD):

Gerrit Zalm.

De heer Crone (PvdA):

En u weet hoeveel kritiek hij over zich heen heeft gekregen. Dat was dedain voor het parlement. Ik heb de vorige keer overigens uitgelegd dat dat door de microfoon kwam ...

De heer Van der Burg (VVD):

Precies, dat de dedain niet zat in het feit dat dit boven zijn hoofd hing.

De heer Crone (PvdA):

... maar dat maakte juist zo markant duidelijk dat de bevolking niet wil dat hier de meerderheid zegt: dit willen we, en dat het kabinet dan zegt "wc-papier".

De voorzitter:

Dan ga ik nu naar de heer Van der Burg.

De heer Van der Burg (VVD):

Voorzitter. Hoelang deze minister ook minister zal blijven, zij zal nooit over enige motie zeggen "wc-papier", hoezeer ze het er ook niet mee eens moge zijn. Dat zal deze minister nooit zeggen. Deze minister zal altijd proberen moties van Tweede of Eerste Kamer zo veel mogelijk uit te voeren dan wel geheel uit te voeren. Ik heb de minister horen en op papier zien betogen dat ze dat ook doet. Ik deel dus ook niet de mening van de Partij van de Arbeid dat de minister deze motie niet heeft uitgevoerd. Ik deel dus ook niet de mening van de ondertekenaars dat de minister deze motie niet heeft uitgevoerd. Ik deel hierin het standpunt dat zojuist ook is verwoord door mijn D66-collega, dat de minister op een aantal punten deze motie heeft uitgevoerd. Dat is waarin u en ik verschillen, niet over de vraag of de minister deze motie wel of niet heeft uitgevoerd, maar over de mate waarin.

De heer Crone (PvdA):

De vraag of de motie is uitgevoerd en of die voldoende is uitgevoerd, is een correcte inhoudelijke beoordeling die we verschillend kunnen maken. Maar het kille feit dat u durfde te zeggen dat een regeerakkoord dan maar moet worden uitgevoerd, ook door de meerderheid, slaat natuurlijk echt nergens op. En dat u in het begin ook zei: een kabinet kan een motie naast zich neerleggen en hoeft die niet uit te voeren ... Gelukkig neemt u die woorden nu terug en maken we hier iedere keer opnieuw een eigen beoordeling of die motie goed, voldoende of niet voldoende is uitgevoerd. Dat is een veel betere formulering dan die waarvoor u in het begin koos, dus ik ben daar helemaal blij mee. Ik hoop dat u dit onderschrijft.

De heer Van der Burg (VVD):

Ik laat uw conclusies voor u. Ik constateer dat de minister haar uiterste best doet om invulling te geven aan de wens van de Eerste Kamer.

De voorzitter:

Ik ga naar de heer Nicolaï.

De heer Nicolaï (PvdD):

Het is zo langzamerhand één grote verwarring, geloof ik. Ik denk dat het niet zo interessant is of de heer Van der Burg of de heer Pijlman vindt dat de motie van de heer Kox mogelijk stap voor stap wordt uitgevoerd. Ik denk dat de enige relevantie is of de heer Kox en de medeondertekenaars van de motie vinden dat die wordt uitgevoerd. Dat is een. Het tweede is dat je er niet aan ontkomt om te zeggen dat er, als een motie is aangenomen, een verplichting op de regering rust om die uit te voeren. U zegt: als de regering dat niet doet, kan er een sanctie volgen. Dat klopt. Daar hebben we het ook over gehad. Er kan een sanctie volgen. Die hebben we nu nog niet, maar de motie is aangenomen en moet worden uitgevoerd. Of die sanctie wordt getroffen, is een tweede vraag. U zegt: zolang de sanctie niet is getroffen, zou de regering kunnen zeggen dat zij niet verplicht is de motie uit te voeren. Daarin zit de verwarring.

De heer Van der Burg (VVD):

Ik distantieer me enigszins van de eerste opmerking van de heer Nicolaï, namelijk dat de mening van CDA, D66, VVD en ChristenUnie niet relevant zou zijn als het gaat over de vraag of de motie wel of niet is uitgevoerd. Om te beginnen is die mening al relevant omdat u vandaag in een motie een conclusie aan ons voorlegt, te weten of die motie wel of niet is uitgevoerd. Dan hebben alle 75 Kamerleden het recht om daar een mening over te hebben en is de mening van de VVD net zo relevant als die van de Partij voor de Dieren. Dat maakt niet uit. Dus als je tegen een motie bent geweest, kun je wel degelijk een mening hebben over de vraag of die motie is uitgevoerd.

Twee. Het enige wat ik aangaf, is dat er voor amendementen en wetten geen vergelijkbaar principe geldt als voor moties. Sommige moties leiden ook helemaal niet tot wijziging van beleid. Voor het indienen van moties hebben we een breder spectrum gekozen dan voor wet- en regelgeving. En we hebben als Eerste Kamer bijvoorbeeld niet het recht van amendement, waardoor de Eerste Kamer, als zij iets wil, soms de vlucht moet nemen — zou ik bijna zeggen — naar een motie om haar mening duidelijk te maken. Maar het feit dat wij niet het recht van amendement hebben, betekent ook dat de minister regelgeving niet op dezelfde wijze hoeft aan te passen als in de Tweede Kamer zou gebeuren wanneer daar een amendement wordt ingediend.

Maar los daarvan heb ik u al aangegeven dat u en ik — ik meen dat u ook een ondertekenaar bent van de motie — van mening verschillen over de conclusie, namelijk de vraag of deze minister de motie niet uitvoert. U zegt nee, ik zeg dat zij heel hard haar best doet om de effecten die u wilt, zo veel mogelijk vorm te geven in haar beleid.

De voorzitter:

Ik hoor zo langzamerhand wel herhalen. Meneer Nicolaï, u heeft nog een korte interruptie?

De heer Nicolaï (PvdD):

Heel kort, voorzitter. Ik gun de VVD om dat standpunt in te nemen. Dat is ook logisch. Het is ook uw taak om dat hier naar voren te brengen, zou ik zeggen. Mijn punt is: als straks de meerderheid de nieuwe motie-Kox aanneemt, dan stelt de meerderheid daarmee vast dat de eerdere motie niet is uitgevoerd. En dat is essentieel. Maar ik denk dat we in herhaling vervallen, dus ik wou het hierbij laten. Dank u wel.

De heer Van der Burg (VVD):

Opnieuw distantieer ik mij van de eerste opmerking van de heer Nicolaï, die zegt: ik snap dat de VVD dit doet en dat is ook uw taak. Volgens mij hebben u en ik exact dezelfde taak als Eerste Kamerlid, en dat is kijken naar rechtmatigheid en doelmatigheid en de regering controleren. We kunnen dat wel vanuit een ander perspectief doen.

Verder heeft de heer Nicolaï volkomen gelijk dat op het moment dat de motie die vandaag voorligt, door de Eerste Kamer wordt aangenomen, de Eerste Kamer in meerderheid heeft uitgesproken dat de minister de motie niet heeft uitgevoerd. Daar zijn we het over eens.

Tot slot, voorzitter. Ik snap dat u mij boos aankijkt, maar het merendeel van de woorden die ik spreek, is in reactie op interrupties die ik kreeg. Tot slot geef ik nog even mee dat de 400 miljoen waarover hier wordt gesproken, geen eenmalig geld is. Het is niet zo dat we klaar zijn met deze 400 miljoen. Dit werkt in de komende jaren door op het investeringsvermogen van hen die woningen verhuren.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Burg. Dan ga ik naar de heer Crone.


