Kamer steunt vervolging en berechting neerhalen MH17



Dinsdag 10 juli debatteerde de Eerste Kamer over twee wetsvoorstellen die de vervolging en berechting in Nederland van strafbare feiten rond het neerhalen van vlucht MH17 in samenwerking met Oekraïne moeten regelen (34.915 en 34.916).

De woordvoerders benadrukten dat zij de voorstellen van het kabinet steunen en dat de wetsvoorstellen strikt genomen niet plenair behandeld hadden hoeven worden. Maar, zoals senator Knapen (CDA) zei, er zijn van die zaken waarvan de behandeling een kwestie is van markeren: "We markeren hier onze vastberadenheid en onze onverstoorbaarheid. We zijn het aan de slachtoffers, de nabestaanden en onszelf verplicht."

Wel hadden de senatoren nog enkele vragen aan minister Grapperhaus. Zo wilde PVV-senator Faber welke garanties er zijn dat een eventueel opgelegde straf ook daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Senator Knip (VVD) vroeg de minister of hij een indicatie kan geven hoe het met het identificeren van mogelijke verdachten staat. Senator Kox (SP) wilde weten of de aansprakelijkheid van Oekraïne ook zal worden uitgezocht.  PvdA-senator Vlietstra noemde de videoberechting de 'next best' oplossing, maar wilde wel weten waarom een instemmingsvereiste is overeengekomen.  De GroenLinks-fractie wilde bij monde van senator Strik weten of het verdrag met Oekraïne volstaat of dat Nederland ook met andere landen probeert samen te werken, in het bijzonder Rusland.

Senator Kuiper (ChristenUnie) vroeg de minister welke internationale verdragen precies grond geven voor een gesprek met Rusland over vervolging en berechting. In aanvulling hierop wilde SGP-senator Van Dijk weten of de minister de indruk heeft dat Rusland te bewegen is om Russische verdachten te kunnen verhoren. Ook senator Knapen (CDA) ging in op een mogelijk verdrag met Rusland. Hij vroeg de minister wanneer een poging om met Rusland tot een vergelijkbaar verdrag te komen wel aan de orde is. Het was senator Schaper (D66) opgevallen dat in de VN-resolutie van 2014 gesproken wordt van 'aansprakelijk stellen' en in dit wetsvoorstel van 'ter verantwoording roepen'. Hij vroeg de minister of hij in kan gaan op het verschil in terminologie. 50PLUS-senator Baay wilde tenslotte van de minister de bevestiging dat misdaden gericht tegen het leven niet zullen worden uitgezonderd.

Tijdens het debat haalden meerdere senatoren het verlies van de slachtoffers aan, en dan in het bijzonder van de eigen collega PvdA-senator Willem Witteveen die op 17 juli 2014 samen met zijn vrouw en dochter op weg was naar hun vakantiebestemming.

Na afloop van het debat waren de senatoren eensgezind: stemming was niet nodig. Beide wetsvoorstellen werden unaniem aanvaard.

Dit wetsvoorstel keurt het Verdrag met Oekraïne inzake internationale juridische samenwerking met betrekking tot misdrijven die verband houden met het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines op 17 juli 2014 goed. De vervolging en berechting van het neerhalen van vlucht MH17, vindt plaats in Nederland volgens de regels van het Nederlandse straf(proces).

Het verdrag biedt een kader voor de strafrechtelijke samenwerking tussen Nederland en Oekraïne met betrekking tot de vervolging en berechting van het neerhalen van vlucht MH17 en de eventueel daarvoor op te leggen straffen. De afspraken in het verdrag geven uiting aan de samenwerking tussen de JIT-landen ten behoeve van het ter verantwoording roepen van de verantwoordelijken voor het neerhalen van vlucht MH17, zoals Resolutie 2166 (2014) eist. Australië, België, Maleisië, Nederland en Oekraïne maken deel uit van het Joint Investigation Team (JIT).

De belangrijkste onderwerpen van het verdrag zijn:

  • de Nederlandse rechtsmacht en overdracht van strafvervolging;
  • uitlevering van verdachten;
  • berechting door middel van videoconferentie;
  • overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen.

Tegelijkertijd met dit voorstel is een voorstel ingediend dat strekt tot uitvoering van het verdrag. Dit wetsvoorstel regelt de uitvoering van het Verdrag met Oekraïne inzake internationale juridische samenwerking met betrekking tot misdrijven die verband houden met het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines op 17 juli 2014 in de Nederlandse regelgeving.

De vervolging en berechting van het neerhalen van vlucht MH17 vindt plaats bij de rechtbank Den volgens de regels van het Nederlandse straf(proces)recht. Binnen deze juridische kaders  wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de internationale aspecten van een strafproces. Daarom wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn om tijdens het proces ook de Engelse taal te gebruiken en om verdachten die niet (kunnen) worden uitgeleverd per videoconferentie te berechten. Ook is er een regeling voor de overname van strafvervolging met betrekking tot vreemdelingen die hun woon- en verblijfplaats buiten Nederland hebben. Dat is geregeld omdat de Oekraïense  grondwet een verbod op uitlevering van eigen onderdanen heeft.


Deel dit item: