Prinsjesdag in internationaal perspectief


Iedereen zijn Prinsjesdag   

Door: Wouter Hulstijn, onderzoeker bij het Montesquieu Instituut Maastricht

Sinds de wijziging van onze Grondwet in 1983 is er geen sprake meer van zittingen van de Staten-Generaal. Omdat er grondwettelijk gezien geen zittingen meer zijn kunnen deze ook niet langer worden gesloten en geopend. Vóór 1983 werd op de maandag voorafgaand aan Prinsjesdag de zitting van de Staten-Generaal gesloten waarna deze op Prinsjesdag weer werd geopend. In een verder verleden werd deze eerder gesloten waarna een ‘parlementsloze’ periode volgde, maar vóór 1983 was het allang gebruik om deze ‘parlementsloze’ periode zo kort mogelijk te houden. Op deze manier was reeds in de praktijk het parlement formeel voortdurend in bedrijf. De grondwetsherziening van 1983 legde de opvatting dat er geen ‘parlementsloze’ periode behoorde te zijn vast door niet langer te spreken van zittingen van de Staten-Generaal. In andere Europese landen is er nog wel sprake van zittingen die geopend en gesloten worden. Een interessant verschil tussen monarchieën is wie een nieuwe zitting opent en wie het regeringsbeleid verkondigt: doet de koning(in) dat of de minister-president?

Verenigd Koninkrijk

In het Verenigd Koninkrijk wordt een zitting oftewel parlementair jaar gesloten door verdaging van de zitting in de vorm van een traditionele ‘prorogation ceremony’. De ‘prorogation ceremony’ vindt altijd plaats kort voor de opening van een nieuwe zitting. Sinds 2012 wordt een nieuwe zitting altijd geopend in mei. Ook deze ‘State Opening of Parliament’ wordt opgeluisterd met veel pracht en praal en beide ceremonies vinden plaats in het ‘House of Lords’. Een nieuw zittingsjaar wordt geopend door het staatshoofd, thans koningin Elisabeth II, dat in het Hogerhuis de troonrede uitspreekt. De leden van het Lagerhuis moeten deze vanaf een balkon aanhoren, waar niet voor iedereen plaats is, wat betekent dat de meeste leden van het Lagerhuis luisterplaatsen op de gang hebben.

Scandinavische landen

In Denemarken begint een nieuw parlementair jaar op de eerste dinsdag van oktober – en dat jaar eindigt precies een jaar later. In Denemarken speelt het staatshoofd, thans koningin Margrethe II, geen formele rol bij de opening van het parlement. De openingsrede wordt uitgesproken door de minister-president, maar het is goed gebruik dat heel de koninklijke familie acte de présence geeft en de opening bijwoont in de koninklijke loges in het parlement.

In Zweden schrijft de grondwet voor dat het parlement onder gewone omstandigheden wordt verdaagd op 31 mei. Een vaste moment voor heropening is niet voorgeschreven, maar in de praktijk vindt deze halverwege september plaats, dit jaar op 17 september. In Zweden wordt het nieuwe zittingsjaar voor geopend verklaard door de koning, thans Carl XVI Gustaf, in het bijzijn van de koninklijke familie, maar wordt het regeringsbeleid voorgelezen door de minister-president. In Noorwegen, sinds 1905 een soevereine staat, wordt het parlement niet alleen geopend door de koning, thans Harald V, maar wordt door hem in een troonrede ook het regeringsbeleid uiteengezet. Deze ceremonie vindt normaliter altijd plaats op de tweede werkdag in oktober. Net als in Denemarken en Zweden wordt in België de beleids-of regeringsverklaring afgelegd door de eerste minister en wel op de tweede dinsdag van oktober .

Van de hier besproken landen wordt alleen in Nederland een parlementair jaar niet meer gesloten en een nieuwe geopend, in alle andere landen bestaat deze erfenis van de standenvergadering die het parlement ooit was, nog wel. Alleen in België en Denemarken heeft de koning geen enkele (formele) rol bij de opening van een nieuw parlementair jaar, terwijl in Zweden diens rol beperkt is tot het formeel openen: de regeringsverklaring wordt, net als in België en Denemarken, afgelegd door de minister-president (en in België kan deze ook nog maanden nadien volgen). Echte troonredes, waar de koning het regeringsbeleid ontvouwt, komen in Europa alleen nog voor in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen.

Verenigde Staten

Wat in Europese monarchieën troonredes zijn, worden in de Verenigde Staten en in de Europese Unie ‘State of the Union’ genoemd. Maar anders dan troonredes of beleidsuiteenzettingen door minister-presidenten, worden beide ‘State of the Union’ niet gegeven op de dag van de opening van een nieuw parlementair jaar. De Amerikaanse Grondwet schrijft in artikel 2 lid 3 voor dat de president het ‘Congress’ op de hoogte houdt van de ‘State of the Union’ en van zijn beleidsvoornemens. Lange tijd vonden Amerikaanse presidenten een ‘State of the Union’-toespraak te monarchistisch. Van 1801 tot 1913 (van Jefferson tot Wilson) stelden presidenten hun ‘Annual Message to Congress’, zoals de ‘State of the Union’ tot ongeveer halverwege de vorige eeuw genoemd werd, op schrift en lieten deze door een ambtenaar voorlezen. Tegenwoordig gebeurt dit in de vorm van een toespraak tot het ‘Congress’ die meestal plaatsvindt in januari of februari. In een ‘State of the Union’ wijst de president allereerst op de successen van het afgelopen jaar (mits hij toen ook president was) en zet hij zijn beleidsvoornemens voor het nieuwe kalenderjaar uiteen.

Sinds 2009 maakt de Franse grondwet het mogelijk dat de president persoonlijk het woord richt tot de Assemblée en de Senaat die voor dat moment worden verenigd tot ‘Congrès’ (art. 18). Voordien richtte de president zich in de vorm van een brief, die door beide kamervoorzitters werd voorgelezen, tot het parlement. Niet alleen de Amerikaanse president Jefferson vond een ‘State of the Union’-toespraak te veel lijken op een troonrede, ook in Frankrijk roept deze nieuwe mogelijkheid associaties op met het ancien régime. Het is daarom niet verbazingwekkend dat toen Sarkozy in 2009 als eerste – en tot nog toe als enige en dat zelfs eenmalig – van deze mogelijkheid gebruik maakte (in Versailles!) hij direct de bijnaam ‘le Président-Soleil’ kreeg.

Europese Unie

In 2010 introduceerde voorzitter van de Europese Commissie Barroso een Europese ‘State of the Union’. Alle drie toespraken zijn sindsdien in september gehouden. Deze toespraak kan gezien worden als een poging een meer aansprekende (en herkenbare!) vorm te vinden van de verplichting voor de Commissie jaarlijks, ten minste een maand vóór de opening van de zitting van het Europees Parlement, een algemeen verslag over de werkzaamheden van de Unie te publiceren (artikel 249 lid 2 VEU).

Het Europees Parlement heeft van begin af zichzelf gemodeleerd naar het voorbeeld van de nationale parlementen. De aanduiding Parlement voor wat officeel Vergadering heette is daarvan één van de oudste voorbeelden. De invoering van een ‘State of the Union’-toespraak door de Europese Commissie sluit hier bij aan. Dat juist een in zijn oorsprong feodaal gebruik wordt gepresenteerd als een belangrijke stap in de ontwikkeling naar een echte Europese regering laat zien dat de zeggingskracht van wat bij ons Prinsjesdag heet nog overminderd groot is.

Bron: Montesquieu Instituut