T02195

Toezegging Bij het opstellen van de natuur-AMvB zal rekening worden gehouden met de ervaring die dan is opgedaan met de Wet natuurbescherming (33.348)



De staatssecretaris van Economische Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Schnabel (D66), toe dat er bij het opstellen van de natuur-AMvB rekening zal worden gehouden met de ervaring die dan is opgedaan met de Wet natuurbescherming. De onderwerpen bejaagbare soorten en deelname van maatschappelijke organisaties aan faunabeheereenheden zijn daar onderdeel van. 


Kerngegevens

Nummer T02195
Status voldaan
Datum toezegging 8 december 2015
Deadline 1 januari 2018
Voormalige Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Economische Zaken (2012-2017)
Huidige Verantwoordelijke(n) Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Kamerleden Prof.dr. P. Schnabel (D66)
Commissie commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie lagere regelgeving
Onderwerpen aanvullingsbesluit
AMvB
evaluatie
Wet natuurbescherming
Kamerstukken Wet natuurbescherming (33.348)


Uit de stukken

Handelingen I 2015-2016, nr. 11, item 8, blz. 12-40

De heer Schnabel (D66):

(...)

In de Initiatiefnota Mooi Nederland uit 2013 spreken PvdA, D66 en GroenLinks uit jacht uitsluitend te willen zien als een professionele activiteit in dienst van schadebestrijding en duurzaam populatiebeheer. In dat perspectief is er geen plaats voor vrij bejaagbare soorten, ook niet voor de vijf die nu in artikel 3 lid 20 van het voorstel van wet staan genoemd. De fractie van D66 heeft grote problemen met het hele idee van vrije bejaagbaarheid van dieren en betreurt het inderdaad dat daar nog plaats voor is in een wet die de naam "Natuurbescherming" draagt.

Ik zou daarom de staatssecretaris willen vragen in de evaluatie van de Wet Natuurbescherming in het bijzonder rekening te houden met de in de samenleving groeiende afkeer van het zonder noodzaak doden van dieren. De fractie van D66 zou het toejuichen wanneer bij de overgang van de Wet natuurbescherming naar de Omgevingswet de artikelen met betrekking tot de vrij bejaagbare diersoorten zouden kunnen worden ingetrokken. Ik hoop dat de staatssecretaris hier al een toezegging op kan doen.

De heer Schnabel (D66):

Ten slotte denken wij bij dit punt dat het goed is dat nu wettelijk geregeld wordt dat ook andere maatschappelijke organisaties en wetenschappers door het bestuur van de faunabeheereenheden kunnen worden uitgenodigd om hun inbreng te hebben. Dat zou ook goed geëvalueerd moeten worden. Dat bleek wel uit de deskundigenbijeenkomst. De verschillende partijen voelden daarbij zeer verschillende meningen over het gewicht van die inbreng. Het is belangrijk dat in dit opzicht door de staatssecretaris bevorderd wordt dat de faunabeheereenheden een onafhankelijke voorzitter hebben. De wet regelt dit niet, maar ik wil de staatssecretaris graag in overweging geven om de provincies te vragen om te bevorderen dat bij voorkeur voorzitters gekozen worden die niet zelf als jager actief zijn en die ook in deze zin onafhankelijk zijn.

(...)

Staatssecretaris Van Dam:

(...)

De heer Schnabel vroeg ook welke elementen bij een evaluatie van de wet betrokken zullen worden bij de overgang naar de Omgevingswet. Zullen bijvoorbeeld ook de bejaagbare soorten en de deelname van maatschappelijke organisaties aan de faunabeheereenheden daarbij meegenomen worden? Het uitgangspunt is dat deze wet straks een-op-een overgaat in de Omgevingswet. Binnen het systeem van de Omgevingswet komen de meeste regels alleen in AMvB's van die wet en niet in de wet zelf. Dat is de systematiek van de Omgevingswet. Bij het opstellen van die natuur-AMvB zal ik rekening houden met de ervaring die dan is opgedaan met de Wet natuurbescherming. De onderwerpen bejaagbare soorten en deelname van maatschappelijke organisaties aan faunabeheereenheden zijn daar vanzelfsprekend onderdeel van. Dat is een geëigend moment om daar nog een keer naar te kijken.


Brondocumenten


Historie