T02558

Toezegging Onderzoek weigerende observandi (32.398)



De minister voor Rechtsbescherming zegt de Kamer, naar aanleiding van opmerkingen van de leden Baay-Timmerman, Barth, Bikker, De Bruijn-Wezeman, Dercksen, Van Dijk, Oomen-Ruijten, Schnabel, Strik en Wezel, toe om de alternatieven voor de regeling voor weigerende observandi te onderzoeken en hierover met experts en belanghebbenden (waaronder de tbs-advocaten) het gesprek aan te gaan. De Kamer zal voor eind 2018 een eerste verkenning ontvangen. In aanloop naar de evaluatie van de wet zullen een of twee van die veelbelovende alternatieve of aanpalende maatregelen verder worden uitgewerkt.


Kerngegevens


Uit de stukken

Handelingen I 2017-2018, nr. 15 - item 3, blz. 25

Minister Dekker:

Ook wanneer uw Kamer met de wet instemt, zal ik mij in de toekomst blijven inzetten voor andere mogelijkheden om het probleem van de weigerende observandi terug te dringen en de effectiviteit van de tbs-maatregel te verhogen.

Het WODC doet op dit moment onderzoek naar het aantal keren dat de rechter bij een weigerende observandus toch een tbs-maatregel heeft opgelegd. In het kader van dit onderzoek wordt aan rechters en officieren van justitie de vraag voorgelegd of zij zelf verbetermogelijkheden zien. Ik denk dat dit refereert aan een opmerking die de heer

Schnabel maakte, dat je in sommige rechtszaken ziet dat rechters zonder een concludent advies van het PBC tot het opleggen van die maatregel overgaan.

Andere suggesties zal ik daarbij ook heel serieus onderzoeken. Allereerst de suggestie van de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens om in de wet op te nemen dat het OM bij een succesvolle weigeraar de mogelijkheid heeft om uiterlijk binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de veroordeling, aan de rechter te vragen om aanvullend of in plaats van de al opgelegde gevangenisstraf alsnog tbs op te leggen. Er zijn ook andere suggesties gedaan, bijvoorbeeld in de Tweede Kamer, over de zogeheten tweefasenstructuur of het tweefasenproces. Dat is net weer een iets andere variant, maar wel een interessante en de moeite waard om even goed naar te kijken. De mogelijkheid om, wanneer in detentie blijkt dat er sprake is van een stoornis, ook na het opleggen van de straf alsnog tbs op te leggen, is een andere suggestie waar ik naar wil kijken. Hetzelfde geldt voor enkele suggesties die zijn gedaan door de tbs-advocaten.

Een aantal van u heeft gisteren ook een duit in het zakje gedaan, zou je oneerbiedig kunnen zeggen. De heer Van Dijk had het over de meewerkplicht, mevrouw Wezel dacht aan een net iets andere variant van de suggestie van de Autoriteit Persoonsgegevens en mevrouw De Bruijn opperde de introductie van de voorlopige tbs-maatregel. De heer Dercksen heeft ook een punt, want hij heeft uitgebreid stilgestaan bij het rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, waarin wordt gezegd dat je bij risico-taxaties ook kunt kijken naar meer statistische modellen die daarover voorspellingen doen. Je zit daarbij wel met de vraag hoe je statistische informatie die betrekking heeft op een groep, kunt gebruiken bij een individueel advies. Dat is best ingewikkeld. Ik vind dat we alle goede adviezen die er liggen, moeten meenemen. Dat vraagt echter wel tijd, niet alleen omdat ik alle voorstellen wil bestuderen, zowel als het gaat om de conformiteit met grondrechten als om de praktische uitvoerbaarheid, maar ook omdat veel suggesties een forse stelselwijziging met zich meebrengen. Ik moet daar echt even goed naar kijken.

Mijn voorstel is als volgt: ik denk dat het haalbaar moet zijn om voor eind 2018 een serieuze eerste verkenning te doen van alle opties die nu op tafel liggen. Hierdoor kunnen we een gevoel krijgen welke daarvan de echt haalbare en wenselijke opties zijn en welke plussen en minnen eraan vastzitten. Als het eerder kan, zou dat mooi zijn, maar ik denk dat eind 2018 een redelijk tijdpad is. Vervolgens moet het mogelijk zijn om ook in aanloop naar de evaluatie van deze wet — dat is ongeveer drie jaar vanaf nu — een of twee van die veelbelovende alternatieve of aanpalende maatregelen verder uit te werken, zodat bij de wetsevaluatie ook een integrale discussie kan worden gevoerd.

De heer Dercksen (PVV):

Dank hiervoor. Ik zie dat als een toezegging om er serieus naar te kijken. Ik wil erop wijzen dat dit systeem in de Angelsaksische landen al wordt toegepast. De vraag die u er zelf over stelt, is eenvoudig te beantwoorden door te toetsen hoe dit in andere landen gebeurt. Het rapport dat is geschreven, handelde voornamelijk over zedendelinquenten. Ik zou het graag willen verbreden naar alle tbs-delicten. Als ik het rapport goed doorgrond, denk ik dat daarbij een grote mate van aansluiting te vinden is.

Minister Dekker:

Ik neem dat graag mee. Ik weet dat in Canada dit soort modellen meer worden toegepast dan op dit moment in Nederland het geval is. Ik denk dat we daarvan kunnen leren.

Handelingen I 2017-2018, nr. 15 - item 3, blz. 26

Mevrouw Barth (PvdA):

Mijn tweede vraag is of hij bereid is om naar aanleiding van het signaal van de tbs-advocaten van vorige week met hen in gesprek te gaan en op een open manier met hen te spreken over waarom zij hun cliënten op dit moment soms nog steeds adviseren om niet mee te werken, ondanks het feit dat er bijvoorbeeld, mede op hun verzoek, enorm hard gewerkt is aan het bekorten van de behandelduur in de tbs.

Minister Dekker:

Ook het gesprek met de tbs-advocaten pak ik op. Zo'n onderzoek dat we doen, is niet alleen maar een kwestie van bureauonderzoek. We gaan ook in gesprek met heel veel experts en belanghebbenden over hoe zij precies in dit vraagstuk zitten.


Brondocumenten


Historie