De heer Crone (PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Ook aan de minister oprecht dank dat ze allemaal dingen op gang heeft gebracht en helpt op gang te brengen, om de problemen onder ogen te zien en op te lossen. Maar ik ben toch nog een beetje teleurgesteld, want er zit nog te veel vrijwilligheid in. Ik hoor toch ook een beetje de ondertoon dat het misschien wel meevalt. De minister heeft namelijk ook gezegd: ik moet in augustus nog zien of het zo erg is en ik krijg maar weinig meldingen. Ik denk dat dat een ontkenning is van de ernst van de problematiek, al is dat zo dankzij het kabinet. Want dankzij het kabinet hebben nu natuurlijk veel mensen nog inkomensondersteuning. Die wordt nu al minder: de partnertoets komt erbij. Maar er zullen nu ook veel mensen werkloos gaan worden. Dit heeft wel degelijk ook met de coronacrisis te maken, want er zijn nu mensen die door de coronacrisis werkloos worden. Dat verergert dus de problemen die er al waren of maakt die zichtbaarder.

Er is dus in mijn fractie echt de grotere vrees dat het niet beheersbaar is als we niet toch extra dingen doen. Daarom is er geen tijd te verliezen. Augustus is te laat. De Miljoenennota is te laat, nog los van het argument dat we dat instrument dan niet meer in de kist hebben.

Twee. Ik prijs de minister ook dat zij met ons ziet dat de markt hier eigenlijk hartstikke goed functioneert. De markt functioneert hartstikke goed, want de verhuurders kunnen vragen wat ze willen. Daarom kunnen veel mensen ook niet weg. Daardoor functioneert de markt natuurlijk niet goed, want echte marktwerking betekent: ik huur een huis, en ben ik ontevreden of is de huur te hoog, dan ga ik naar een ander huis. Dat kan hier niet door de krapte op de markt. De markt moet dus in balans gebracht worden door een sterke overheid. Dat wil de minister, denk ik, net niet genoeg doen, maar aan de andere kant weer wel.

Daar heb ik twee vragen over. De minister komt nu met de aankondiging van de wet tijdelijke huurkorting. Dat is nog maar een aankondiging, maar ik vind het een hele belangrijke stap vooruit dat de minister zegt: ik ga in deze markt een instrument inzetten om de balans tussen huurders en verhuurders te versterken en om de huurders te beschermen. Ik zou dus tegen de minister willen zeggen: we helpen u, want van de meerderheid van ons mag het nu al. Principieel zitten we dus op dezelfde lijn: u moet hier een correctie op de markt aanbrengen.

Dat moet niet ten nadele gaan van de goedwillende verhuurders. Die doen het namelijk al. Dat is het voordeel van wat u al heeft gedaan. U heeft maximaal vrijwilligheid en medewerking gemobiliseerd. Maar door nu niet de laatste stap te zetten, beloont u in feite de slechtwillende verhuurders. Die ken ik, want mijn kinderen hebben allemaal vrienden en vriendinnen die allemaal weer 5% of meer extra moeten betalen. Zij kunnen die flat niet uit. En een van de twee partners daarvan heeft nu wel minder inkomen als zzp'er of wordt werkloos. Die mensen kunnen dus nergens naartoe, want dan moeten ze nog meer huur betalen. U bent dus bereid om de markt te corrigeren, alleen ik zou zeggen: doe het nu.

We hebben inderdaad gezegd dat we flexibel zijn. 0% is het duurst. Dat kost 400 miljoen. Nee, want dan is er ook minder huursubsidie nodig. Laten we dan dus ook eerlijk zijn: tegenover de last van 400 miljoen staat ook minder huursubsidie. De heer Van der Burg knikt; daar ben ik altijd heel blij mee. Laten we het dus eerlijk doen. Laten we eerlijk zeggen wat het kost en wat niet. Daarom hebben we ook gezegd dat er varianten denkbaar zijn. Doe dan 1% in plaats van 0%. Of doe het voor een jaar en laat het daarna herleven. Dat is nou de kracht van de wet op de huurkorting, die nog moet komen.

De voorzitter:

Meneer Crone, ik moet voor iedereen een beetje dezelfde spreektijd aanhouden. U bent ruim over uw spreektijd van twee minuten heen.

De heer Crone (PvdA):

Ik rond het af, voorzitter.

De huurkorting is voor één jaar. Die kan daarna weer herleven. Dan is het niet structureel. We kunnen naar de scheefwoners kijken. We kunnen een maximumhuur opleggen. Neem dit dus mee naar het kabinet. Dan houden we de motie een week aan, want anders stemmen we er volgende week over. Er zijn allerlei varianten denkbaar. Dan komt de Ollongrenkorting er misschien toch. Laten we die dan zo noemen: de Kajsakorting of de Ollongrenkorting.

De voorzitter:

De motie hoeft niet te worden aangehouden om te bereiken dat we er volgende week over stemmen. Het is namelijk gebruikelijk om er een week later over te stemmen, tenzij de Kamer besluit om dat eerder te doen. Maar in ieder geval dank voor de suggestie. Ik begrijp dat u nog wat wilt opmerken, meneer Crone, maar u was helaas al aan het eind van uw spreektijd. De motie hoeft niet te worden aangehouden. Die wordt volgende week in stemming gebracht, tenzij de Kamer anders beslist. Dat is een observatie mijnerzijds.

Dan wordt nu het spreekgestoelte gereinigd. Daarna is het woord aan de heer Schalk.


De heer Schalk (SGP):

Voorzitter, dank u wel. De vorige motie-Kox heeft mijn fractie niet ondertekend maar wel gesteund. Dat hebben we gedaan met de volgende stemverklaring. "De motie-Kox is door mijn fractie gesteund, nadat ik mij ervan had vergewist dat het dictum van die motie de regering niet verplicht tot een noodmaatregel maar de mogelijkheid daartoe biedt. Mijn fractie meent dat de regering de ruimte heeft om die mogelijkheden te onderzoeken en waar mogelijk eventueel te gebruiken". Welnu voorzitter, wij hebben vandaag een heleboel dingen gehoord. De minister heeft aangegeven dat ze voor de generieke maatregel, een generieke maatregel, meer tijd nodig zou hebben en dat ze er misschien in augustus wat meer zicht op zou kunnen hebben. Dat lijkt mij in ieder geval te laat. De vraag is dan natuurlijk aan de minister of ze dan met terugwerkende kracht nog iets zou kunnen doen.

We hebben de minister ook een aantal andere dingen horen zeggen, zoals dat ze overweegt of misschien wel in gedachten heeft om een meldpunt voor huurders in te richten. Mijn vraag is of ze dat gaat doen en, zo ja, wanneer. Een ander punt dat ze heeft genoemd, is een spoedwet voor tijdelijke huurkorting. Mijn vraag is of ze daarmee gaat komen en wanneer. Kunnen we daar een tijdpad voor krijgen?

Mijn laatste of een na laatste opmerking is dat wij niet kunnen amenderen, maar de minister wel. Die kan het woord "generiek" naar mijn smaak amenderen. Oftewel: kun je generiek maatwerk leveren? Zou de minister daarop kunnen reflecteren? Dat zou kunnen betekenen dat wij of vanmiddag of in de loop van deze week een aantal mogelijkheden van de minister voorgeschoteld krijgen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik zo langzamerhand een beetje kwijt ben wat het oude maatwerk is en wat het huidige maatwerk is. Het zou handig zijn als we dat nog even op een rijtje krijgen, net als op welke wijze de minister misschien dat generieke meer op maat zou kunnen maken. Dan kunnen we hier in deze Kamer kijken of de heer Kox vervolgens zijn tweede motie gaat intrekken of dat hij haar gaat aanhouden. Wat mij betreft is de reactie op deze vragen nog van groot belang.

