T01888

Toezegging Uitvoering PIA's bij scenario's jeugdwet (33.674 / 33.684)



De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vragen en opmerkingen van de leden Slagter-Roukema (SP), Scholten (D66) en Ganzevoort (GroenLinks), toe de Kamer in de nazomer van 2014 te berichten over de uitkomst van de PIA's (privacy impact assessment) bij de ontwikkeling van de scenario's voor gemeenten bij inrichting van het systeem bij de Jeugdwet. De PIA's worden uitgevoerd aan de hand van de vijf criteria die genoemd zijn in de motie-Franken (31051, D).


Kerngegevens

Nummer T01888
Status voldaan
Datum toezegging 11 februari 2014
Deadline 1 januari 2015
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
Kamerleden Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks)
Mr. M.C. Scholten (D66)
drs. T.M. Slagter-Roukema (SP)
Commissie commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen bescherming van persoonsgegevens
persoonsgegevens
Privacy Impact Assessment
Kamerstukken Jeugdwet (33.684)
Gebruik burgerservicenummer in de jeugdzorg (33.674)


Uit de stukken

Handelingen I 2013-2014, nr. 19 item 5, - blz. 61

Staatssecretaris Teeven:

(...)

Allereerst dank ik de leden voor hun opmerkingen. Op het punt van de privacy weet ik dat de senaat terecht een groot gewicht toekent aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Daarvan getuigt ook de motie van senator Franken uit 2011 (31051, D). De senaat heeft hierin een aantal criteria vastgelegd waarin de regering wetsvoorstellen dient te toetsen indien sprake is of kan zijn van beperking van de privacy. Mijn collega en ik hechten eveneens aan waarborgen voor de privacy. Ik heb mij destijds ook positief uitgelaten over die motie. Als ik het wetsvoorstel toets aan de criteria van de motie-Franke c.s., dan kom ik op een positieve uitkomst. Voordat ik die criteria een voor een langsloop, geef ik de Kamer graag mee dat wij de motie-Franke c.s. nadrukkelijk in het algemeen wetgevingsbeleid van het kabinet hebben opgenomen. Een van de uitwerkingen daarvan is dat het uitvoeren van een PIA, een privacy impact assessment, tot standaardverplichting is verheven. Ik kom zo nog te spreken over de PIA's en over het derde criterium van de motie-Franke c.s. Ik kan nu al wel toezeggen dat de gemeenten dat ook zullen laten doen voor de modellen, de systemen – de heer Beckers sprak in zijn inbreng in eerste termijn over systemen – die zij gaan gebruiken. Overigens hebben wij dat nu al gedaan hebben voor de eenmalige gegevensoverdracht.

Mevrouw Slagter-Roukema (SP):

Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat de gemeenten dit inderdaad zullen gaan doen. Tot nu toe is altijd gezegd dat daar bij de gemeenten op aangedrongen zal worden. Geeft hij hiermee de duidelijke bevestiging dat gemeenten dat inderdaad gaan doen? Wanneer dan?

Staatssecretaris Teeven:

Ik kom daar nog uitgebreid over te spreken, maar ik wil het nu ook best zeggen. De bedoeling is dat de gemeenten in mei aanvangen met de modellen die zij zullen gebruiken en wij in de nazomer de PIA's afronden.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 19 item 5, - blz. 62

Staatssecretaris Teeven:

(...)

Dan kom ik op het derde punt, dat ook mevrouw Slagter zojuist aanhaalde. Wat is het tijdpad en om welke PIA's gaat het dan? Een PIA is een goed instrument om de privacyaspecten en de daarmee samenhangende risico's in kaart te brengen. Wanneer door de rijksoverheid nieuwe gegevensverwerkingen worden gestart, zal op grond van het derde criterium van de motie-Franken de verantwoordelijke bewindspersoon een dergelijk assessment laten uitvoeren. Dat is ook het geval geweest met de eenmalige gegevensoverdracht en die PIA heeft geleid tot een vijftiental aanbevelingen die ook allemaal integraal zijn overgenomen.

Mede naar aanleiding van de door uw Kamer geuite zorgen over de privacyaspecten hebben mijn collega en ik besloten PIA's te laten uitvoeren voor de scenario's – de modellen voor de gegevensverwerking binnen de Jeugdwet –, aan de hand waarvan de gemeente haar uit de Jeugdwet voortvloeiende taken zal gaan inrichten. Die scenario's worden ontwikkeld door de gemeenten en zullen vervolgens aan PIA's onderworpen worden. Dat heeft mevrouw Slagter goed gehoord. Het plan is om die PIA's in mei te laten uitvoeren. Wij zullen de Kamer in de nazomer per brief berichten over de uitkomsten. Zo kunnen gemeenten ook zien waar de goede en de zwakke plekken zitten en kunnen zij deze verbeteren in hun modellen en scenario's. Als blijkt dat er onvolkomenheden zitten in de inrichting en de uitvoering op lokaal niveau, kunnen wij, als de gemeente niet bereid zou zijn om een bepaald scenario aan te passen, proberen die gemeente te overtuigen. Als het helemaal niet anders kan, zouden wij, gezien het feit dat gegevensbescherming een belangrijk criterium is, op dat punt een aanwijzing kunnen geven.

