Griekse President bezoekt Staten-Generaal

4 juli 2016

Tijdens zijn verblijf in Nederland  bezocht de President van Griekenland, de heer Prokopios Pavlopoulos, vandaag de Staten-Generaal. Hij had een ontmoeting met de Voorzitter van de Eerste Kamer, Ankie Broekers-Knol, en de Voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib, waaraan ook de Kamerleden Schaper (Eerste Kamer; D66), Harbers (Tweede Kamer; VVD), Maij (Tweede Kamer, PvdA), Nijboer (Tweede Kamer, PvdA) en Gesthuizen (Tweede Kamer; SP) deelnamen. Met de President reisde onder meer de minister voor Europese Zaken van Griekenland, de heer Nikolaos Xydakis, mee.

Onderwerpen van gesprek waren onder andere het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (EU), de koers van de EU, en de vluchtelingen- en migratiecrisis. De Griekse President prees in dat verband het Nederlandse parlementaire model en de scheiding der machten in ons land. Ten aanzien van de Europese Unie stelde hij dat de EU op een kritiek kruispunt staat, dat de EU meer terug zou moeten bewegen naar haar originele roots en dat er een belangrijke rol ligt voor de nationale parlementen van de EU-lidstaten om het democratische gat tussen de Europese instellingen en de Europese burgers (meer) te dichten. De Griekse President omschreef de EU als uniek in de wereld en volgens hem zit haar kracht in de ongekende combinatie van drie elementen, te weten: "humanism, peace and democracy."

Over de vluchtelingen- en migratiecrisis zei de Griekse President dat het belangrijk is een onderscheid te maken tussen vluchtelingen en migranten. Vluchtelingen hebben recht op een humanitaire opvang; hun terugkeer is pas aan de orde als er een eind is gekomen aan het oorlogsgeweld in het land waar ze vandaan komen. Mensen die geen vluchteling zijn, dienen in beginsel meteen terug te keren, ook om mensenhandel en uitbuiting de kop in te drukken. Volgens de President is een terugkeerbeleid essentieel omdat de EU niet veel meer migranten kan opvangen en de situatie zoals die nu is, niet duurzaam is. Daarnaast benoemde de President dat de EU, de Verenigde Staten, Rusland, Turkije en de United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR) meer zouden moeten doen om de huidige situatie te verbeteren. Hij gaf aan dat de overeenkomst die Turkije en de Europese Unie hebben gesloten, nageleefd moet worden.