Tot slot zeg ik dat ik deze motie opnieuw niet heb ondertekend en dat ik nog niet weet of ik haar ga steunen, want daarvoor heb ik eerst de antwoorden nodig.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Schalk.

Minister, bent u in de gelegenheid om direct te reageren? Ik zie dat dat het geval is. Dan geef ik het woord aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.


Minister Ollongren:

Voorzitter, dank. Dank ook aan alle leden die zojuist het woord hebben gevoerd. Ik denk dat ik als laatste op de ingediende motie moet ingaan, dus als u het goed vindt, loop ik gewoon even de vragen langs die gesteld zijn en maak ik een enkele opmerking bij het gezegde. In de richting van de heer Kox zeg ik dus: het belangrijkste bewaar ik dan voor het laatst.

Ik wil — overigens heeft de heer Van den Burg dat terecht ook net gezegd — de heer Kox er nog even op wijzen dat die 400 miljoen inderdaad in principe wel structureel geld is. Want als je de huurverhoging één jaar niet toepast en je dat het jaar erop niet inhaalt door een dubbele huurverhoging, dan werkt dat natuurlijk wel door.

Ik wil ook tegen de heer Kox zeggen — dat zal ik straks ook betogen — dat ik denk dat ik allerlei dingen heb gedaan om juist tegemoet te komen aan zijn wens, ook het spreken met alle betrokken organisaties tot en met het Nibud aan toe. Maar wat ik niet heb gedaan — dat wil ik de heer Kox nog wel zeggen — is zeggen dat de Woonbond aan mijn kant stond. Misschien heb ik die indruk gewekt. Ik heb goed gesproken met de Woonbond. We hebben samen een aantal problemen geïdentificeerd die we ook samen willen aanpakken, zoals de kwestie van die alleenstaanden, maar ik heb niet willen opvoeren dat de Woonbond het volledig eens was met het beleid. De Woonbond pleit natuurlijk al langer voor verlaging van huren. Daar ben ik mij zeer van bewust.

Ik denk dat de overige vragen en opmerkingen van de heer Kox betrekking hebben op de motie, dus daar kom ik zo op.

Tegen de heer Van Strien van de PVV zou ik toch willen zeggen dat een betaalbare huur, een lage huur of een gematigde huurverhoging een van de drie dingen is waar verhuurders en in het bijzonder woningbouwcorporaties op moeten letten. Iets anders — en daarmee moeten woningbouwcorporaties en verhuurders ook een maatschappelijk probleem oplossen — is dat ze moeten zorgen voor nieuwe woningen. Mensen die op wachtlijsten staan worden het beste geholpen als wij zorgen voor een voldoende aanbod aan woningen. Ze moeten er ook voor zorgen dat er wordt onderhouden, dat wordt geïnvesteerd in woningen, dat we niet toestaan dat woningen verkrotten. Daarvoor is allemaal geld nodig. Dus uiteindelijk kun je datgene wat je niet in de huurverhoging kwijt kunt, ook niet uitgeven aan andere zaken waar diezelfde huurders op zitten te wachten.

De heer Gerbrandy (OSF):

Ik hoor de minister praten over investeringsmogelijkheden voor corporaties. Zij heeft zorgen over de verhuurderheffing, maar in 2013 heeft de regering gezegd dat zij 2 miljard per jaar verhuurderheffing gaat heffen. Heeft de minister dan geen zorgen over de investeringsmogelijkheden van de corporaties in dát licht?

Minister Ollongren:

Ik ben blij dat de vraag gesteld wordt, want dit is iets waar ik vanaf het begin van deze kabinetsperiode aandacht voor heb, op twee manieren. Allereerst door het instrument van de korting op de verhuurderheffing te gebruiken om woningbouwcorporaties en anderen in staat te stellen om juist gerichte investeringen te doen, bijvoorbeeld in de verduurzaming, maar ook, met de laatste Prinsjesdag, door een miljard extra voor het bouwen van nieuwe woningen, juist voor de doelgroep die dat nodig heeft. Daar is ook fors op ingetekend: 80.000 extra sociale huurwoningen kunnen daarvoor worden gerealiseerd. Maar ook op de langere termijn. We hebben gezegd: als je kijkt naar nu en op de korte termijn, is er over het geheel genomen voldoende ruimte voor woningbouwcorporaties. Ze hebben leencapaciteit en investeringscapaciteit. Ik vind het ook heel belangrijk om te weten hoe het op lange termijn uitwerkt. Ik ben daar volop mee bezig. Er is ook een motie ingediend door de heer Ronnes in de Tweede Kamer. Naar aanleiding daarvan wordt heel zorgvuldig onderzoek gedaan naar de investeringsruimte voor de woningbouwcorporaties, ook om te weten of we op langere termijn voldoende capaciteit hebben om te blijven bouwen. Ik hoop de Tweede Kamer daar vóór de zomer over te informeren. Met alle plezier informeer ik natuurlijk ook de Eerste Kamer.

De heer Gerbrandy (OSF):

Misschien ben ik nog meer bezorgd over de lange termijn, want u hebt met uw regering 1 miljard in tien jaar beschikbaar gesteld en u hebt afgenomen 2 miljard pér jaar. Vandaar dat mijn zorg over de bouw, verduurzaming en zo nog twintigmaal groter is dan die van u. Daarom is er ook nog een motie van mijn hand hier in de Kamer die daarop wijst. Dus als u daar zorgen over heeft, heeft u die zeker over de beperking van de verhuurderheffing.

Minister Ollongren:

Anderen hebben ook op de verhuurderheffing gewezen. Op het moment dat je iets wilt beslissen over de verhuurderheffing, dan hoor je dat te doen in de context van de hele begroting en de afwegingen die daarbij worden gemaakt. Ik zal straks nog terugkomen op de augustusbesluitvorming en de in mijn ogen logica van dat moment. Dat heeft ook hiermee te maken.

Ik ga verder met waar ik was gebleven. De heer Pijlman had een aantal opmerkingen. Ik ben het wel eens met zijn stelling. Ik ben niet bezig om deze Kamer uit te leggen dat ik de motie niet uitvoer — niet de nieuwe motie, maar de motie die al aangenomen is — maar ik ben bezig met uit te leggen hoe ik de motie uitvoer. In dat opzicht — ik zal daar straks bij de appreciatie van de motie op terugkomen — heb ik wel sympathie voor de suggestie die de heer Pijlman net deed, ook als het gaat over een samenhangend pakket rondom de augustusbesluitvorming, dus Prinsjesdag, omdat je dan altijd praat over de koopkracht in het algemeen, de huurtoeslag mogelijkerwijs als onderdeel daarvan, en huurmatiging als eventueel instrument daarin. Maar, inderdaad, met het voordeel dat je in samenhang kijkt naar alle groepen in onze samenleving, en natuurlijk ook de meest kwetsbare groepen.

Dan kom ik bij de heer Vendrik, want die vroeg aandacht voor de meer kwetsbare groepen. Dat vind ik terecht en dat begrijp ik ook heel erg goed. Maar er zijn heel veel verschillende mensen die in dat opzicht dan wel aandacht behoeven, namelijk huurders, maar ook mensen bijvoorbeeld die op wachtlijsten staan, die wachten op een huis, zoals ouderen, statushouders en daklozen, die allemaal nog niet in zo'n woning zitten. De manier om deze groepen te helpen, is ervoor te zorgen dat er voldoende aanbod komt. En er is nu gewoon een tekort. Juist als je het hebt over kwetsbare mensen en over de vraag hoe je hen het beste kunt helpen, dan zou ik de heer Vendrik willen suggereren dat ook mee te wegen in zijn beoordeling.