Mevrouw Scholten (D66):

Begrijp ik het goed dat de scenario's door de regering worden aangeleverd, of komen die uit de gemeenten zelf?

Staatssecretaris Teeven:

Gemeenten hebben een bepaalde mate van vrijheid hoe zij die gaan inrichten. Gemeenten zijn nu bezig met de modellen aan de hand waarvan zij die gegevens gaan uitwisselen. Mevrouw Scholten heeft zelf ook verwezen naar het schema dat wij in de nadere memorie van antwoord hebben opgenomen. Gemeenten weten wie wat kan krijgen. Zij gaan werken aan die modellen. Wij verwachten dat dit zal leiden tot vijf, zes of zeven modellen van onderop. Als die modellen er zijn, gaan wij de PIA's starten. Dat kan dan in de nazomer leiden tot verbeteringen.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 19 item 5, - blz. 67

Staatssecretaris Teeven:

(...)

Mevrouw Scholten stelde op dit punt de heel specifieke vraag of het Rijk op enig moment, mocht het met de PIA's niet goed lopen, nog de aanwijzing moet geven dat gemeenten uniform met privacy omgaan, dus allemaal op dezelfde wijze. Wij gaan, zoals gezegd, niet uit van een uniform model. Gemeenten hebben op dat punt beleidsvrijheid. Als de uitkomsten van PIA's in de nazomer niet worden geaccepteerd, zullen we die aanwijzing uiteraard wel geven. Dan heb je feitelijk immers een probleem.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 19 item 5, - blz. 84-85

Staatssecretaris Teeven:

Mevrouw Slagter heeft mij nog een aantal vragen gesteld. Zij heeft mij gevraagd of de ICT-systemen bij de inwerkingtreding bij de gemeenten op orde zijn en of alleen die PIA wel voldoende is. Bij de PIA's en audits gaat het om de verwerking van persoonsgegevens, om het systeem. Dat is niet hetzelfde als een verantwoordelijkheid van het Rijk voor de ICT-systemen van de gemeenten an sich. Daarvoor dragen de gemeenten de verantwoordelijkheid. Die moeten wij daar ook laten. Dat is voor andere systemen die de gemeenten gebruiken, bijvoorbeeld de GBA, ook het geval. Daarvoor is de situatie niet wezenlijk anders. Voor systemen draagt het Rijk geen verantwoordelijkheid, maar we zijn nu wel aan het monitoren. Wij gaan wel bekijken of de systemen wat de gegevensverwerking, de modellen van gegevensuitwisseling, betreft goed in elkaar zitten. Dat hebben wij in dit debat uitvoerig met elkaar besproken.

Mevrouw Slagter-Roukema (SP):

Ik heb gevraagd welke eisen, welke randvoorwaarden, aan de systemen worden gesteld.

Staatssecretaris Teeven:

Dat hebben wij met elkaar behandeld. Ik heb de Kamer meegenomen in de aangenomen motie-Franken, waarin duidelijk vijf criteria zijn ontwikkeld die we langs moeten lopen. Dat doen wij als wetgever bij het ontwikkelen en bespreken van wetten waarbij gegevensbestanden onderwerp van discussie zijn, waarbij het gaat om bescherming van persoonsgegevens. Dat weten de gemeenten ook. Wij zullen de gemeenten daarbij ook helpen. Dat hebben wij vanavond met elkaar besproken. Wij zullen een informatiefolder uitbrengen en wij zullen de gemeenten assisteren bij de uitvoering. Dat is allemaal de verantwoordelijkheid van de transitiecommissie. Dat gaan we dus ook doen, maar uiteindelijk is het in eerste instantie de gemeente die verantwoordelijkheid draagt. Als uit de PIA's, het monitoren of de audits blijkt dat de situatie niet voldoet aan de wettelijke vereisten en aan de uitgangspunten die wij vanavond hebben besproken, dan komt het moment dat je wellicht aanwijzingen zult moeten geven. Dat heb ik ook gezegd. Dat is echter een uiterste situatie. Verantwoordelijkheid van het Rijk voor de systemen is er niet.

De heer Ganzevoort heeft mij gevraagd of de Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de PIA's. Ja, wij zullen haar in het najaar uiteraard van de uitkomsten op de hoogte brengen. Hij heeft ook gevraagd of er op vrijwillige basis een notificatie kan worden geregeld bij uitoefening van het inzagerecht. Daarmee zette hij in de tweede termijn nog even de puntjes op i. Ik zie er geen enkel bezwaar tegen als een hulpverlener enerzijds en jeugdige ouders anderzijds gezamenlijk afspreken dat de jeugdige en zijn ouders worden genotificeerd als een inzagerecht wordt uitgeoefend door derden. Dat sluit aan bij de ruimte die wij de professionals geven om daaraan invulling te geven. Wij zullen daaraan ook aandacht besteden in de informatiefolder en tijdens de monitoring als het Rijk contact heeft met de gemeenten.


Brondocumenten


Historie