De heer Pijlman (D66):

Mag ik het zo duiden dat u rondom Prinsjesdag bij beide Kamers terugkomt met een samenhangend pakket waarin u al die zaken die u net noemde, weegt?

Minister Ollongren:

Ja, en daar wil ik graag bij betrekken wat ik ook in mijn eerste termijn heb gezegd, namelijk dat ik dan beter zicht heb op de werkelijke ontwikkelingen, zowel van de huurstijgingen als van huurders die direct of indirect als gevolg van corona in de problemen zijn gekomen. Dat weegt natuurlijk heel zwaar. Als je nu zegt dat het ongeveer 2% van de huurders betreft, maar dat de economische vooruitzichten verslechteren en de groep groter wordt, dan kan je er een andere weging aan geven dan je nu zou doen. Alles in samenhang bezien en hier op een logisch moment op terugkomen, namelijk als we in september sowieso naar de budgettaire gevolgen en de koopkracht kijken, is inderdaad wat ik zonet heb gezegd.

De heer Pijlman (D66):

Dank u wel.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik hoor de minister zeggen dat in het najaarspakket van eind augustus, begin september — rond Prinsjesdag in ieder geval — ook huurmatiging aan de orde komt. Ik geloof dat ik dat goed gehoord heb, maar het is toch wat vreemd dat de minister zegt dat huurmatiging aan de orde kan komen over twee, drie maanden, maar dat zij nú geen reden ziet om huren te matigen. Welke extra wijsheid hebben we over twee maanden, terwijl we midden in een crisis zitten waarbij ontslagen vallen enzovoorts? Kan de minister dat aanduiden? Dat staat nog even los van het argument dat ik met de heer Pijlman wisselde en waar ik de minister ook nog graag even over wil horen, namelijk dat ik nog niet zie hoe je in een koopkrachtpakket in het najaar specifiek voor deze groep een gerichte maatregel kan nemen, los van de huurtoeslag. Ik heb dat net ook al gezegd.

Minister Ollongren:

De huurtoeslag — u noemde die zelf al — is natuurlijk een van de mogelijkheden die we vaak gebruiken en die ook heel gericht kan worden ingezet. Wat ik net bedoelde, was eigenlijk dat ik denk dat we in augustus, september meer inzicht hebben in de huurontwikkeling in het algemeen en ook meer weten over hoe het nou eigenlijk gaat, economisch gezien. Het kabinet heeft een eerste noodpakket gecreëerd, met de NOW, de Tozo en de regelingen die u allemaal kent. Vervolgens heeft het kabinet aangekondigd dat dit pakket wordt verlengd met een aantal aanpassingen voor weer een volgende periode. Waarom is dat? Omdat we iedere keer niet precies weten waar we eigenlijk mee te maken hebben en dus op zoek zijn naar de beste manier om met deze crisis om te gaan.

Ik sluit niet uit, maar weet het nog niet, dat het voor huurders of voor een deel daarvan ingewikkelder en moeilijker gaat worden en dat de mensen die misschien nu nog geen last hebben, bijvoorbeeld doordat ze worden geholpen door de regeling, dat later wel hebben. Dat gebeurt dus eigenlijk in diezelfde stap-voor-stapbenadering waar ik nu in zeg dat we kiezen voor maatwerk, we de verhuurders ertoe bewegen om coulance te betrachten en hen zelfs in het vooruitzicht stellen dat we een tijdelijke huurverlaging wettelijk gaan toestaan. Het kan zijn dat er in een volgende fase inderdaad een koopkrachtpakket nodig is en dat je zegt: we moeten het eigenlijk meer aan de inkomenskant zoeken. Dat zou ook de huurtoeslag kunnen zijn. En huurmatiging? Ik wil niets uitsluiten voor de toekomst. Ik zeg niet op welk moment het zou kunnen worden ingezet, maar dát het zou moeten kunnen worden ingezet, vind ik wel iets wat ik op tafel moet houden.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Het is me nog niet duidelijk. De minister zegt net weer dat ook een huurmatiging aan de orde kan komen: zij sluit niets uit. Maar als deze huurverhoging 1 juli doorgaat, dan kun je niet in het najaar zeggen: we gaan de huren matigen. Dat kan dan op zijn vroegst pas 1 juli volgend jaar. Dan is dit dus een verloren dossier. De zorgen zijn er. Het kabinet heeft niet voor niets een tweede pakket gemaakt, wat nu zelfs met vier maanden verlengd is, in plaats van met drie, omdat de onzekerheid zo groot is. We moeten toch aannemen dat het niet voorstelbaar is dat er de komende maanden in één keer een zodanige verbetering in de economie komt dat we zouden kunnen zeggen: nou, het was eigenlijk wel heel begrijpelijk dat we die huurverhoging gewoon door hebben laten gaan.

Minister Ollongren:

Ik dacht eigenlijk dat ik met de heer Van Rooijen een eind kon meebewegen, zoals ik hem in zijn in zijn interruptie daarnet heb gehoord. De andere kant is dat, als je nu zou overwegen om een generieke huurstop over de hele linie in te voeren, het zeer de vraag is of dat proportioneel is, of dat ook juridisch houdbaar is. Want het gaat wel over het eigendom van partijen die het recht hebben om daarin keuzes te maken. Daar moet je een zwaarwegende reden voor hebben. Als bijvoorbeeld meer huurders dan de huidige geschatte 0,5% tot 2% in de problemen komen, dan kan dat op een gegeven moment een meer zwaarwegende reden zijn om ook zo'n instrument te gaan inzetten. Vandaar dat ik in mijn stapsgewijze benadering eigenlijk niks wil uitsluiten, maar het ijs moet wel dik genoeg zijn om te weten waar we precies mee te maken hebben en welk instrument het meest doeltreffend is.

De voorzitter:

Meneer Van Rooijen, derde.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Als de minister zegt dat ze niets wil uitsluiten en het woord "huurmatiging" nu al twee keer in de mond heeft genomen, zou ze dan kunnen toezeggen dat, als over drie maanden, bij de voorbereiding van het pakket, blijkt dat er huurmatiging nodig is, ze dan absoluut met voorstellen naar de Kamer komt om dat ook te doen? Wie A zegt, zegt B.

Minister Ollongren:

Mijn enige probleem, want ik ga een heel eind mee in uw redenering, is dat ik niet precies weet of het tegen die tijd een dusdanige omvang heeft dat het een proportioneel instrument zou kunnen zijn. Nogmaals, ik heb ook gezegd, via de huurtoeslag en de koopkrachtreparatie andere mogelijkheden te zien voor die compensatie. Uiteindelijk moet je bij ieder instrument dat je inzet ook kijken naar het moment waarop je dat zou kunnen inzetten. Huurtoeslag is meen ik altijd per 1 januari, huurverhogingen zijn per 1 juli. Maar ik heb steeds gesproken over een samenhangend pakket waarin ik niets wil uitsluiten.

De heer Kox (SP):

De minister zegt niets uit te sluiten, behalve datgene wat deze Kamer in meerderheid wil en kennelijk nog steeds wil, namelijk een tijdelijke huurstop op 1 juli. Ze kan daarvan niet aangeven dat het slecht zou zijn. Ze zegt daarover alleen: ik denk dat de centen beter besteed kunnen worden. Maar blijft overeind dat deze Kamer iets wil en dat de minister dat vooralsnog uitsluit. Ik hoop dat dat nog verandert.

Maar ik hoorde haar zeggen: ja, het is ook de vraag of ik het juridisch wel kan houden, want we hebben het wel over het eigendom van verhuurders. Dat is een argument dat ik op dit moment niet passend vind. Natuurlijk, als je tegen corporaties zegt "jullie dachten dat jullie op 1 juli de huur konden verhogen, maar ik beschik anders, omdat het parlement dat wil", dan zeggen ze natuurlijk: wie gaat dat betalen? Maar dat doen we toch ook met de Tozo en met de NOW? Als de regering zegt in te grijpen om redenen die jullie niet veroorzaakt hebben, dan moeten wij natuurlijk compenseren, dat is logisch. Maar dat is een financiële discussie.

De voorzitter:

Wat is uw vraag, meneer Kox?

De heer Kox (SP):

De vraag is of de minister het argument kan aanvoeren dat de andere partijen dan zullen zeggen: voor wat, hoort wat. Dat is toch logisch?

Minister Ollongren:

Dat zou uiteraard heel goed kunnen. Ik vind wel dat ik alle argumenten of overwegingen die spelen, hier op tafel moet leggen. Ik vond het om die reden goed om deze juridische complicatie wel te noemen. De heer Kox stapt al meteen verder naar de oplossing, namelijk compensatie voor die verhuurders. Via de verhuurderheffing kun je een deel van die verhuurders bereiken, maar niet iedereen. Dat weten we ook. Er zijn ook veel kleine verhuurders. Ik noemde net al mensen die enkele woningen verhuren. Dat is tevens hun pensioen. Het is dus wel een veel grotere groep dan alleen de woningbouwcorporaties.

De heer Kox (SP):

De minister schrijft in haar brief van 29 mei dat zij uitvoerig heeft gesproken met de verhuurdersorganisaties. Dan kan het toch niet anders dan dat de verhuurdersorganisaties hebben gezegd: als we de huur niet gaan verhogen, krijgen we dan compensatie? Daar moet dan toch over gesproken zijn? Het zijn allemaal hele gisse mensen die bij de woningcorporaties werken, dus die hebben gezegd: voor wat, hoort wat. Heeft de minister daar iets op tafel gelegd?

Minister Ollongren:

Nee, want de verhuurders hebben gezegd: het heeft niet onze voorkeur om over te gaan tot deze huurstop. Dat geldt zowel voor de woningbouwcorporaties als voor de andere verhuurders. Ik ben dus niet in onderhandeling met de verhuurders over de vorm van compensatie. Ik ben op zoek naar een wijze om een maximale impact te bereiken voor huurders die in de problemen zijn gekomen. Dat heb ik natuurlijk ook heel nadrukkelijk gedaan omdat de heer Kox mij daar zo nadrukkelijk om heeft gevraagd. We hebben alle opties de revue laten passeren. Geen van deze organisaties aan de verhuurderskant heeft gezegd: het lijkt ons goed om die huurstop in te voeren. Ze hebben wel allemaal gezegd dat zij bereid zijn om zich maximaal in te spannen om ervoor te zorgen dat het beroemde maatwerk wordt geleverd voor huurders die in de problemen zijn. Dat vind ik op zichzelf heel geruststellend, want dat is toch onze eerste zorg, en ik hoop ook die van de heer Kox. Onze eerste zorg is dat de mensen die nu in de problemen zijn, ook nu kunnen rekenen op een oplossing. Dat is stap één in mijn benadering.

De voorzitter:

De heer Kox, tot slot.

De heer Kox (SP):

Ik kan mij voorstellen dat verhuurders zeggen: laat maar zoals het is. De vraag is: wat heeft de minister in de aanbieding gedaan? Er is namelijk wel een verschil, want ik neem toch aan dat de minister heeft gezegd: u heeft in de gaten dat het parlement heeft gezegd dat dit moet gebeuren en ik ben er normaal gesproken als minister aan gehouden om die motie uit te voeren. Dan komt de volgende stap, namelijk dat de corporaties zeggen: oké, hoe lost u dat financieel op? Als de minister de verhuurderheffing daar op tafel had gelegd, was het probleem, denk ik, binnen een halfuur opgelost. Maar heeft de minister daarover gesproken? Als ze daar niet over gesproken heeft, dan kan ik mij voorstellen dat de corporaties zeggen: als je niks te bieden hebt, dan hebben wij ook niks te veranderen.

Minister Ollongren:

De heer Kox kan zich voorstellen dat het onderwerp verhuurderheffing regelmatig onderwerp van gesprek is met alle partijen die ik spreek. Ook nu. Ik heb de motie overigens zo geïnterpreteerd — dat ben ik met de heer Schalk eens; ik heb dat volgens mij ook zo gezegd bij de appreciatie in het vorige debat — dat als die zou worden aangenomen, ik dat gesprek zou aangaan en daarbij de ruimte zou hebben om te onderzoeken of en hoe ik haar zou kunnen uitvoeren. Zoals de heer Van der Burg zonet zei, span ik mij daar inderdaad maximaal voor in en doe ik mijn best om de motie uit te voeren. Ik heb het niet zo beluisterd dat er maar één manier was om dat te doen. Daar is mijn hele betoog vandaag natuurlijk op gebaseerd. Ik probeer dus op verschillende manieren toe te werken naar iets wat recht doet aan de letter van de motie, bijvoorbeeld door de wet tijdelijke huurverlaging, maar ook aan de geest van de motie, die uiteindelijk toch uitspreekt dat we huurders die in de problemen zijn, willen helpen.

De voorzitter:

Ik maak even een punt van orde. Het is bijna 19.00 uur. Ik kijk even hoeveel tijd er nog nodig is en hoeveel interrupties er nog ongeveer komen, want anders gaan we eerst schorsen voor een dinerpauze. Ik heb als Kamervoorzitter namelijk ook voor uw gezondheid te zorgen. Dat is elders ook weleens zichtbaar geweest. Ik kijk dus even rond. Kunnen de leden leven met korte interrupties en maximaal drie keer het woord per interruptie? Ik kijk ook even naar de minister. Hoeveel tijd denkt zij nog nodig te hebben, los van de interrupties?

Minister Ollongren:

Niet zo veel tijd. Ik heb nog een paar vragen en dan kom ik bij de motie.

De voorzitter:

Oké. Dan ga ik naar de heer Crone.

De heer Crone (PvdA):

U noemde in uw eerste termijn, ook in het verlengde van de gesprekken met de anderen, dat u overwoog het Sociaal Huurakkoord met Aedes en de Woonbond misschien te verruimen. Ik kon niet helemaal plaatsen wat daarmee bedoeld werd, maar daar zou in kunnen zitten dat u met hen een akkoord heeft over iets minder huurverhoging, 0% of 1%, in ruil voor iets met de verhuurderheffing. Was dat de bedoeling? U begon namelijk zelf over een verruiming van het Sociaal Huurakkoord.

Minister Ollongren:

Ik noemde het Sociaal Huurakkoord omdat nu blijkt dat er een specifiek probleem is rondom alleenstaanden. Dat heb ik ook uit de gesprekken met de Woonbond begrepen. Zij hadden op basis van het Sociaal Huurakkoord verwacht een betere behandeling te krijgen. Dat is in de praktijk niet het geval. We hebben afgesproken naar die specifieke groep te kijken, want het lijkt ook een beetje een ongewenste uitwerking van het Sociaal Huurakkoord, dat tussen de partijen is gesloten. Ik ben altijd bereid om daar met de partijen naar te kijken. Ze maken onderling het Sociaal Huurakkoord. Dat doen ze in principe zonder mij, maar ik ben natuurlijk daar natuurlijk graag bij betrokken. Dat geldt ook voor de uitwerking, zeker als er sprake is van een ongewenste uitwerking.

De voorzitter:

De heer Crone nog kort. U moet daarvoor wel het pedaal indrukken.

De heer Crone (PvdA):

Wie weet wat er deze week nog kan gebeuren.

De voorzitter:

De minister.

Minister Ollongren:

De heer Schalk had nog een aantal vragen. Ik zal die beantwoorden, net als die van de heer Crone. Hij zei dat de markt goed functioneerde, althans dat bedoelde hij eigenlijk niet te zeggen. Hij zei: de markt functioneert juist niet goed; de huren zijn te hoog. Dat klopt ook. De woningmarkt functioneert niet goed genoeg. Het prijsmechanisme werkt eigenlijk niet zo goed. Waarom niet? Omdat er grote schaarste is. Daar kun je verschillende instrumenten voor inzetten. De overheid kan daar natuurlijk aanwijzingen voor geven, partijen kunnen bijvoorbeeld een Sociaal Huurakkoord sluiten, maar je moet er natuurlijk ook voor zorgen dat er veel meer wordt gebouwd. Ik denk dat dat uiteindelijk in die markt ontzettend nodig is om daarin iets van rust en afkoeling te brengen. Ik ben blij dat hij vond dat de Wet tijdelijke huurkorting in ieder geval een goede stap daarin is. De andere stap die ik heb gezet — ik geloof dat ook de heer Crone dat zo heeft gezegd — is dat meldpunt. De vorige keer heb ik gezegd dat ik een beroep op de verhuurders deed, maar nu wil ik er ook voor zorgen dat de huurders, als zij bij hun verhuurder geen gehoor krijgen, ergens terechtkunnen, bij een meldpunt. Ook de heer Schalk vroeg daar overigens naar. Dat meldpunt moet er ook heel snel zijn. Daar wordt met de Huurcommissie al over gesproken. Het zou ook heel snel kunnen, hopelijk al volgende week.

Dan de vragen van de heer Schalk. Als we in augustus of september, dus bij Prinsjesdag, met een pakket komen, kan dat dan ook met terugwerkende kracht? Ik heb zojuist al gezegd dat het echt om een samenhangend pakket zou moeten gaan dat zowel ziet op de koopkracht als op de huurtoeslag en mogelijkerwijs op de huurstop. Wanneer dat dan moet ingaan, is ook allemaal onderwerp van gesprek. De normale, logische momenten zijn in juli. Dat is dan gepasseerd. Dan is er nog een 1 juli in het vooruitzicht, maar het gaat natuurlijk over de samenhang van alle maatregelen die je dan meent, wetende welke huurders in problemen zijn gekomen en of de huurtoeslag, de koopkrachtreparatie of de hoogte van de huren de beste benadering is.

Op de vraag over het meldpunt heb ik zojuist geantwoord. De spoedwet komt zo snel mogelijk, in ieder geval voor de zomer, maar zo snel als dat redelijkerwijs haalbaar is. Ik vind de suggestie van de heer Schalk over een brief eigenlijk een hele goede suggestie. Ik heb in mijn brief natuurlijk vrij uitvoerig uiteengezet wat er allemaal is gebeurd, maar ik kan me inderdaad ook wel weer voorstellen dat het lastig is om uit die brief precies te halen waar dat maatwerk precies uit bestaat. Met alle plezier zet ik dat nog eens uiteen in een brief.

De voorzitter:

Dat is dus een toezegging.

Minister Ollongren:

Ja.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Heel kort. Ik bemerk toch voortschrijdend inzicht bij de minister. Ze sprak eerder al over huurmatiging en nu neemt ze het woord "huurstop" in de mond. Kunt u dat toelichten? Als dat nu niet kan, dan denk ik dat dat komt op het moment waarop we dat als Kamer toch wel zouden willen weten. Sluit u een huurstop dus niet uit als u meer weet en als straks in het Prinsjesdagpakket ook besluiten moeten worden genomen?

Minister Ollongren:

Ik heb net ook al gezegd dat ik vind dat ik niks moet uitsluiten. Iets uitsluiten lijkt mij helemaal niet verstandig, want ik heb net betoogd dat ik op een aantal punten ook gewoon onvoldoende informatie heb om te kunnen beoordelen wat het beste instrument is om in te zetten. U vangt mij nu op een woord. Of ik nou over "huurmatiging" spreek of over "huurstop", het betekent in ieder geval dat je via de huurprijs voor bepaalde groepen datgene denkt te kunnen bereiken wat je wil bereiken. Dat kan ook via de huurtoeslag en dat kan ook via de koopkrachtreparaties.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Maar kan de minister bevestigen dat ze nu heeft gezegd dat er naast huurmatiging ook een huurstop zou kunnen komen naarmate zij meer weet? Kennelijk ziet ze dus ook technische mogelijkheden. Bedoelt ze dan dat dat 1 juli volgend jaar zal zijn? Dan denk ik dat het heel belangrijk is dat daar heel snel duidelijkheid over komt voor degenen die zo getroffen worden door de huurverhoging die nu wel doorgaat.

Minister Ollongren:

Maar degenen die nu getroffen worden door een huurverhoging die niet in verhouding staat tot het inkomen dat zij redelijkerwijs kunnen verwerven, wil ik nu al helpen. Daarvoor wil ik niet wachten tot september, en wil ik al helemaal niet wachten tot juli volgend jaar. En nogmaals, vang mij niet op een woord. Ik praat meestal over "huurmatiging". Ik zal best een keer "huurstop" hebben gezegd, maar dat is natuurlijk hetzelfde. Het gaat erom dat je zegt dat een huurstijging om bepaalde redenen niet verantwoord is. Maar ja, dan in de context van wat ik net heb geschetst, dus in de context van meer weten, en in de volgende fase van een totaalpakket, waarin we ook kunnen praten over koopkracht et cetera.

De voorzitter:

Even om het scherp te krijgen: de brief die u heeft toegezegd, komt nog deze week, dat wil zeggen ruim voor de stemming volgende week, minister? Heb ik dat goed begrepen?

Minister Ollongren:

Ja. Als ik de heer Schalk tenminste goed heb begrepen, is dat een brief die kort uiteenzet waar het — wat hij noemde — "generieke maatwerk" eigenlijk precies uit zou kunnen bestaan. En omdat ik vandaag ook een aantal zaken heb gezegd, waaronder bijvoorbeeld over het meldpunt bij de Huurcommissie, lijkt het me goed om dat deze week nog kort in een brief uiteen te zetten.

De heer Schalk (SGP):

Ik had gevraagd om in die brief aan te geven wat het oude maatwerk is, wat het nieuwe maatwerk is en op welke wijze de minister zou kunnen kijken naar wat ik het "generieke maatwerk" heb genoemd. Waarom? Ik denk dat iedereen hier begrijpt dat als iemand €2.000 à €3.000 aan huur kan betalen per maand, dan niemand zit te wachten op een huurstop daar - althans, ik kan me daar helemaal niets bij voorstellen. Waar het over gaat, is dat er gewoon mensen aan de onderkant van het huursegment zitten, maar ook aan de onderkant van de arbeidsmarkt en dergelijke. Daar willen we, denk ik, met zijn allen voor kijken. Dus in die zin zou ik het wel van belang vinden om te kijken of dat woord "generiek" niet al te zwaar beladen wordt, en dat de minister daar maatwerk op zou kunnen leveren. Mijn vraag is: zou ze daar nog even op kunnen reflecteren? En of ze, als ze daarover vandaag nog geen toezegging kan doen, daar dan in de loop van deze week helderheid over kan verschaffen, want dat kan deze Kamer enorm helpen bij de afweging of die motie zo meteen nog nodig is, ja of nee.

Minister Ollongren:

Dank voor deze nadere toelichting; dan is dat voor mij helder en kan ik de brief ook beter richten op de vraag die is gesteld. In het vorige debat heb ik gevraagd, ook aan de indiener, of het inderdaad de bedoeling was om "generiek" zo te verstaan dat het echt voor alle huurders zou zijn, dus ook voor mensen met een — laten we zeggen — ruim inkomen en geen problemen als gevolg van de coronacrisis. Toen was het antwoord daarop ja. Maar inderdaad bleek er in de nadere duiding en ook door de heer Schalk zelf toch ruimte te zijn in het onderzoeken van hoe je op de beste manier hiermee om zou kunnen gaan. En ik begrijp de heer Schalk zo, dat hij zegt: ik zou het liefst generiek maatwerk zien, dus inderdaad voor die groep waar zich ook daadwerkelijk een probleem voordoet. Nou, dan komen we volgens mij al veel dichter bij elkaar, omdat dat precies zit in mijn benadering: eerst de mensen helpen die nu in de problemen komen, er door de oogharen heen al rekening mee houdend dat die groep misschien groter wordt naarmate we verder zijn in deze crisis en de coronacrisis mogelijkerwijs eigenlijk overgaat in een economische crisis, of in ieder geval in een recessie. Dus zo zal ik in mijn brief daarover berichten.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Er komt een brief deze week. Dat is mooi. En ik hoor de minister zeggen: alles is denkbaar. Dat is ook mooi. Dan geldt dat dus ook voor een bevriezing van de huren per 1 juli 2020. Dus daar gaat de minister ons nog even nader over informeren, over hoe dat hele pakket er wat haar betreft uit moet gaan zien.

Minister Ollongren:

Ik kom zo op de motie van de heer Kox. Maar misschien is het dan toch goed dat ik even begin bij het begin, omdat de heer Vendrik nu zo nadrukkelijk 1 juli in beeld brengt. Ik dacht eigenlijk dat we met elkaar hebben gezegd: er moet aandacht komen voor die groep huishoudens, huurders, met een betalingsprobleem, want dat is ook de groep die als gevolg van de coronacrisis aandacht verdient, die getroffen kan zijn door de gevolgen van de coronacrisis. En dat is een analyse die ik helemaal deel. Vervolgens heb ik geprobeerd het te ontleden, en heb ik gezegd: het betekent voor sommigen, bijvoorbeeld de mensen die afhankelijk zijn van een uitkering of een pensioen, dat zij niet nu direct geraakt worden door de crisis. Ik weet niet hoe dat in de toekomst zal gaan. Daarom wil ik dat goed monitoren en wil ik de vinger aan de pols houden. Ik heb ook gezegd dat er verschillende manieren zijn om mensen te helpen. De huur is één route; een andere route is via de koopkracht. Daarom wil ik het gesprek voeren met de collega's van SZW. Ik heb geconstateerd dat veel mensen een beroep doen op de regelingen van SZW. Ik heb ook geconstateerd dat verhuurders gelukkig bereid zijn om, als dat nodig is, huur kwijt te schelden of mensen op andere manieren te helpen. En ik heb gezien dat veel partijen, waaronder het Nibud, zeggen: dat maatwerk is in ieder geval goed. Laten we daar dus mee doorgaan. Ik heb de spoedwet aangekondigd, zodat die tijdelijke huurkorting kan worden gegeven. Ik heb het gesprek met de autoriteiten daarover gevoerd, zodat zij dat, vooruitlopend op die wet, ook nu mogelijk maken en toestaan.

Vervolgens heb ik gezegd: in augustus heb ik een beter beeld. Zijn die huurverhogingen inderdaad gematigd geweest? Is dat alleen inflatie? Is er reden om te verwachten dat die economische nasleep voor een nog grotere groep huurders grote gevolgen zal hebben? En dan zou ik willen bezien welke instrumenten, waaronder inderdaad ook een instrument in de sfeer van de huur, ik het best kan inzetten om die groep te bereiken. Dus dat is de redenering waarin ik u en de Kamer heb geprobeerd mee te nemen. Ik probeer uit te leggen dat ik wel degelijk, met largesse, probeer uitvoering te geven aan de motie, maar dat er in deze stap-voor-stapbenadering niet voorzien is om per 1 juli aanstaande over de hele linie een huurstop aan te kondigen.

De heer Kox (SP):

Daar zit toch de essentie. Deze Kamer heeft juist uitgesproken dat dat is wat we willen. Deze Kamer heeft ook uitgesproken: als u daar nog een variant op hebt, zijn we daar buitengewoon in geïnteresseerd. Collega Schalk heeft destijds al in het debat gezegd: doe het dan voor de groep tot een bepaald bedrag. De minister levert niks van dat alles, terwijl zij er toch erg goed van op de hoogte is dat generiek generiek is? Generiek is niet specifiek, behalve als je het in de combinatie van Schalk doet. Dan kan het. Maar collega Schalk bedoelt niet: pak een individu en los het dan op. Nee, doe het dan voor een grote groep: corporaties, huurders, huurders onder een bepaald bedrag en noem maar op. Maar de minister beweegt op dat punt niet. Daarom staat het in schril contrast met haar uitdrukking: voor mij is alles bespreekbaar, dus ik sluit niks uit, behalve wat deze Kamer vraagt. Wat maakt het nu zo moeilijk voor de minister om te zeggen: dat is ook een optie; als daar een meerderheid van dit parlement voor is en het in ieder geval niet slecht uitvalt voor de huurders, laten we dat dan maar doen? De collega's van de minister komen met dezelfde voorstellen en verdedigen dat ook zo.

De voorzitter:

Meneer Kox, ik ga toch even naar de minister, voor een antwoord.

Minister Ollongren:

Dat laatste heeft de heer Kox in het vorige debat ook gezegd. Toen heb ik betoogd dat dat klopt. Het kabinet spreekt trouwens sowieso met één mond. Maar het kabinet heeft gekozen voor de benadering om meteen aan het begin van de crisis, waarin iedereen werd overvallen door het virus en alle gevolgen daarvan, te zorgen voor inkomensondersteuning. Het gevolg van die keuze is juist dat ik namens het kabinet heb betoogd dat het niet logisch is om nu daarnaast dat generieke instrument op die manier in te zetten. Tegelijkertijd heb ik gezegd dat ik alle begrip heb voor de zorgen die leven bij de heer Kox en anderen in deze Kamer over huurders en specifieke groepen daarbinnen. Ik doe er op dit moment alles aan om daaraan tegemoet te komen. Ik wil er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ik voor de toekomst — dus naarmate we verder komen in de tijd, de crisisfase voorbij is en de instrumenten veranderen of misschien wel worden afgebouwd — een goed pakket heb, zodat mensen niet onnodig in de problemen komen.

De voorzitter:

De heer Kox nog, kort.

De heer Kox (SP):

Met alle respect, maar wat de minister zegt, is niet in lijn met wat er gebeurt. De eerste maatregelen waren inkomensondersteuning en ondersteuning van bedrijven. Dat waren generieke maatregelen. Maar inmiddels hebben we — ik noemde het al — bijvoorbeeld de generieke maatregel: alle grootgebruikers hoeven vooralsnog de CO2-heffing niet te betalen. Generieker kan je het niet hebben. Zoals gezegd is er geen enkele grootverbruiker die een formuliertje heeft moeten indienen voor de vraag of hij er wel beroerd genoeg voor stond. Dus het past in de systematiek van het kabinet. Dat heb ik betoogd, dat heeft deze Kamer ook betoogd. Waarom kan de minister niet zeggen: ja, dat past; ik ga naar de collega's toe en vraag wat ze ervan vinden? Dat is toch een mogelijkheid? Waarom wordt dat uitgesloten en gaat de minister op zoek naar wat wij mogelijkerwijs nog meer bedoeld zouden hebben? We bedoelen dit.

Minister Ollongren:

Ik heb de Kamer goed gehoord en de motie goed gelezen. Ik ga naar het kabinet, sterker nog, ik ben al bij het kabinet geweest om daarover te spreken. Maar dan is natuurlijk de eerste vraag — dat lijkt me ook terecht — welke van deze huurders niet geholpen worden door de maatregelen die we hebben genomen, maar wel in de problemen zijn gekomen door corona. Dat is nou precies de groep die ik via dat maatwerk kan bereiken. Dat is ook precies de groep waarbij ik de vinger goed aan de pols houd. Als die groep groter wordt — dat moeten we niet uitsluiten — moeten we ook andere instrumenten gaan inzetten. Daarin voel ik me gesteund door de motie.

De voorzitter:

Willen de leden 1,5 meter afstand houden, alstublieft?

Ik heb even een punt van orde. Mijn voorstel is dat we de minister haar inbreng helemaal laten afmaken en dan kijken hoeveel interrumpanten er nog zijn. Als het er veel zijn, gaan we eerst een dinerpauze houden, want anders krijgen we straks ongelukken en dat wil ik niet voor mijn rekening hebben. Is dat akkoord? Dan wachten we eerst even tot de minister klaar is en dan kijken we hoeveel interumpanten er zijn. Als het er veel zijn, moeten ze ook ruim de tijd krijgen, maar daar hoort ook een voldoende hoog glucoseniveau bij, en dat gaan we dan ook regelen. Als u er dus mee akkoord bent, stel ik voor dat we de minister haar termijn nu even helemaal laten afmaken. Dan krijgt iedereen daarna ruim de tijd om te interrumperen.

Minister Ollongren:

Voorzitter, het enige wat mij nog rest, is de motie. Ik heb net betoogd hoe ik omga met de motie die er al ligt. Mijn suggestie zou dus zijn — de heer Pijlman suggereerde dat in zijn termijn ook — om de motie aan te houden tot het moment waarop uw Kamer een afweging kan maken over hetgeen ik geschetst heb, op weg naar Prinsjesdag, en over de reële ontwikkeling van de situatie van de huurders, waar ik de Kamer natuurlijk van op de hoogte kan houden. Ik stel voor om die stap-voor-stapbenadering te volgen. Mijn suggestie zou dus zijn: houd deze motie aan. De andere motie is aangenomen en ik handel daarnaar, in mijn beleving. Bezie tegen die tijd of deze motie nog nodig is. Maar dat is uiteraard een vraag van mijn kant.

De voorzitter:

U bent aan het eind van uw termijn?

Minister Ollongren:

Ja.

De voorzitter:

Ik kijk even wie er nog wil interrumperen. Dat zijn de heer Vendrik en de heer Crone. Verder zie ik geen interrupties meer. Meneer Vendrik.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik heb nog één vraag. De minister sprak zojuist over generiek maatwerk. Dat klinkt breed en smal tegelijk, dus ik probeer te snappen wat dat is. Als de minister 1 juli laat passeren, dan is het afhankelijk van het initiatief van de huurder, maar vooral van de bereidwilligheid van de verhuurder of er iets gebeurt. En het punt is dat wij de positie van de huurders juist in deze tijd iets sterker willen maken. Zou het zo kunnen zijn dat de minister in haar brief langs die lijn eens even opschrijft welke groepen zij echt wil beschermen? Voor welke groepen zou het kabinet willen zeggen: daarvoor wil ik gewoon op 1 juli geen huurverhoging? Bij wijze van uitvoering van de motie-Kox. Dat zou misschien helpen.

Minister Ollongren:

Allereerst: de term "generiek maatwerk" was niet van mij. Ik wou dat ik hem had bedacht, maar het was toch echt de heer Schalk die hem introduceerde. Dus ik heb hem enkel van hem overgenomen. Ik heb zonet ook gezegd: 1 juli is inderdaad de datum waarop de huurverhogingen ingaan. De aankondigingen moeten natuurlijk al eerder worden gedaan, minstens twee maanden van tevoren. Die zijn dus al grotendeels gedaan, zelfs al voordat het vorige debat in uw Kamer werd gehouden. Ik ben natuurlijk bereid om te doen wat de heer Vendrik vraagt en zal dus in de brief ook ingaan op die groep. Ik heb net geprobeerd om dat in mijn betoog uiteen te zetten. Maar het ziet natuurlijk vooral op de verschillen tussen de huurders, en binnen die groepen de mensen die daadwerkelijk nu reëel getroffen worden als gevolg van de coronacrisis. Maar zijn suggestie neem ik ter harte en ik neem het mee in de brief.

De voorzitter:

Dan de heer Crone nog.

De heer Crone (PvdA):

Inderdaad, de term "generiek maatwerk". Het lijkt wel of het beleid is: maatwerk, als het maar niet generiek is. Dat is een serieuze opmerking, want u vraagt: welke groepen raak ik dan niet? Nou, bijvoorbeeld de jonge gezinnen, waar een van de twee partners zijn of haar baan gaat verliezen, die nu in de particuliere sector zitten, voor €1.000, €800, of €1.500. Ik wil uit het debat een paar positieve dingen halen. Mensen zeggen: stel dan grenzen. Ik noem de scheefwoners van de heer Pijlman en de €1.500 van de heer Schalk. Ik heb gezegd: het kan misschien na een jaar weer omhoog. Dan is het niet structureel. Dat is in lijn met uw eigen wet. Het kan ook gaan om alleen de inflatie toestaan, maar geen verhoging daarbovenop. Er zijn zoveel varianten; ik hoop dat u in het kabinet een van de varianten kiest. Neemt u die varianten alstublieft mee.

Minister Ollongren:

Ik heb heel goed opgelet en uiteraard zal ik die varianten graag meenemen. Ik heb dezelfde zorgen als de heer Crone over de jonge gezinnen die getroffen worden door corona. Maar dat zijn wel precies de mensen voor wie het kabinet een flink aantal maatregelen heeft getroffen en die in principe, in ieder geval in deze fase, kunnen rekenen op inkomensondersteuning via bijvoorbeeld de NOW. Ik ben het er ook mee eens dat wij bepaald beleid hebben ten aanzien van mensen die misschien een te lage huur betalen. Daarvoor is wat meer ruimte dan voor mensen die het water aan de lippen staat. Het is sowieso beleid van het kabinet om daar anders mee om te gaan. De woningbouwcorporaties verhogen de huren eigenlijk alleen maar met de inflatie, over de hele linie. Ik heb dat heel goed gehoord van de heer Crone. Gelukkig is dat ook het beleid van de woningbouwcorporaties. Ik heb de opmerking dus goed gehoord. Ik zal ervoor zorgen dat de brief dit ook in voldoende mate reflecteert.

De voorzitter:

Dank u wel, minister.

Ik dank de minister voor de verstrekte inlichtingen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor volgende week te stemmen over de ingediende motie.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan zijn wij nu gekomen aan het einde van de vergadering.

Ik deel graag mee dat de commissievergadering BiZa en Financiën in Teams zal beginnen vijf minuten na het sluiten van deze plenaire vergadering. Ik dank alle leden en medewerkers die deze vergadering mogelijk hebben gemaakt, en wens u wel thuis.